‘Loflied voor Nederlandse veehouders en dierenartsen’

Op 1 juli 2012 werd dierenarts Hetty van Beers directeur van de toen kersverse Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa). De SDa wist het gebruik van antibiotica inzichtelijk te maken op alle bedrijven en dat gaf een forse impuls aan de gewenste antibioticareductie. Onlangs nam Van Beers afscheid als directeur van de SDa. Wij blikken met haar terug op 5,5 jaar SDa.

Gepubliceerd in vakblad Veehouder en Veearts.

Hetty van Beers is zeer tevreden over de prestatie die de Nederlandse veehouders en dierenartsen in de afgelopen jaren hebben geleverd. De totale antibioticareductie bedraagt 64,4 procent ten opzichte van 2009. “Als je mij in 2012 bij mijn aantreden had gevraagd waar wij over vijf jaar zouden staan? Dan had ik 64,4 procent reductie voor onmogelijk gehouden.”  Wat Van Beers een nog grotere prestatie vindt, is dat veehouders zich tegenwoordig enorm bewust zijn van het antibioticumgebruik op hun bedrijf. “Iedere veehouder kan mij precies vertellen wat het antibioticumgebruik is. Dit beschouw ik als de grootste stap die in de afgelopen jaren is gezet.”

Toen Van Beers in 2012 begon als directeur van de SDa, was er nauwelijks zicht op het antibioticumgebruik op de bedrijven. “Wij kenden wel het gemak en het automatisme waarmee deze middelen werden ingezet. Het gebruik transparant maken, was onze eerste opdracht.” De SDa verzamelde de gebruikscijfers, analyseerde die, vergeleek het gebruik van de bedrijven met elkaar (benchmark) en maakte het gebruik per sector transparant. Ook het voorschrijfgedrag van dierenartsen werd op soortgelijke wijze in kaart gebracht en gebenchmarkt. Volgens Van Beers verdienen de sectororganisaties lof. “In diverse sectoren, zoals de varkens- en kalverhouderij, waren al stappen ondernomen om het antibioticumgebruik inzichtelijk te maken. Vanaf de oprichting van de SDa werd intensief samengewerkt met de sectoren aan hetzelfde doel.”

Tegengaan resistentie

De precieze relatie tussen het antibioticumgebruik en de resistentieontwikkeling was in 2012 nog onbekend. “Wij hoopten nauwe associaties te vinden tussen bepaalde middelen en bepaalde vormen van resistentie. In dat geval zou je met sturen op die middelen de resistentieproblematiek kunnen terugdringen. Maar dergelijke associaties vonden wij niet. Wel zagen wij een verband tussen het totale antibioticagebruik en de totale resistentieproblematiek. Vermindering van het gebruik leidt tot minder resistentie.“ De resistentie wordt gemeten aan de hand van niet ziekteverwekkende bacteriën. Deze bacterie komt algemeen voor in de darmen van dieren en mensen en is daardoor een goede graadmeter voor het vaststellen van de mate van resistentie.  De tabel op pagina 23 geeft de vermindering in gebruik en resistentie per diersector weer.

Europees loflied voor Nederland

Nederland is als een van de eerste landen gestart met het terugdringen van het antibioticagebruik. “En heeft laten zien dat er veel mogelijk is. Dit heeft andere landen gemotiveerd om dit vraagstuk ook op te pakken”, vertelt Van Beers. In 2016 kreeg Nederland bezoek van een onderzoekscommissie van de Europese Commissie. De EU-onderzoekers hebben in kaart gebracht hoe verschillende lidstaten invulling geven aan het verantwoord omgaan met antibiotica en het verminderen van de resistentieproblematiek. Van Beers wijst op het verslag dat deze onderzoekscommissie maakte over Nederland. “Dat is een loflied voor onze veehouders en dierenartsen.” De EU-onderzoekers rapporteren dat er sinds de vaststelling van het antibioticabeleid in Nederland sprake is van een duidelijke daling van de resistentieniveaus bij vleeskuikens, vleeskalveren en varkens. Er is lof voor de aansturing: ‘Het beleid is vastgesteld vanuit een publiek-private samenwerking. De belanghebbende veehouderijsectoren dragen samen met de beroepsvereniging van dierenartsen (KNMvD) de verantwoordelijkheid voor effectieve maatregelen. Deze worden gefaciliteerd en gecontroleerd door de nationale overheid. Daarnaast is er een onafhankelijke Autoriteit Diergeneesmiddelen die de gebruikscijfers op bedrijfsniveau analyseert en benchmarks opstelt.’ Als sterke punten van de Nederlandse aanpak worden genoemd de transparantie en de benchmarking van het antibioticagebruik op veehouderijbedrijven, de benchmarking van de voorschrijfpatronen van dierenartsen en de goede advisering over het gebruik in relatie tot diergezondheid op basis van wetenschappelijke studies. De wijze waarop Nederland het antibioticumvraagstuk oppakt, laat zien dat in relatief korte tijd veel kan worden bereikt zonder dat het ten koste gaat van de gezondheid en het welzijn van dieren en de economische levensvatbaarheid van bedrijven, zo besluiten de EU-onderzoekers.

Niet de laagste in Europa

Nog maar kort geleden sprong Nederland eruit in negatieve zin, in de Europese landenvergelijking. In ons land gingen meer kilo’s veterinaire antibiotica over de toonbank dan in menig andere lidstaat. “Nu staat Nederland op plek 15 (van 30 landen) en in de middenmoot”, weet Van Beers. “En tot de beste landen zullen wij niet gaan behoren, dat ligt aan de wijze waarop die Europese vergelijking wordt opgesteld. Alle diersoorten worden bij elkaar geteld waardoor lidstaten met relatief veel intensieve veehouderij, waar het gebruik gemiddeld hoger ligt, in het nadeel zijn ten opzichte van landen met veel extensieve veehouderij.”

Van Beers benadrukt dat het streefdoel niet nul is. Het doel is een verantwoorde inzet van eerste- en tweedekeusmiddelen, en een zeer terughoudend gebruik van derdekeusmiddelen. Die laatste moeten voorbehouden worden voor de mens, hier is het streefdoel wel ‘nul’.

Slaan veehouders niet door in hun streven voor een zo laag mogelijk gebruik waardoor zij niet of te laat behandelen? Van Beers: “De Raad voor Dieraangelegenheden heeft een verkenning uitgevoerd naar dit aspect en daaruit blijkt dat het terugdringen van het gebruik niet ten koste gaat van het dierenwelzijn. Dit blijft echter wel een punt van zorg, en dat dit het geval is op sommige bedrijven valt niet uit te sluiten.”

Nieuwe doelstellingen

De doelstelling om het antibioticumgebruik met 70 procent te verlagen, is vastgesteld door de miniteries van LNV en VWS in 2012. Het einddoel komt in zicht. De pluimveehouderij zit inmiddels zelfs al op een reductie van 72 procent. “Die 70 procent was een generieke doelstelling, LNV wil nu samen met de sectoren komen tot specifieke sectordoelstellingen”, zegt Van Beers. “Wat die doelstelling dan moet zijn, dat betreft een politieke keuze. Wat wij zien is dat veel bedrijven een laag antibioticumgebruik hebben. Die bedrijven zouden kunnen stabiliseren en niet meer hoeven streven naar een nóg lager gebruik. Er is echter ook nog een beperkte groep bedrijven die een hoog gebruik kent. Op die bedrijven moet worden gezocht naar de oorzaak en de oplossing. Belangrijk is hier ook dat de veehouder gemotiveerd is om het probleem op zijn bedrijf aan te pakken.” Wat gaat er gebeuren met veehouders en dierenartsen die geen stappen zetten? Van Beers: “Ook dat betreft een politiek besluit, het is een vraag die de sector zelf moet beantwoorden.”

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Redactie
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *