Schurft bij koeien leeft nog steeds

Schurft wordt sinds mensenheugenis gezien bij verschillende gedomesticeerde diersoorten en bij de mens zelf. Dat schurft een fatale afloop kan hebben, vertelt Maurits Bosgoed, dierenarts bij Dierenartspraktijk Vaassen, in vakblad Veehouder en Veearts.

Voor een koppel dat het slecht deed kwam ik op een bedrijf met zo’n dertig zoogkoeien, voornamelijk van het Belgisch Witblauwe ras. Het koppeltje jongvee van vijftien dieren­ van een half jaar oud liep in een vrij donkere potstal die nodig een keer uitgemest moest worden. “Dit koppel wil het niet doen”, aldus de eigenaar, die ondertussen met z’n laarzen vastgezogen werd in het drassige stro. De dieren zagen er gemiddeld inderdaad matig uit; lange doffe vachten en een duidelijk lager gewicht dan dat je op die leeftijd zou mogen verwachten.

“Tegen de schurft heb ik ze al twee keer behandeld een maand geleden, dus dat kan het eigenlijk niet meer zijn”, zei de veehouder die de kale plekken op verschillende dieren aanwees. Toch zag ik, terwijl ik er nog maar een paar minuten bij stond, verschillende dieren schuren en stond er één die even lag te herkauwen zelfs op om naar het hek te gaan Schurft JH Boeveom de jeuk proberen te stoppen. Bij navraag bleek dat het koppel twee keer met Amitraz was behandeld en bleken een paar dieren iets te zijn verbeterd.

Zonder verder onderzoek te doen, concludeerde ik dat de schurft nog niet over was en besloot ik dat de eerste actie was de dieren allemaal met injecties met ivermectine te behandelen. Omdat ik merkte dat de veehouder niet overtuigd was dat er nog schurft speelde, nam ik van een paar dieren een diep afkrabsel en controleerde ze met het oog op de aanwezigheid van luizen. Mijn vermoeden werd diezelfde middag op het laboratorium op de praktijk bevestigd: levende mijten waren nog te zien.

De volgende dag had ik nog contact met de veehouder die aangaf dat twee dieren nog niet vlot waren. Deze dieren werden beide nog extra behandeld met ontstekings­remmers die ik op de praktijk klaarlegde. Helaas gingen beide dieren dood; de één na vijf en de ander na acht dagen. De huidontsteking bleek te erg geworden bij deze twee dieren. De rest van het koppel werd nog tweemaal met een interval van zeven dagen behandeld met de ivermectine-injectie en verbeterden allemaal. Verder gaf ik adviezen zoals deze in het kader worden genoemd.

Extra gevoelige runderrassen

Dat er nog regelmatig problemen worden gezien bij dergelijke bedrijven én bij verschillende leeftijden van dit ras, betekent dat gezegd kan worden dat dit ras extra gevoelig is voor de mijten. Er wordt op dit moment gedacht dat een verminderde weerstand, maar vooral ook een over­gevoeligheid op de mijten zelf, een oorzaak is van de heftige reactie van de huid met alle gevolgen van dien. Binnen het stamboek wordt er tegenwoordig streng rekening gehouden met de fokkerij op het wel of niet gevoelig zijn voor de mijten. Dat niet alleen de rasgevoeligheid, maar ook vaak de manier van houden van de dieren een rol speelt, komt naar voren in enkele adviezen.

Uit onderzoek is gebleken dat de ernst van een infectie een verminderde groei geeft. Per procent aangetast huid­oppervlak, scheelt dit 30 gram groei per dier per dag.

Meer soorten gevoelig

Bij diersoorten als het varken is het gelukt de mijt volledig uit te roeien en is behandeling in Nederland dus niet meer nodig. Bij de cavia, het konijn en de alpaca en lama, zien we nog regelmatig schurft. Bij de alpaca­ en het rund blijken dieren soms ondanks een straffe behandeling toch te sterven.

Bij het rund komt de mijt nog veel voor, maar vormt bij het grootste deel geen echte problemen. De gastheer bouwt weerstand op tegen de mijten en de aantallen zullen zich dan stabiliseren. Daarom worden bij jongere dieren, die dus nog geen weerstand hebben, nog weleens infecties gezien. Na behandeling geneest het snel en hebben ze er weerstand tegen opgebouwd.

Adviezen

Ondanks de extra gevoeligheid van de dieren­ voor de mijten, is schurft door de juiste managementmaatregelen onder controle te houden en de schade te beperken.

  • Zorg voor een goed geventileerde stal met veel, droog stro.
  • De dieren zo vaak scheren dat ze altijd een korte vacht hebben.
  • Een lage stalbezetting (zodat de stal niet snel vervuilt, er voldoende ruimte is bij het voerhek en er ruime ligplaatsten zijn waarbij ze niet tegen elkaar hoeven te liggen).
  • Nieuw aangekochte dieren dienen minimaal twee weken in quarantaine te gaan. Tijdens deze quarantaine worden ze geschoren en twee keer goed tegen schurft behandeld.
  • Een besmet koppel moet behandeld worden. Behandel dieren mét huid­schade met een middel uit de groep van macrocyclische acetonepreparaat (bijvoorbeeld ivermectine) door middel van een injectie. De rest van het koppel, inclusief de dieren met huidschade, moeten behandeld worden met een contactacaride.
  • Let bij behandelen op de juiste manier van gebruik van het product. Bij het gebruik van een contactacaride (dus vloeistof op de huid) is het belangrijk dat er een ruime hoeveelheid wordt gebruikt. Houd de juiste verdunning aan en bij een middel als Amitraz moet er per dier 7 tot 10 liter oplossing worden gebruikt.
  • Meten is weten. Bepaal op een betrouwbare manier het gewicht per individu en wees kritisch op de gebruikte hoeveelheid van het gebruikte medicijn.
  • Een maandelijkse ‘preventieve’ behandeling van risicokoppels, kan een ernstige infectie voorkomen. Welke middelen hiermee volstaan, zal moeten worden overlegd met de dierenarts.
  • Stel, samen met uw dierenarts, een behandeladvies op die past bij uw bedrijf waarbij bovengenoemde adviezen­ allemaal dienen worden meegenomen.

(Foto:  Faculteit Diergeneeskunde, Utrecht)

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: