Dierenarts bankier noch deurwaarder

Ondanks de nieuwe zakelijkheid blijft het onvermogen van veehouders om hun betalings­verplichtingen na te komen een precaire zaak, waarover terughoudend gesproken wordt. Rabobank, incassobureau Juris-dictie en de voorzitters van KNMvD Vakgroep Varken en Rund en het CPD geven een inkijk.

Door Marjan Leneman

Varkens- en melkveehouders vragen politieke aandacht in Den Haag, Brussel en Parijs, omdat ze enerzijds gebonden zijn aan kostprijsverhogende politieke regelgeving en anderzijds voor hun inkomsten aangewezen worden op de vrije markt. Het speelveld binnen Europa is niet voor alle producenten gelijk. De publieke opinie is vooral in Nederland en Scandinavië verschoven naar een product met een concept van gezond en veilig, dierwelzijn, groen of ambachtelijk, maar de consument is in meerderheid (nog) niet genegen er voor te betalen. Tweederde van de varkens- en melkproductie is bestemd voor export. In de importerende landen speelt duurzaamheid en welzijn nog een minder grote rol. Toch houden overheid, banken en verwerkingsindustrie in hun beleid rekening met de Nederlandse publieke opinie, omdat het publieke imago van de sector bepalend is voor de ‘licentie om te mogen produceren’ in Nederland. De Rabobank, die 80 procent van de 5.000 varkensbedrijven en 84 procent van de 17.000 melkveebedrijven in Nederland financiert, spreekt bij een investeringsbeslissing over maatschappelijke afschrijving naast de gebruikelijke economische afschrijving. Het betekent dat bij bijvoorbeeld het bouwen van een stal ingeschat wordt hoe lang deze zal blijven beantwoorden aan te verwachten welzijns- en duurzaamheidsnormen in de samenleving. Dat kan korter zijn dan de economische rentabiliteit. Veel varkenshouders en in mindere mate melkveehouders hebben door de lage prijzen liquiditeitsproblemen gekregen.

Liquiditeitsproblemen

De Rabobank geeft geen cijfers per sector vanwege de concurrentiegevoeligheid van die informatie. Wel geeft ze kwartaal­informatie over de eigen positie. Van alle 225.000 bedrijven die ze financiert, schommelt het aantal onder bijzonder beheer rond 12 procent. De sectoren worden­ ingedeeld als zijnde daarboven of -onder. De varkenssector zit erboven en de melkvee­sector eronder. Bijzonder beheer betekent dat de bank met de ondernemer een nieuw perspectief ontwikkelt, waarmee het bedrijf 10 tot 15 jaar verder kan. In 65 procent van de gevallen lukt dat. Van de overige 35 procent gaan niet alle bedrijven failliet, maar informatie over faillissementen geeft de bank niet. Niet elke veehouder met liquiditeitsproblemen is overigens onder bijzonder beheer. Rabobank-sector­managers Koen van Bergen (varkenshouderij) en Marijn Dekkers (melkveehouderij) geven een schatting van respectievelijk 1 op 5 en 1 op 10 voor de bedrijven die moeite met hun betalingsverplichtingen op korte termijn hebben.
Dekkers: “1 op 10 is gangbaar. De melkprijs ligt zo’n driekwart jaar onder het langetermijngemiddelde van 34,5 cent en heeft er de afgelopen vier jaar boven gezeten. Tussen 2008 en 2014 is er een investeringsgolf geweest, waarmee melkveehouders inspeelden op quotumvrij melken, maar de systemen van eind jaren zeventig en begin jaren tachtig waren ook gewoon af­geschreven. Bedrijven die afgelopen jaar gegroeid zijn of geïnvesteerd hebben, kunnen­ extra liquiditeit nodig hebben, maar dat geldt ook voor bedrijven met een te hoge kostprijs.

Voor bijfinancieren geldt dezelfde toets op langetermijncontinuïteit als bij een financieringsaanvraag.” Voor de varkenssector geldt nog altijd de varkenscyclus. De vraag in Europa is gestabiliseerd en het aanbod is in Nederland gebonden aan productierechten, terwijl dat elders niet het geval is. Het Hollandse varken wordt goed vermarkt, maar is niet immuun voor het overaanbod.

Kathinka Chardon is eigenaar-directeur van Juris-dictie, incassobureau voor de medische sector, dat voor 250 veterinaire praktijken (70 procent) de incasso’s verzorgt. Ze ziet bij elke crisis de onbetaalde rekeningen toenemen, ongeacht of het om ziekte-uitbraken, wetgeving of financiële crises gaat. Het aantal rekeningen uit de paardenbranche spant al langere tijd de kroon, gevolgd door de varkensbranche met een stijging in de laatste twee à drie jaar. Daarna volgt de melkveesector. In aanmerking genomen dat veel van de paarden­rekeningen voor particulieren zijn en dat er zo’n 12.000 meer rundveebedrijven zijn dan varkensbedrijven, rijmen de schattingen van de bank en de aantallen incasso’s met de observaties en indrukken van Frans Dirven, (voorzitter CPD), Mark van der Heijden (voorzitter KNMvD Vakgroep Rund) en John Vonk (voorzitter KNMvD Vakgroep Varken). Alle drie geven aan dat het niet een onderwerp is waar men graag mee naar buiten treedt, maar ze hebben toch enige navraag gedaan. Dirven: “Voor melkvee zien we nu nog geen stijging, maar over het afgelopen jaar is ruw geschat een toename van 50 procent te zien in de hoogte van het totaal aan onbetaalde bedragen bij de varkensrekeningen.” Van der Heijden beaamt dat het in de melkveehouderij nog niet zo speelt. “Het inkomen van melkveehouders fluctueert en er zijn dit najaar grote uitgaven te verwachten voor loonwerk bij de maisoogsten en de nabetaling op de superheffing van 2014. Maar er zijn tot dusver bij de KNMvD nog geen klachten over betalingsproblemen binnengekomen.” Vonk heeft de indruk dat het percentage varkens­bedrijven in zwaar weer op zo’n 30 procent ligt, dus 10 procent hoger dan dat er bedrijven bij de Rabobank aankloppen.

Opgebouwd vertrouwen

In de zakelijke relatie tussen veehouder en dierenarts en ook tussen varkenshouders onderling speelt vertrouwen en duurzaamheid van de relatie een belangrijke rol. Als de relaties lang bestaan, worden ze niet zo gemakkelijk beëindigd. Dit speelt vaker tussen oudere veehouders en dierenartsen dan jonge, en vaker in de melkveehouderij dan in de varkenshouderij. Bij een relatie waarin het sociale en economische vervlochten zijn, wordt in geval van financiële nood vaak een beroep op het sociale kapitaal gedaan, waarmee de dierenarts in de rol van bankier terecht kan komen. Zowel Juris-dictie als de Rabobank raden dierenartsen af de rekeningen op te laten lopen. De vertrouwensrelatie kan juist het best ingezet worden om de veehouder de situatie onder ogen te laten zien en aan te zetten vroegtijdig stappen te ondernemen. Dekkers en Van Bergen: “Het is beter als de bank zo vroeg mogelijk gebeld wordt. Er is niemand bij gebaat als de schulden oplopen, ook de veehouder niet. De dierenarts heeft vaak niet het volledige bedrijfseconomische plaatje, maar kan door regelmatige begeleiding wel als een van de eersten signaleren of er technische of financiële problemen spelen.“ Varkensartsen Vonk en Dirven nemen waar dat de financieringsbereidheid van de banken is veranderd. Zowel Vonk als Dirven hebben tot enkele jaren geleden nooit faillissementen meegemaakt en sindsdien respectievelijk vier in vier jaar en vijf in drie jaar tijd. Daarbij merkt Vonk dat relaties tussen fokker, vermeerderaar en mester door financiële spanning onder druk komen te staan. “Afnemers van biggen zijn veel kritischer op de uitkomsten van de monitoring door de dierenarts. Die uitkomsten worden in goede tijden benut om met elkaar de kwaliteit en het rendement te verbeteren, terwijl men er nu vaker voor kiest elkaar voor het blok te zetten. Dat heeft heel acute en drastische effecten op de financiële situatie.” Dat de banken vanwege de hogere kapitaaleisen niet meer toeschietelijk zouden zijn met het verstrekken van leningen, weerlegt algemeen woordvoerder van de Rabobank Marie Christine Reusken. “De investeringsvisie is wezenlijk onveranderlijk en ook niet gebonden aan een sector. Voor elk ondernemingsplan afzonderlijk wordt gekeken naar hoe waarschijnlijk het is dat er een voldoende positief rendement zal zijn op een termijn van 10 tot 15 jaar. Wat wel is veranderd, is de maatschappelijke afschrijving die nu meegewogen wordt. En wat nog staat te veranderen, is dat de bank steeds minder vaak 100 procent bancaire leningen zal verstrekken. In andere sectoren worden crowdfunding en private equity al wat meer gecombineerd met bancaire kredietverstrekking. Voor Food & Agri zullen­ we dat ook meer gaan tegenkomen. De kapitaaleisen hebben wel gemaakt dat we ons wat strikter aan ons eigen al bestaande investeringsbeleid zijn gaan houden.”

Open communicatie

Het stappenplan om een onbetaalde rekening­ toch betaald te krijgen, begint bij de eerste factuur. In 2012 is er incasso­wetgeving gekomen. Om in het uiterste geval een betaling via de kantonrechter af te kunnen dwingen, moet er een correcte en klantvriendelijke procedure zijn uit­gevoerd. Chardon: “Als incassobureau probe­ren we te voorkomen dat het uitloopt op een rechtszaak, en als medisch incassobureau streven we ernaar de vertrouwensrelaties te sparen, zodat terugkeer naar de eigen dierenarts, of dan toch in elk geval een andere dierenarts in de buurt, mogelijk is. Voor ons begint het met controleren of de juiste administratieve stappen zijn genomen en of er correct is gecommuniceerd. Zijn er een aanmaningsbrief en een tweede brief voor een regeling in begrijpelijk Nederlands en met redelijke betalingstermijnen geweest? Is er een klachten­procedure en is daarop gewezen voor de gevallen dat er dispuut bestaat over de correcte uitvoering van een behandeling of de redelijkheid van de prijs? Als dat op orde is, zien we het als onze taak te achterhalen waarom er niet betaald wordt. Daarna proberen we te komen tot een best passende regeling. We zijn van de zachte hand en de lange adem, ten dele uit medemenselijkheid – we zien mensen in nood – maar ook omdat het de beste kansen geeft om uiteindelijk toch de rekening betaald te krijgen. Er zijn dierenartsenpraktijken die liever een kortere weg nemen, bijvoorbeeld omdat ze toch al van de klant willen scheiden en voor de juridische uitweg kiezen. Voor die dierenartsenpraktijken is het van extra belang dat ze hun procedure op orde hebben, want een rechter controleert feitelijk alleen of de juiste procedure is gevolgd.” Vonk vindt dat je als praktijk beter zuinig kunt zijn op je klanten en dat dat inhoudt dat je meedenkend bent en tevens finan­cieel zakelijk en duidelijk. In zowel de varkens­houderij als de melkveehouderij is het inmiddels gemeengoed om met contrac­ten en abonnementen te werken, waarin de betalingscondities zijn aangegeven. Bij alle drie de practici is het gebruik om de financiële afwikkeling niet door de behandelend dierarts te laten doen. Bank en incassobureau geven hetzelfde advies: word geen bankier of deurwaarder, maar signaleer, ga het gesprek aan en stel alle communicatiekanalen open. Een goede communicatie is voorwaarde voor het gezond houden van zowel de vertrouwensrelatie als de financiële relatie.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: