Psittacose onderschat bij mens en pluimvee

Naast salmonella, campylobacter en aviaire influenza is er nóg een beduchte pluimveezoönose die ernstige ziekteproblemen kan opleveren bij de mens: Chlamydia psittaci.

Door Teun Fabri, dierenarts pluimveegezondheidszorg bij de Gezondheidsdienst voor Dieren

Er bestaat bij pluimvee een aantal infecties die ook bij de mens ziekteproblemen kunnen veroorzaken. De bekendste zijn salmonella en campylobacter. Twee bacteriën die  bij de mens ernstige darmklachten kunnen veroorzaken. Voor de sector is de mogelijke aanwezigheid van deze bacteriën de reden geweest een actieplan te ontwikkelen. Deze is uitgewerkt in de verschillende IKB’s.

Papegaai

Papegaaienziekte (psittacose) kan bij bijna alle tamme en wilde vogels, alsmede commercieel pluimvee, voorkomen. Van de vogels die de ziekte verspreiden behoort ongeveer de helft tot de papegaai-achtigen (kromsnavels). Foto: shutterstock

Van de virale infecties is met name aviaire influenza (AI) van belang. Gelukkig kunnen niet alle AI-virussen ziekteproblemen veroorzaken bij de mens, maar bij verdenkingen zal de specialist van de NVWA altijd navraag doen of er ziekteproblemen binnen het gezin van de pluimveehouder voorkomen. De GG en GD wordt geïnformeerd bij verdenkingen bij pluimvee om op de hoogte te blijven van de aanwezigheid van een mogelijke bron van voor de mens kwaadaardige virussen. Maar er is nog een ziektekiem die ernstige ziekte­problemen kan opleveren bij de mens en tot nu toe onderbelicht is gebleven: Chlamydia psittaci. Deze bacterie, die zich in de cel van een geïnfecteerde gastheer ophoudt, is verantwoordelijk voor psittacose of ornithose bij vogels en psittacose of papegaaienziekte bij de mens.

Alle typen gevaarlijk voor mens

Chlamydia psittaci is een bacterie waarvan we negen verschillende types kennen, die worden onderverdeeld in de letters van het alfabet. Elk type heeft zijn eigen gastheren. Opvallend is dat alle bekende typen van Chlamydia psitacci ook bij de mens zijn vastgesteld en daar problemen kunnen veroorzaken. Chlamydia psittaci is geïsoleerd uit meer dan 467 vogelsoorten verdeeld over 30 vogelorden. Zij vormen het reservoir vanwaaruit de bacterie zich kan verspreiden naar commerciële vogels.  Onderzoek in Zweden heeft aangetoond dat 1,2 procent van de onderzochte vogels, voornamelijk eenden, drager bleek te zijn van de bacterie.

Kalkoen wel ziekteverschijnselen

Chlamydia psittaci-infecties komen bij vogels, inclusief pluimvee, waarschijnlijk veel voor, maar over het algemeen zijn er geen ziekteverschijnselen; de vogels zijn dan zogenaamde dragers. Deze dragers kunnen maandenlang geïnfecteerd zijn. Met name kalkoenen kunnen toch duidelijk ziek worden met als verschijnselen: algemeen ziek zijn met verminderde voeropname, diarree en ademhalingsproblemen met neusuitvloeiing. Dit is ook het pluimveetype waarbij in Europa alle verschillende typen ooit zijn vastgesteld. Het duurt drie dagen tot meerdere weken na infectie voordat de ziekteverschijnselen optreden. In het geval dat er daadwerkelijk ziekteverschijnselen ontstaan is er sprake van een systemische infectie waarbij de bacterie in verschillende organen aanwezig is. Vaak zijn er dan verschijnselen van het oog, oogslijmvlies en bindvliesontsteking, verschijnselen van het digestiesysteem, met name diarree, en afwijkingen van het ademhalingssysteem, vooral kortademigheid en neusuitvloeiing. Geïnfecteerde dieren verspreiden de kiem via de mest, huidcellen en via waterdruppels in de adem­halingslucht (aerosolen). Per gram mest kunnen wel 100.000 kiemen aanwezig zijn. Uitscheiding van de ziektekiem is niet continu, maar intermitterend: er zijn momenten dat de ziektekiem wel wordt uitgescheiden en momenten dat hij niet wordt uitgescheiden. Stress speelt hierbij een belangrijke rol. De bacterie heeft buiten de gastheer een speciale vorm waardoor die beschermd is tegen uitdroging en daardoor maanden infectieus kan zijn. De bacterie blijft infectieus in kadavers en is aanwezig in karkassen voor een periode van meer dan een jaar.

Besmettingen bij de mens

Mensen infecteren zich door het inhaleren van geïnfecteerde aerosolen, mest- of stofdeeltjes of huidschilfers van besmette dieren. Ook orale opname van deze deeltjes is mogelijk. Het ontbreken van specifieke ziekteverschijnselen van dragers vormt een groot risico van verspreiding van de bacterie naar de mens. Een stijging van het aantal humane gevallen van papegaaienziekten in het eerste half jaar van 2013 in Zweden werd verklaard door dat de meeste van de patiënten vogels bijvoerden en zodoende contact hadden met mest. Door de strenge winter (stress) zou de uitscheiding van Chlamydia psittaci door geïnfecteerde foeragerende vogels groter zijn. Onder de risicogroepen vallen onder andere de houders, maar ook dierenartsen en medewerkers van slachterijen. Bij de mens duurt het na infectie vijf dagen tot vier weken voordat er ziekteverschijnselen optreden: koorts (tot 40,5 °C), rillingen, hoofdpijn, algemeen ziek, spierpijn, keelpijn, hoesten (bloederig slijm), kortademigheid, oogbindvliesontsteking en huiduitslag. Als complicatie kan met name longontsteking optreden. Ongeveer 5 procent van de ziekenhuisopnames met longontstekingen wordt veroorzaakt door Chlamydia psittaci. Incidenteel kunnen ontstekingen van de hartspier ontstaan. Ook hersenvliesontsteking, gewrichtsontstekingen, leverontsteking en afwijkingen in het bloedbeeld kunnen voorkomen. Het kan uiteindelijk leiden tot een coma en de dood. De prognose is afhankelijk van de behandeling, de vroegtijdigheid van de therapie, de onderliggende ziektesituatie bij de patiënt en de kwaadaardigheid van de kiem. Langdurige behandeling met antibiotica is levensreddend; de sterfte ondanks gebruik van antibiotica bedraagt minder dan 1 procent. Bij zwangerschap stijgt dat naar 7 procent met een sterfte­percentage van 80 procent bij de foetus.

Er ontstaat geen langdurige beschermende immuniteit na het doormaken van de ziekte waardoor men de ziekte, na opnieuw contact­ weer kan krijgen.

Slachterijmedewerker vaak besmet

Psittacose bij de mens is een wereldwijd verspreide ziekte. Meestal betreft het een Chlamydia psittaci type A-infectie en gaat het om los van elkaar staande infecties waarvoor in ongeveer 75 procent van de gevallen een contact met vogels kan worden aangetoond. In Nederland vond men (1986) bij 10 tot 15 procent van de parkieten de chlamydiabacterie in de mest. Ook besmettingen vanuit duiven blijkt regel­matig tot problemen te kunnen leiden en dan betreft het type B. Besmettingen vanuit commercieel pluimvee, en dan met name type C en D, is echter niet ondenkbaar en reeds meerdere malen aangetoond. Met name in België is, door de universiteit van Gent, uitgebreid onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van Chlamydia psittaci bij pluimvee en bij mensen die regelmatig contact hebben met bedrijfspluimvee. Bij een onderzoek op 8 pluimveebedrijven bleek dat bij 69 van de 80 stallen een positieve isolatie mogelijk was en dat 14 van de 16 aanwezige werknemers de bacterie bij zich droegen. Medewerkers van de slachterij blijken vaak besmet te zijn. Bij een leghennenslachterij was 6 tot 6,7 procent van de medewerkers geïnfecteerd. Op een kalkoenenslachterij was dit zelfs 61 tot 87 procent, waar met name type D bleek voor te komen. In Nederland wordt niet routinematig gekeken naar de aanwezigheid van Chlamydia psittaci bij bedrijfspluimvee, maar uit bloedonderzoek is gebleken dat ook bij ons de bacterie bij commercieel pluimvee voorkomt. Preventie tegen papegaaienziekte in stallen en volières moet vooral gericht zijn op het voorkomen van het inademen van de ziektekiem (mondkapjes). Bij sectie is het verstandig het kadaver, met name bij hobbypluimvee en duiven, voor het uitvoeren van de autopsie nat te maken met een sopje van water en zeep.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: