‘Bovag-stempel’ voor geitendierenartsen

Onze maatschappij hangt aan elkaar van de erkenningen. Van garagehouder tot bakker, ze hebben allemaal een stempel boven de voordeur die staat voor betrouwbaarheid, kwaliteit en kundigheid. Maar hoe is dat gesteld met de geitendierenartsen?

Dierenartsen staan in registers als zij voldoen aan afgesproken criteria. De beroepsorganisatie voor dierenartsen KNMvD in Houten beheert die registers en denkt mee over de verplichte eisen om in een register te mogen staan. Zo kennen de rundveedierenartsen het register van de zogeheten ‘geborgde rundveedierenarts’. Via het reglement van deze rundveedierenartsen wordt onder andere verplicht gesteld dat er een één-op-éénovereenkomst bestaat tussen rundveehouder en rundveedierenarts. Geitendierenartsen kennen een dergelijke borging niet. Is dat een probleem?

Centraal Kwaliteitsregister

De redactie van Geitenhouderij reist af naar het Brabantse Diessen om geitendierenarts Lonneke Delhaes te ontmoeten. Delhaes werkt in de maatschap Dierenartsen Midden Brabant en heeft zo’n twintig geitenhouders als klant. Delhaes: “Ik ben in 1993 in deze dierenartsenpraktijk begonnen en kreeg al snel een passie voor de geitensector. De laatste jaren ben ik voor 70 procent van mijn tijd actief in de geiten en de resterende werktijd besteed ik aan rundveebedrijven.”

Drie jaar terug begon Delhaes vaste bedrijfsbegeleiding aan te bieden bij haar geiten­boeren. “Ik kom, als je zo’n abonnement bij ons neemt, één keer per zes weken op het bedrijf en voor elk bezoek bedenk ik samen met de geitenhouder een onderwerp waar we ons op focussen. Bijvoorbeeld de administratie die hoort bij KwaliGeit, maar het kan ook gaan over de opfok van jonge geitjes of wormenonderzoek.” Op dit moment zit de helft van Delhaes’ klanten in dit systeem van reguliere bedrijfsbegeleiding. “Ik heb dit systeem gekopieerd van de melkkoeien­sector.”

Voervoorlichter

Delhaes is er, naast deze reguliere begeleiding, voorstander van om minimaal één keer per jaar op een bedrijf het gesprek aan te gaan samen met de voorlichter van melkpoeder en met de voervoorlichter. “We hebben voldoen­de raakvlakken en aanvullende expertise om samen een nog beter advies aan de geitenhouder te geven.” De beroepsorganisatie voor dierenartsen KNMvD heeft kwaliteitsregisters voor dierenartsen opgezet in een database juist voor de borging van een stuk kwalitatief werken en voor de verplichtstelling van voldoende nascholingscursussen. Voor de melkgeitensector bestaat de regeling GVP Melkgeiten waarbinnen het programma KwaliGeit valt. Maar KwaliGeit gaat over een kwaliteitssysteem voor inzamelaars, verwerkers en geitenhouderijen. En niet over het werken van de dierenarts zelf. Is daar wel behoefte aan vanuit de sector, vragen wij geiten­dierenarts Delhaes. “KwaliGeit verplicht de geitenhouder om één keer per kwartaal een bedrijfsbezoek te hebben van zijn dierenarts. De kennis en kunde van de dierenarts zit in de invulling van een dergelijk bezoek. Die kwaliteit is niet echt meetbaar en de behoefte is per geitenhouder verschillend. Ik houd altijd in het achterhoofd dat zo’n kwartaalbezoek slechts een momentopname is.”

Nascholing

Dierenarts Delhaes is erg duidelijk als het gaat over nascholing van de dierenarts. “Onze praktijk heeft altijd voldoende budget gehad om nascholing te organiseren voor de dierenartsen. Ik vind het broodnodig om jezelf continu te blijven scholen in nieuwe zaken die je werk ten goede komen. Dat is een must.” Delhaes is iets minder te spreken over het ‘dwingend opleggen’ van scholing door de vereniging van dierenartsen. “Ik vind dat de dierenarts zelf het best weet welke scholing hij nodig heeft en dat moet je niet van buitenaf per onderwerp gaan opleggen.”Voor rundveedierenartsen is het anders georganiseerd dan voor geitendierenartsen. “Een van de eisen voor de geborgde rundveedierenarts is het verplicht volgen van een basiscursus voor dierenartsen. Dat geldt nog niet voor de geitendierenartsen.”Overigens begrijpt Delhaes maar al te best dat de borging van jouw kwaliteit als dierenarts geen kwaad kan. “We moeten natuurlijk naar de boer en de buitenwereld kunnen  verantwoorden dat we kwaliteit leveren. Als dat niet lukt zou ik mijn geweten tarten en ermee stoppen.”

‘Vlieguren’

Net als bij piloten komt de ervaring met het aantal ‘vlieguren’. En om je vliegbrevet te behouden moet je verplicht een aantal vlieguren per jaar maken. Dat type verplichting is dus niet van toepassing voor de geitendierenartsen. “Ik denk wel dat een dierenarts met twee of drie geitenbedrijven nooit zo goed kan worden als iemand die een groot deel van zijn tijd aan de geitenbedrijven besteedt.” Delhaes vertelt dat ze zich, juist omdat ze zoveel uren per week met geiten werkt, inhoudelijk kan verdiepen in die sector­. Zij pleit voor een landelijke club van geitendierenartsen die elkaar scherp houden en kennis uitwisselen.

Een woordvoerder van de KNMvD weet dat er voor geitendierenarten nog geen verplichte nascholing is. “Misschien gaat die er komen, maar we zijn eerst begonnen met de grotere sectoren als de rundvee- en varkenssectoren.” Op de site van de KNMvD vinden we wel een lange lijst van meer dan tweehonderd ‘dierenartsen geit’ die staan ingeschreven in het GVP-melkgeitenregister. Volgens de KNMvD-woordvoerder kan een melkgeitenhouder altijd het best voor een bedrijfsdierenarts kiezen die staat ingeschreven in het GVP-melkgeitenregister. “Dan weet je als geitenhouder zeker dat deze dierenarts werkt onder de voorwaarden van KwaliGeit.”Terug naar het gesprek met Lonneke Delhaes. “Iedere geitendierenarts in ons land heeft zich het specifieke vakgebied in feite deels zelf aangeleerd. Met de wettelijke basis van KwaliGeit en de geborgde rundveedierenarts hebben we genoeg kaders voor ons werk. Zo’n 90 procent van de geitendierenartsen heeft immers ook klanten in de rundveesector. De gestructureerde manier van werken bij koeien zet je over op de geitensector.”

Dit artikel werd gepubliceerd in vakblad Geitenhouderij.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: