Partnerbericht van IDT

Goede gevoeligheid van gepoolde neusswabs

Het poolen van monsters wordt gedaan om kosten te besparen of om meer dieren te testen voor het zelfde geld. Bijvoorbeeld het poolen van neusswabs voor onderzoek op griep. Het risico van poolen is dat een monster te veel verdund raakt, waardoor dit fout-negatief wordt. Dit risico blijkt heel klein te zijn.

De eerste resultaten, waarbij in het lab gepoold is op basis van individuele monsters, laten dit heel mooi zien. Er zijn 5 zeugen swabs verzameld en 1:5 gepoold. Daarnaast 10 swabs van gespeende biggen uit 1 afdeling en 7 uit een andere afdeling gepoold. Getest werd met een real-time PCR waarbij Ct-waarden kleiner dan 40 als positief beschouwd worden.

De pool van de zeugen was negatief. Dit is niet onverwacht, want zeugen scheiden vaak weinig virus uit.

De 10 monsters uit de eerste afdeling zijn in 2 pools van 5 getest. De eerste pool had een Ct-waarde van 26, de individuele monsters in deze pool hadden Ct-waarden van 33, 28, 25, 27 en 28. De 2e pool had een Ct-waarde van 25 en de individuele monsters waren 33, 29, 23, 24 en 27. Dit laat duidelijk zien dat de Ct-waarde laag blijft (veel virus aanwezig) ondanks het poolen: de pool-Ct ligt in de buurt van de laagste Ct’s.

De 7 monsters uit de 2e afdeling werden in 2 pools getest, 1 van 4 en 1 van 3. De 1e pool was positief met een Ct van 35 (weinig virus dus), van de individuele monsters bleek maar 1 monster positief met een Ct van 27. De 2e pool was positief met een Ct van 36, terwijl de individuele monsters negatief waren! Hieruit blijkt dat 1 positief monster op vier gevonden wordt en dat zelfs de pool positief kan zijn terwijl de individuele monsters negatief (Ct>40) testen. Theoretisch kan deze laatste een fout-positieve uitslag zijn.

Voor meer informatie kunt u terecht bij

Peter van der Wolf
Senior expert technical service Benelux
benelux@idt-biologika.com

Alle berichten van IDT op Veearts.nl >>