Weidekoorts nog tamelijk onbekend

Weidekoorts (anaplasmose) is geen nieuwe aandoening. Toch is de ziekte in Nederland tamelijk onbekend, ervaart rundveedierenarts Jos van Lier van het Veterinair Centrum Someren. Op een van de bedrijven van deze praktijk is de aandoening vorig jaar vastgesteld.

Weidekoorts ontstaat door een besmetting met de anaplasmabacterie. De bacterie wordt overgebracht door teken. De symptomen van weidekoorts bij melkvee zijn niet specifiek. Er is sprake van koorts en productiedaling. “Bij klinisch onderzoek worden verder meestal geen afwijkingen gevonden”, stelt Jos van Lier. Typisch is wel dat de koortspieken alleen in de weideperiode voorkomen en niet in de stalperiode. “Als koeien niet buiten komen, kun je deze aandoening dus afstrepen.” Op het betreffende bedrijf in De Peel (provincie Noord-Brabant) waren al sinds 2014 klachten. Een aantal dieren kreeg gedurende het weideseizoen koortspieken die geregistreerd werden door de melkrobot. Omdat er in 2014 ook BVD was aangetoond, richtte de aanpak zich aanvankelijk op deze aandoening. Tijdens de stalperiode waren de klachten weer verdwenen.

Toen de klachten weer terugkwamen, werd verder gezocht en de diagnose weidekoorts gesteld. De aandoening kan met een PCR-test worden vastgesteld (meerdere laboratoria, waaronder de GD, hebben die test in huis). “De ziekte is niet zo ernstig dat koeien doodziek worden en bezwijken, maar de koortspieken geven wel kans op verwerpen en opbreken”, vertelt Van Lier.

Het Veterinair Centrum Someren doet nu samen met het RIVM nader onderzoek naar deze aandoening. Belangrijke vragen zijn hoe de besmetting zich op het bedrijf verspreidt en of koeien de bacterie in de winter bij zich blijven dragen (persisterende infectie). “Wij onderzoeken nu of de dieren ziek worden door een nieuwe infectie of dat de infectie in het lichaam blijft en weer kan opflikkeren.”

Onderzoek veestapel

Begin maart 2018, in de stalperiode, is in samenspraak met het RIVM gekeken of de koeien de besmetting nog bij zich dragen.

Van in totaal zeventig dieren is op 6 maart bloed onderzocht op de aanwezigheid van Anaplasma phagoctyophilum met behulp van de PCR. De onderzochte dieren hebben vorig jaar buiten gelopen, en circa 55 dieren hebben toen ook (een voorbijgaande) koorts en productiedaling gehad.

Er is echter in geen van de zeventig bloedmonsters anaplasma aangetoond. “Je kunt dus voorzichtig concluderen (zeker met een steekproef van zeventig dieren) dat de anaplasma-bacterie niet persisteert in deze runderen. Dit komt ook overeen met de ervaringen van de melkveehouder, die alleen klachten bij zijn vee ziet gedurende het weideseizoen”, vertelt Van Lier.

De volgende stap is dat we in kaart willen brengen hoe erg de graspercelen met teken besmet zijn. Dit gaan we komende maand onderzoeken, juist voor het moment dat de koeien naar buiten gaan. Teken kunnen namelijk op een specifieke plek in groten getale aanwezig zijn (hotspot).

Ter preventie is het van belang om te voorkomen dat er wilde zwijnen, herten en reeën op de graspercelen komen. Zij kunnen zorgen voor een tekenbesmetting op de weide. Verder is het belangrijk om het vee dat buiten loopt regelmatig (iedere vier weken) met tekenwerende pour-on (deltamethrin) te behandelen.

Zwijnen onder de teken

Op het getroffen bedrijf in De Peel heeft een onderzoeker van het RIVM naar teken gezocht in bosschages langs het weiland en die ook gevonden. Daarin werd de verantwoordelijke bacterie aangetoond.

Het betreffende weiland grenst aan natuurgebied De Groote Peel. De veehouder zag echter (nog) geen teken op zijn koeien, wel had hij last van wilde zwijnen in zijn weiland, die in de zode zaten te wroeten. Die zwijnen blijken wel onder de teken te zitten. Een aantal zwijnen dat in het gebied is afgeschoten, is ook onderzocht op infectie met anaplasmose. Twee van de elf zwijnen bleken ermee besmet. “In bovenstaand praktijkgeval zijn wilde zwijnen mogelijk de overbrengers van de teken vanuit de Peel naar het weiland”, zegt Van Lier.

Behandeling

Of je koeien met weidekoorts altijd moet behandelen, daarover kan Van Lier nog niet oordelen. “De dieren kunnen behandeld worden met Engemycine (een antibioticum met als werkzame stof Oxytetracycline), dit middel is ervoor geregistreerd. Maar ik heb hier te weinig gebruikerservaring mee. Ik hoor van collega’s dat het in het acute stadium wel goed werkt. De veehouder die problemen heeft met anaplasma heeft weinig dieren behandeld. Bijna alle dieren herstelden weer vanzelf na een paar dagen.”

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *