Lastige hengstige merrie

Een hengstige merrie kan soms erg vervelend zijn om mee te werken. De hormonen gieren door haar lijf en ze heeft daardoor meer aandacht voor andere dingen dan voor de ruiter. Soms kan het zo vervelend zijn dat er iets aan gedaan moet worden.

Door Jessica van Soest, dierenarts gespecialiseerd in paarden, DAP Krommerijnstreek, in vakblad Veehouder en Veearts.

Bij een lastige hengstige merrie is het van belang om te weten dat het werkelijk de hengstigheid is die de problemen geeft. Merries kunnen ook plassen van nijdigheid of onderdanigheid naar andere paarden toe. Een merrie die goed hengstig is, gaat stilstaan en plassen en knippert daarbij. Het kan handig zijn om bij te houden wanneer ze het lastige gedrag vertoont; een normale cyclus duurt 3 weken en de getoonde hengstigheid varieert­ meestal van 1 tot 7 dagen. Tijdens de hengstigheid overheerst vooral het hormoon oestrogeen, tussen de hengstigheden door progesteron (‘drachthormoon’). Progeste­ron onderdrukt hengstigheids­verschijnselen en vaak worden merries stabie­ler en rustiger van dit hormoon. Probleem­gedrag kan in zeldzame gevallen ook veroorzaakt worden door tumoren op de eierstokken. Om dit uit te sluiten kan de dierenarts een echo maken en/of bloedonderzoek doen. Als er twijfel blijft over de oorzaak van het gedrag, kan altrenogest (Regumate) gegeven worden (zie verder). Als de problemen toch nog blijven bestaan met Regumate, zullen de verderop in dit artikel beschreven methoden ook niet het gewenste effect hebben.

Wat merries bijzonder maakt ten opzichte van vele andere diersoorten, is dat ze meestal in de winter niet hengstig zijn. Zodra de cyclus in het voorjaar weer op gang komt, komt daar ook weer het bijbehorende gedrag bij. Dit is de zogenoemde ‘transitionele’ fase. In deze fase kunnen merries ook hengstigheidsgedrag vertonen zonder dat ze echt hengstig zijn van binnen. In deze fase tonen ze vaak langer en duidelijker hengstigheid dan verderop in het seizoen. Merries die gestald zijn met veel licht en warmte, zijn vaak wel het hele jaar door hengstig.

Regumate

Er zijn vele behandelmethoden, maar die hebben allemaal voor- en nadelen. Ze worden één voor één besproken. Bij al deze methoden is het heel belangrijk om te weten dat de merrie geen baarmoeder­ontsteking heeft. Een merrie die hengstig is, heeft een verhoogde weerstand in de baarmoeder en schoont zichzelf (gedeeltelijk of geheel) op. Als de hengstigheid langdurig onderdrukt wordt, kan een al aanwezige baarmoederontsteking erger worden.

Regumate is een geregistreerd diergeneesmiddel dat bestaat uit een synthetisch drachthormoon dat de hengstigheid onderdrukt. Dit is een heel betrouwbare methode (90 procent van de merries heeft geen eisprong met Regumate). Het moet wel dagelijks gegeven worden. Een nadeel van dit middel is dat het vrij prijzig is. Dit zou ondervangen kunnen worden door uit te proberen wat de laagste dosering is waar de betreffende merrie het goed op doet. Ook is het mogelijk om de Regumate bijvoorbeeld alleen rondom belangrijke wedstrijden te geven. Houd er wel rekening mee dat er bij de KNHS dispensatie moet worden aangevraagd om dit middel te mogen gebruiken tijdens wedstrijden (dit is normaal gesproken geen probleem). Een groot voordeel is dat het heel voorspelbaar is wanneer de merrie weer hengstig wordt, namelijk pas een aantal dagen nadat het geven van het middel gestopt is. Let er wel op dat dit middel heel makkelijk wordt opgenomen door de huid, dus degene die het toedient, wordt sterk geadviseerd zelf handschoenen te dragen.

Beïnvloeden cyclus

Een andere manier om te zorgen dat een merrie niet hengstig wordt, is het beïnvloeden van de cyclus. Na een normale eisprong wordt er een geel lichaam gevormd; indien de merrie niet drachtig is, verdwijnt dit weer en wordt de merrie weer hengstig met een cyclus van 3 weken. Indien de merrie ‘denkt’ dat ze drachtig is, blijft het gele lichaam aanwezig en blijft dit drachthormonen vormen. Deze methode werkt zo’n twee à drie maanden. Het is hierbij belangrijk om de dag van eisprong (ongeveer) te weten. Een groot nadeel hiervan is dat het onvoorspelbaar is wanneer de merrie precies­ weer hengstig wordt; dit zou dus net voor een belangrijke wedstrijd kunnen zijn. Het varieert per merrie en per cyclus hoelang het effect aanhoudt. De methoden die op dit moment gebruikt worden om het gele lichaam langer aanwezig te laten zijn, zijn de ‘knikker’, ‘pindaolie’ en ‘oxytocine’.

De ‘knikker’ wordt vlak na de eisprong in de baarmoeder gebracht, deze methode werd in het verleden veel gebruikt. Dit is een relatief eenvoudige en goedkope methode. Dit werkt echter maar bij 40 procent van de merries. Daarnaast zou de knikker voor schade in de baarmoeder kunnen zorgen, het is namelijk niet zelden dat er scherven van de knikker springen. Het gevolg van de schade in de baarmoeder zou kunnen zijn dat de merrie nooit meer drachtig kan worden.

Bij de pindaolie-methode brengt de dierenarts op 9 à 11 dagen na de eisprong een kleine hoeveheelheid pindaolie steriel in de baarmoeder.

Met de ‘oxytocine-methode moet er op dag 7 tot en met 10 na de eisprong (of dag 5 tot en met 14 indien de exacte dag onbekend is) oxytocine gespoten worden. Dit is een vrij grote hoeveelheid, sommige merries krijgen er (lichte) koliek van. Beide methodes hebben een vrij hoog slagingspercentage van 85 tot 90 procent. Deze methodes zijn iets duurder dan een knikker. Voordeel van deze beide methoden ten opzichte van de knikker, is dat je de merrie indien gewenst gewoon hengstig kunt spuiten.

Ovariëctomie

Ovariëctomie is het operatief weghalen van de eierstokken. Je zou denken dat dit de hormonen weghaalt en de merrie stabiel wordt, maar de drachthormonen verdwijnen ook en daardoor kunnen merries juist veel meer hengstigheidsverschijnselen vertonen. Daarnaast is dit een dure en behoorlijk zware ingreep (in tegenstelling tot bijvoorbeeld bij honden en katten). Bij 20 à 35 procent van de merries blijven de problemen bestaan na deze ingreep.

Enten

Enten tegen de eigen hormonen (GnRH) is een mogelijkheid die in het buitenland regelmatig wordt toegepast. Maar de diergeneesmiddelen die hiervoor gebruikt worden, zijn niet in Nederland geregistreerd voor gebruik bij het paard. Daarnaast kan het enorme spuitplekken geven, waardoor het paard mogelijk tijdelijk niet getraind kan worden. Theoretisch werkt dit middel een jaar, wat relatief lang is in vergelijking met de eerder beschreven methodes. Vaak houdt het effect echter maar 25 tot 30 weken aan. Een groot nadeel is ook dat er soms toch nog hengstigheidsgedrag is. Waar ook zeker rekening mee moet worden gehouden, is dat er paarden zijn die nooit meer in cyclus komen, oftewel nooit meer gebruikt kunnen worden voor de fokkerij. Dus is het raadzaam om 100 procent zeker te zijn van het feit dat je nooit wilt gaan fokken met een dergelijke merrie. Een alternatief voor deze methode zou een implantaat (ovuplant) kunnen zijn. Hiervan houdt het effect 30 tot 90 dagen aan. Het werkt bij 75 procent­ van de merries.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: