Zes keuzes bij lebmaagverplaatsing

Er zijn meerdere behandelmethoden voor een lebmaagverplaatsing. Aukje Geurtsen, rundveedierenarts bij Slingeland Dierenartsen, legt in vakblad Veehouder en Veearts uit welke zes keuzes er zijn.

Een dislocatie van de lebmaag komt op elk bedrijf wel voor. Er zijn veel risicofactoren waardoor de lebmaag zich kan verplaatsen. De belangrijkste redenen zijn: te weinig voeropname, grote voerovergangen en het ontstaan van veel ruimte in de koe, bijvoorbeeld na de geboorte van een tweeling. De grootste risico¬periode op het ontstaan van een verplaat¬sing van de lebmaag zijn de eerste weken na afkalven. Indien een koe minder voer opneemt, kan er meer gas in het maagdarmkanaal geproduceerd worden. De toename van gas in de lebmaag kan ervoor zorgen dat die net als een ballon kan opstijgen. In het grootste deel van de gevallen gebeurt dit aan de linkerzijde van de koe.

Er zijn diverse methoden om een lebmaagverplaatsing te behandelen. Hieronder een overzicht van de vijf meest uitgevoerde therapieën.

Afwachten

In enkele gevallen verdwijnt de lebmaagverplaatsing vanzelf. Beweging van de koe door bijvoorbeeld weidegang of transport zorgt er incidenteel voor dat de lebmaag zich gaat ledigen en weer terugzakt naar de buikbodem.

Medicatie

Er kan een medicijn toegediend worden dat ervoor zorgt dat het maagdarmkanaal ontspant. Hierdoor kan de lebmaag zich ledigen. Hier is echter vaak sprake van recidief, wat betekent dat het probleem terugkomt. Bovendien is deze methode niet werkzaam als er veel gas aanwezig is in de lebmaag.

Rollen

De koe wordt neergelegd op de rechter¬zijde, waarna ze langzaam in rugligging gebracht wordt. De koe wordt enige tijd in rugligging gehouden en rolt daarna langzaam door op de linkerzijde. Tijdens het rollen verplaatst de gasbel die bovenin de lebmaag zit zich langs de linkerbuikwand naar de onderzijde van de buik. De lebmaag volgt deze verplaatsing en loopt hierdoor leeg.

Rollen en steken

De koe wordt op de rechterzijde neergelegd en in rugligging gebracht. Er wordt geluisterd waar de gasbel zich bevindt en op deze plaats wordt een canule door de buikwand en lebmaagwand heen gestoken tot in de holte van de lebmaag. Er wordt een ‘toggle’ oftewel een metalen pinnetje met een draad door de canule (hol buisje) in de lebmaag aangebracht. Dit wordt op enkele centimeters afstand herhaald. De beide draden worden aan elkaar geknoopt waarmee de lebmaag gefixeerd wordt tegen de buikwand. De koe wordt doorgerold over de linkerzijde en kan daarna weer staan.

Kijkoperatie/laparoscopie van de lebmaagdislocatie naar links

Aan de linkerzijde van de flank worden twee kleine snedes gemaakt. Er worden twee canules aangebracht tot in de buikholte. In een van de canules wordt een endoscoop (een instrument waarmee in het lichaam kan worden gekeken) ingebracht met een lichtbron waarbij er duidelijk zicht is op de binnenkant van de buikholte en de lebmaag goed beoordeeld kan worden. Door de andere canule wordt de lebmaag aangeprikt en wordt er een speciale ‘lebmaagtoggle’, een metalen staafje met twee lange draden eraan vast, in de lebmaag gebracht. Vervolgens wordt lucht van de lebmaag afgelaten, waarna de lebmaag tot onderin de buik terugzakt naar de oorspronkelijke positie.

De uiteinden van de draden worden bevestigd aan een lange pin, die door de canule langs de ribwand tot op de buikbodem wordt gebracht.

De lange pin bevat een inwendige naald waaraan de draden bevestigd zijn. De naald wordt door de buikbodem gestoken, hier worden de draden losgemaakt en onderaan de buik bevestigd aan een rolletje gaas.

Buikoperatie

Over rechts

De buikholte wordt geopend aan de rechterzijde. De lebmaag wordt onder de darmen en de pens door naar de rechteronderbuik verplaatst. De lebmaag wordt ongeveer 15 cm van de uitgang vastgehecht en gefixeerd in de buikwond.

Over links

De buikholte wordt geopend aan de linkerzijde waarbij de lebmaag direct in zicht is. In de lebmaag wordt een draad aangebracht. Door druk uit te oefenen op de lebmaag ontwijkt een deel van de inhoud naar de pens waardoor de lebmaag kleiner wordt en uiteindelijk in oorspronkelijke positie wordt teruggebracht. Met een naald wordt de draad door de buik verplaatst tot de buikbodem, waar deze doorheen gestoken worden en beide draden worden door een tweede persoon aangetrokken.

Er is altijd een oorzaak waarom een koe een verplaatsing krijgt van de lebmaag. Het is noodzakelijk om de achterliggende oorzaak te achterhalen alvorens tot behandeling over te gaan. Alleen dan kan een goede prognose worden gegeven.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: