Partnerbericht van Hipra

Subklinische mastitis bij geiten, een kostbaar bedrijfsprobleem

De meeste dierenartsen kennen de verschijnselen van blauwuier, ernstige uierontsteking bij een melkgeit, wel. Hoewel deze vorm van mastitis het meest zichtbaar is, geeft deze niet de grootste schade. Wist u dat juist de subklinische vorm van mastitis op een melkgeitenbedrijf economisch veel meer impact heeft?

Subklinische mastitis uit zich op melkgeiten bedrijven in eerste instantie in een verhoogd celgetal in de melk. Onderzoek in 5 melkgeiten koppels in Noord Italië toonde aan dat er een relatie is tussen de aanwezigheid van intramammaire infecties en het tankcelgetal. Hiertoe werden bij 305 melkgeiten maandelijks melkmonsters afgenomen van beide uierhelften en cytologisch en bacteriologisch onderzocht. In 40,2% van de ruim 4500 onderzochte monsters werd een intramammaire infectie aangetoond. De coagulase-negatieve Stafylococcen waren het vaakst aanwezig met een prevalentie van 80%. Binnen de CNS groep werd Stafylococcus epidermidis het meest aangetoond (38%). Stafylococcus aureus werd hierna het vaakst aangetoond, namelijk in 6% van de gevallen. De overige 14% van de intramammaire infecties werd veroorzaakt door een verscheidenheid van omgevingskiemen waarbij elke soort niet meer dan 4% voorkwam. In totaal werd 86% van de uierinfecties dus veroorzaakt door Stafyloccoccen.(1) Een soortgelijk onderzoek gedaan bij ooien laat een prevalentie van Stafylococcen zien van 78,9%. (2)

In onderstaande grafiek is zichtbaar welke relatie tussen het tankcelgetal en het percentage geiten met subklinische mastitis voortkwam uit dit onderzoek. Bij een tankcelgetal (SCC) van bijvoorbeeld 500.000 cellen/ml heeft ongeveer 30% van de melkgeiten in een koppel subklinische mastitis. Bij een tankcelgetal van 1.500.000 cellen/ml is de prevalentie zelfs 50%.(1)

Hipra4-4

MORONI P. et al., Risk factors for intramammary infections and relationship with somatic celcount in Italian dairy goats. Prev. Vet Med 2005 Jul 12:69(3-4):163-73

Economische schade

Subklinische mastitis geeft voornamelijk schade omdat het zorgt voor een aanzienlijke daling in de melkproductie. Uit een groot recent (2015) onderzoek gedaan bij 65.056 melkgeiten verdeeld over 132 Spaanse melkgeitenbedrijven is gebleken dat er een aangetoonde negatieve relatie is tussen het tankcelgetal en de melkproductie. Een tankcelgetal van 1 miljoen cellen/ml blijkt een melkproductiedaling van 11,4% te geven. Bij 2 miljoen cellen/ml is dit 19,5% en bij een tankcelgetal van 3 miljoen cellen/ml wordt zelfs een melkproductiedaling van 24,2% gezien.(3)

Ongeveer 79-86% van de (subklinische) mastitis bij melkgeiten wordt veroorzaakt door Stafylokokken bacteriën.(1,2)  Deze bacteriën worden bij een hoog celgetal in grote hoeveelheden uitgescheiden in de melk. Naast het tankcelgetal kan het kiemgetal hierdoor stijgen, met het risico op een boete voor de veehouder tot gevolg. Enterotoxines geproduceerd door Stafylococcus aureus kunnen tevens gevaarlijk zijn bij het consumeren van rauwe melkproducten en zo een risico vormen voor de volksgezondheid.(4)  Daarnaast zorgt (sub)klinische mastitis voor een hoger vervangingspercentage, behandelingskosten en meer sterfte. Op een bedrijf met een tankcelgetal van 1.500.000 cellen/ml zou mastitis gemiddeld €78,- per geit per jaar kunnen kosten, bij een melkprijs van €0,63/kg.

Preventie en advisering

Subklinische mastitis is een lastig en kostbaar probleem. Voor dierenartsen is er een belangrijke rol weggelegd in de advisering rondom uiergezondheid op melkgeiten bedrijven. Preventie ligt in het voorkomen van overdracht tijdens het melken, zorgen voor een schone melk- en stalomgeving en het optimaliseren van de weerstand (het immuunsysteem) van de geiten. Belangrijke aandachtspunten bij een goede mastitis controleprogramma zijn het melken van jonge dieren eerst, het gebruik van dipmiddel na het melken, het gebruik van handschoenen tijdens het melken en laten controleren van de instellingen (vacuüm en pulsatie) van de melkmachine door een natte meting. Door 1 keer per maand de geiten voor te stralen bij het melken kunnen afwijkingen in de melk ontdekt worden en de geiten vervolgens worden ingedeeld in een hoog celgetal groep en/of de melk bacteriologisch worden onderzocht. Dieren met een aangetoonde infectie veroorzaakt door Staphylococcus aureus en/of een chronisch hoog celgetal (>2 miljoen cellen/ml) kunnen het beste zo snel mogelijk worden afgevoerd om verdere verspreiding te voorkomen.

 

(1); MORONI P. et al., Risk factors for intramammary infections and relationship with somatic celcount in Italian dairy goats. Prev. Vet Med 2005 Jul 12:69(3-4):163-73

(2); ARIZNABARRETA A. et al. Microbiological quality and somatic cell count of ewe milk with special reference to staphylococci. J. Dairy Sci. 85:1370-1375 (2002)

(3); PLEGUEZUELOS J. et al. Variation in Milk Yield, Contents and Incomes According to Somatic Cell Count in a Large Dairy Goat Population. J. Adv Dairy Res. 2015, 3:3

(4); JORGENSEN H.J., Mork, T., Hogasen, H.R., Rovik, L.M., 2005. Enterotoxigenic Staphylococcus aureus in bulk milk in Norway. J. Appl. Microbio l. 99, 158- 167.

Alle berichten van Hipra op Veearts.nl >>