Diergezondheid over de grens

Diergezondheid en volksgezondheid verbeteren in ontwikkelingslanden. Dat is het doel van Stichting DIO. De studentenorganisatie van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht wil dat doel bereiken met het geven van training aan boeren in onder meer Malawi.

Stichting Diergeneeskunde in Ontwikkelingssamenwerking wordt opgericht in juli 1987. Meer aandacht voor tropische diergeneeskunde is de drijfveer. Het Franse Vétérinaires Sans Frontières (VSF) dient als grote voorbeeld. In het jaar van oprichting wordt meteen het eerste project in Burkina Faso ondersteund. “Inmiddels zijn we in veel meer landen actief”, vertelt Kimberly Jongerman van DIO. “Waaronder in Malawi. Dat is een van de landen waar nog veel te verbeteren valt op veterinair gebied. Sinds 2011 werken we samen met het lokale Mathunkha Centre om boeren in de omgeving op te leiden tot zogeheten Community Animal Health Workers (CAHW).” Zijn de boeren eenmaal opgeleid en hebben ze hun eindexamen gehaald, dan blijft DIO ze volgen in hun werkzaamheden. “We organiseren onder meer follow-uptrainingen zodat de boeren, maar ook wij, up-to-date blijven.”

Verschillende mindsets

DIO is een Nederlandse stichting, actief in onder meer Malawi. Een samenwerking tussen twee verschillende culturen zorgt nogal eens voor miscommunicatie. “Zo hebben we enquêtes afgenomen aan de CAWH om erachter te komen waar behoefte aan was tijdens de opfriscursus. Niet alle antwoorden waren even nuttig en dus konden we er weinig mee. Daarnaast is de mindset in Malawi anders dan in Nederland. Bij het geven van trainingen verwachtten sommige boeren dat ze betaald zouden krijgen, terwijl wij het juist zagen als een opfrissing van hun kennis en het aanvullen van eventuele casuïstiek die zij aanleverden.” En logischerwijs zijn de markt en economie anders in Malawi. “Veel producten worden namelijk voor eigen gebruik gemaakt. Daar moeten we tijdens trainingen ook rekening mee houden. Want hoeveel kun je als CAHW vragen voor een dienst of product?”

Naast de cultuurverschillen is er nog een andere uitdaging voor de stichting. “Door het klimaat zijn er natuurlijk andere ziekteverwekkers dan in Nederland. Daardoor zien we er veel ziektebeelden waar wij hier niet mee in aanraking komen. Daarnaast is er in Malawi, onder andere door het ontbreken van de juiste maatregelen, nog altijd rabiës aanwezig”, vertelt Jongerman. Ook is volgens haar de wijze waarop dierziektes behandeld worden verschillend. “Dat komt onder meer door het feit dat niet alle medicijnen voorhanden zijn.”

Sinds de oprichting in 1987 draait DIO volledig op vrijwillige inzet. “De meeste vrijwilligers zijn momenteel studenten Diergeneeskunde”, vertelt Jongerman. “Maar dat betekent niet dat dat een vereiste is. Ieder is welkom om een steentje bij te dragen.” Vanuit de Universiteit Utrecht ontvangt DIO financiële steun. “En we werken samen met Stichting Dierennood.”

Goed voorbeeld

Dat onder invloed van Stichting DIO goede dingen gebeuren, heeft CAHW Rosemary Gondwe laten zien. “Ze heeft na haar opleiding op eigen initiatief contact gezocht met de overheid in haar gebied. Ze wilde een samenwerking opzetten. De overheid helpt haar nu met het verkrijgen van vaccinaties en medicatie, waardoor ze veel meer kippen kan enten tegen Newcastle Disease”, vertelt Jongerman. “Samen met een groep van tien vrouwen, die door Gondwe zelf zijn opgeleid tot ‘vaccinatoren’, helpt ze veel boeren en verdient ze bovendien een aardig zakcentje. Met die opbrengst heeft Gondwe bijenkorven gekocht voor het dorp en heeft ze zichzelf getrakteerd op een nieuwe naaimachine.”
Een minder geslaagd project is een modelboerderij. “Daarvoor werkten we samen met het Matunkha Centre. Samen hebben we een modelboerderij gebouwd. Die boerderij zou fungeren als voorbeeld voor boeren in de omgeving en gebruikt worden om praktijklessen te geven. De modelboerderij is wel gebouwd, maar om onbekende redenen is het later omgebouwd tot een stal waar nu varkens staan.”

Enthousiasme

Aan het enthousiasme van de boeren die deelnemen aan de trainingen zal het nooit liggen. Jongerman: “Ze zijn heel enthousiast. Vaak hebben we in de ochtend een theoriecursus over een bepaald onderwerp, waarna we ‘s middags op bezoek gaan bij een boer in de buurt. De CAHW’s gaan direct aan de slag met het beoordelen van de dieren. Ook geven ze meteen advies aan de boeren. Daaraan zien we vaak dat ze ’s ochtends heel goed hebben opgelet.”

Dit artikel is gepubliceerd in de juni-editie van vakblad Veearts.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *