Bacteriofagen, opvolger van antibiotica?

BacteriofagenBateriofagen en antibiotica komen in de natuur voor. Door een toenemend gebruik van antibiotica raakten de fagen in de vergetelheid. Nu, met een toename aan resistenties tegen antibiotica en weinig nieuwe middelen in het vooruitzicht, worden de bacteriofagen weer ‘van stal gehaald’. Gaan ze de antibiotica opvolgen?

Bacteriofagen, ook wel fagen genoemd, zijn virussen die bacteriën vernietigen. Al in 1926 werd dit fenomeen door een groepje Franse onderzoekers ontdekt. Nadien bleek dat iedere bacteriesoort en soms zelfs iedere bacteriestam zijn eigen specifieke faag heeft. Fagen zijn minuscule deeltjes die bestaan uit genetisch materiaal (DNA) en eiwitten. Ze zitten massaal in onze omgeving, ons eten, op onze huid en in ons maag-darmkanaal. Ze kunnen zich ontzettend snel vermenigvuldigen: een milliliter vloeistof met bacteriën kan na korte tijd honderden miljoenen fagen bevatten. Er zijn twee typen fagen: de ene gaat de bacterie in en maakt hem dood. Het andere type dringt in de bacterie en leeft erin. In de bacteriecel worden nieuwe fagen geproduceerd die vervolgens vrijkomen. Diverse onderzoekers testen fagen uit en kleine biotechnologiebedrijven richten zich volledig op de bacteriofagen.

Streptococcen suis

De bacterie Streptococcus suis bij varkens is wereldwijd een groot probleem. De bacterie kan hersenvliesontsteking, gewrichts­ontstekingen en longontsteking veroorzaken. De economische schade is dan enorm. Deze aandoening is in de varkenshouderij relatief de grootste ‘antibioticumslurper’ en daarom zijn alternatieve geneesmiddelen erg welkom.

Onderzoekers van Immuno Valley in Utrecht bestuderen of bacteriofagen deze streptococcen bestrijden. Voordeel van fagen boven antibiotica is dat ze erg specifiek zijn: ze ‘passen’ op één soort bacterie. Een bekend nadeel van fagen is dat ook hier een vorm van bacteriële resistentie kan ontstaan: de bacterie evolueert en de faag  ‘past’ niet meer. Het doel van de faagtherapie is de hoeveelheid streptococcen zo ver omlaag te brengen dat het varken de ziekte met zijn eigen afweer de baas kan. Jaap Wagenaar, projectleider en hoogleraar klinische infectiologie van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht: “We hebben het project afgerond en geconcludeerd dat we het sterke bacteriedodende effect dat de fagen in het laboratorium hebben, niet zien in het dier. De reden waarom dit zo is, is nog niet bekend.”

Een tegenvaller dus dat de fagen die in het laboratorium met succes de streptococcen te lijf gaan in het varken zelf niet werken.

MRSA

MRSA is een bacterie die ongevoelig is voor de meeste gangbare antibiotica. Vooral bij mensen met een sterk verminderde weerstand is een MRSA-infectie erg gevaarlijk. Hoogleraar farmacologie en toxicologie van de faculteit Dier­geneeskunde in Utrecht, Johanna Fink-Gremmels, weet dat deze MRSA-bacterie perfect gevoelig is voor specifieke fagen. “Als je de goede fagen gebruikt, kun je werkelijk uitstekend oppervlaktes behandelen en vrij maken van deze nare bacteriën. Maar je kunt met diezelfde fagen ook uitstekend oppervlakkige wonden behandelen.” Lastiger wordt het als deze bacterie in de organen zit. Fink: “Neem nu de salmonellabacterie bij vleeskuikens. Die zit in de darm. De bacterie veroorzaakt bij pluimvee zelden ziekte, maar is wel een zoönose. Mensen kunnen er ziek van worden.” Een faag tegen die salmonella’s is in Amerika toegelaten voor het decontamineren van de hele pluimveeslachtlijn en karkassen. Fink: “Het werkt prima op oppervlaktes en voorkomt dat de salmonellabacteriën die overal in de slachterij zitten op het vlees terechtkomen. Maar de Europese autoriteiten willen er niet aan. Ze denken dat het toelaten van dergelijke middelen voor het gebruik in slachterijen de boer een vrijbrief geeft om slordiger te gaan werken.” Fink vindt deze ziens­wijze van Europa ‘uit de tijd’.

“Fagen werken niet goed in levende dieren”, weet hoogleraar Fink. “Fagen zijn heel kleine deeltjes en bij binnenkomst in het lichaam reageert de afweer vaak met een soort van partikelontsteking die de fagen afvangt.” Fink ziet het momenteel als een grote uitdaging voor bedrijven die bezig zijn met fagen, om ze werkzaam te maken in het lichaam van een dier. “Ik denk dat er bijvoorbeeld nanotechnologie bij nodig is, maar dat moet nog verder uitgewerkt worden.”

Snelle werking

Fagen werken dus prima op oppervlaktes en ze kunnen hun werk, het doden van bacteriën, daar in luttele minuten doen. Fink: ”Fagen zijn een echt wondermiddel op oppervlaktes als wonden en infectieuze huidaandoeningen. Helaas hebben we nog geen goede mogelijkheden om fagen bijvoorbeeld in de longen te krijgen bij een luchtwegprobleem dat door bacteriën is veroorzaakt.” De grote farmaceutische bedrijven hebben weinig animo om fagen te ontwikkelen tegen dierziektes. Fagen zijn al lang uitgetest op mensen en daar bleek al dat de werking in de mens nihil was. Ook bij levende dieren is dat het geval. Kleinere biotechnologiebedrijven zien in fagen wel het ‘gat in de markt’. Micreos uit Wageningen is zo’n bedrijf. Directeur Mark Offerhaus ziet terdege mogelijk­heden bij levende dieren. “Ik denk dat we de fagentechnologie uitstekend kunnen­ benutten in de diergeneeskunde. Dat is de afgelopen tien jaar ook met succes gebeurd bij toepassingen in de voedselveiligheid en infectieziekten bij mensen.”

Hoogleraar Wagenaar ziet voor fagen wel mogelijkheden in de toekomst: “Voor specifieke bacteriën en doeleinden, zoals bij wondinfecties, zie ik wel mogelijk­heden voor de fagen. Ik zie fagen niet als opvolger van antibiotica in brede zin.”

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Partnerbericht door Hipra
Door: Redactie
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *