Vaker ziektesymptomen veroorzaakt door bordetella-bacteriën

Klinische snuffelziekte (AR), een combinatie van pasteurella- en bordetella-bacteriën, komt nog maar sporadisch voor. Diverse dierenartsen melden wel vaker ziektesymptomen bij jonge biggen die worden veroorzaakt door bordetella-bacteriën.

Door: Frank de Vries

Snuffelziekte

Aangetaste neusschelpen en neustussenschot door snuffelziekte. Foto: Lintjeshof.

Recente inzichten bevestigen dat de Bordetella bronchiseptica-bacterie pathogeen is bij met name jonge biggen”, stelt dierenarts Herman Prüst van het Spaanse veterinaire bedrijf Hipra. “De toxinevormende Pasteurella multocida, de andere kwaaie pier in het snuffelziektebeeld, is vrijwel verbannen uit Nederland.” Tegenwoordig worden twee soorten snuffelziekte onderscheiden: de progressieve atrofische rhinitis en de non-progressieve atrofische rhinitis.

Kapot slijmvlies

De bordetella-bacterie kan het neusslijmvlies van jonge biggen beschadigen. Bij oudere biggen worden deze afwijkingen niet gezien, stelt Prüst. Op vrijwel alle varkensbedrijven komt de bacterie voor. Een slecht stalklimaat in combinatie met veel stof en ammoniak, maken de biggen vatbaarder voor de bordetella, weet varkensdierenarts Karien Koenders van dierenartsenpraktijk Lintjeshof. “Koude luchtval over het biggennest in het kraamhok heeft ook een slechte invloed, daar gaan de biggen ook van hoesten en niezen.”

Als de bacterie de kans krijgt beschadigt hij de neusslijmvliezen met als gevolg vrije toegang voor andere bacteriën of virussen, zoals mycoplasma’s, App of PRRS.
Prüst hoort van diverse varkensdierenartsen dat dit beeld van snuffelziekte in opkomst is. “Ik denk dat het antibioticumreductiebeleid daarvan mede de oorzaak is.” Vroeger kregen de zeugen nog weleens een preventief kuurtje, nu mag dat niet meer. Dat betekent dat de zeug gemakkelijk de bordetella kan overdragen naar haar biggen met alle gevolgen van dien.” Ook het antibioticumgebruik bij de jonge biggen is de laatste jaren enorm aan banden gelegd en kan mede oorzaak zijn voor de opkomst van de bordetella.

Varkensdierenarts Cees Veldman van Dierenartsenpraktijk Horst e.o. ziet soms wat korte neuzen, traanstrepen en niezen bij batterijbiggen. Veldman: “Bij onderzoek met swabs halen we hier de bordetella uit, maar die bacterie komt sowieso bijna op alle bedrijven voor.” Ook Veldman denkt dat de bacterie misschien meer ‘ruimte’ krijgt doordat er minder tegen snuffelziekte wordt gevaccineerd en er niet meer preventief wordt gekuurd bij biggen. Hij adviseert lang niet altijd om te gaan vaccineren tegen snuffelziekte als hij symptomen als niezen ziet op de batterij. “Het vaccineren tegen snuffel is vaak een handelsgedreven fenomeen. Bepaalde handelaren willen AR-gevaccineerde biggen hebben.”

Beeld

Prüst is in varkensstallen geweest met niezende biggen van twee à drie weken oud. Ze niezen door tot een leeftijd van acht weken, het laatste stuk van de batterij. Traanogen, snotneuzen zijn de beelden van dergelijke biggen op de batterij. “Door die aandoeningen zie je vaker luchtwegaandoeningen bij de biggen, doordat de kiemen betere kansen hebben om aan te slaan in kapot neusslijmvlies.”
Op een leeftijd van acht tot tien weken ontstaat er een leeftijdsimmuniteit voor de bordetella, stelt Prüst.

Praktijkervaringen

De Suvita varkensartsen geven aan dat ze per saldo niet meer klachten door AR zien dan bijvoorbeeld tien jaar geleden: “Nee, ik herken het bordetella-fenomeen niet”, zegt varkensarts Gerard van Eijden. “Ik heb ook altijd begrepen dat over de pathogeniciteit van bordetella wordt getwijfeld.”

Varkensarts Arjen van Veenhuisen is op twee bedrijven het beeld van bordetella-beschadigingen tegengekomen. “Ik zag op een vleesvarkenbedrijf biggen met een pijnlijke neusspiegel waardoor ze minder voer opnamen en dus trager gingen groeien. Zo’n 3 tot 5 procent van de biggen nieste. Op dat moment hebben we niet veel gedaan omdat ik niet geloofde dat de ‘snuffelziekte nieuwe stijl’ veel schade zou veroorzaken. Het niezen verdween vanzelf.” Ook bij een vermeerderaar zag Van Veenhuisen niesende biggen op de batterij. Op beide bedrijven worden weinig antibiotica gebruikt, maar de dierenarts kan niet zeggen dat de lage medicatie een rol speelt bij deze vorm van snuffelziekte.

Varkensarts Jan Boer herkent het niezen en snuiven bij de biggen in de tweede helft van de kraamstal ook. Het antibioticum Draxxin deed de klachten enorm verminderen. Bij sectie zag de dierenarts rhinitis en atrofie van het neuskraakbeen. Hij denkt dat stof, ammoniak en PRRS mede een rol spelen in dit ziektebeeld.

Biestopname

Ex-varkensdierenarts Martin de Jong van de Gezondheidsdienst voor Dieren denkt dat de her en der voorkomende problemen met bordetella bij de biggen juist een verklikker is dat de dieren te weinig biest hebben opgenomen. De Jong: “Ik denk dat grote tomen een slechtere biestopname in de hand werken.” De Jong is ervan overtuigd dat je de bordetella-problematiek niet louter oplost door te vaccineren. Hij stelt dat als je de biestopname op je bedrijf niet verbetert, de vaccinatie alleen geen soelaas biedt. Ook in autovaccins met bordetella ziet De Jong weinig.

Dierenarts Koenders ziet een duidelijke toename van aangetaste neuzen bij jonge biggen en batterijbiggen. “Zelfs bij geslachtsrijpe vleesvarkens zien we meer afwijkende neuzen. We onderzoeken regelmatig in de vorm van een project via een score-systeem koppen van geslachte vleesvarkens en beoordelen dan neusschelpen en neustussenschotten.” Koenders ziet regelmatig bedrijven met zeer veel afwijkende neuzen in de slachtlijn. “Dat heeft natuurlijk zijn impact op de productieresultaten.” Koenders is stellig als ze zegt dat door zeugen in de dracht te vaccineren, de biest verrijkt wordt met extra antistoffen tegen pasteurella of bordetella. “Maar als je biestvoorziening niet in orde is, is vaccinatie weggegooid geld.”

Snuffelziekte (AR)
Atrofische Rhinitis (AR) is een ontsteking van de neus. Hierdoor worden de neusschelpen aangetast, die vervolgens geheel of gedeeltelijk verdwijnen. Ook het neustussenschot wordt aangetast. Dit resulteert in een afwijkende neusvorm (korte, rimpelige, scheve neuzen). Als gevolg van deze aandoening is de “filterwerking” van de neus (sterk) verminderd, waardoor schadelijke stoffen en gassen gemakkelijker in de longen kunnen komen. De aandoening kenmerkt zich door proesten, niezen, bloedneuzen, traanstrepen en korte en/of kromme neuzen. Als gevolg van de ontsteking nemen de varkens minder voer op en vermindert de groei. De ziekte wordt veroorzaakt door AR veroorzakende Pasteurella multocida (Pm) bacteriën en Bordetella bronchiseptica (Bb) bacteriën. De AR veroorzakende Pm scheidt een gifstof uit, het DNT genoemd die de neusschelpen en neustussenschot van het varken aantast. Ook de Bb maakt een gifstof die het neustussenschot en de neusschelpen aantast. De Pm-bacteriën kunnen verdeeld worden in verschillende soorten. De soort die AR veroorzaakt wordt ook wel Pm-plus genoemd en veroorzaakt een progressief verlopende AR. Pm-plus kan bij varkens tot circa 2 jaar oud nog AR veroorzaken. De Bordetella bronchiseptica komt zeer algemeen voor in de neus bij varkens en kan bij biggen tot circa zes weken aantasting van de neusschelpen veroorzaken. Het gif van de bacterie veroorzaakt in het algemeen slechts geringe afwijkingen aan de neus en geeft geen of weinig groeivertraging. Deze vorm van AR kan weer (ten dele) herstellen en is niet progressief. Eenmaal binnen een bedrijf wordt de ziekte meestal verspreid via proesten en niezen, van varken naar varken.
Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: