Niet alle esdoornsoorten gevaarlijk voor paarden

Niet alle esdoornsoorten zijn gevaarlijk voor paarden. Dat hebben de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en RIKILT Wageningen UR onderzocht. Na het eten van esdoornbladeren kunnen paarden atypische myopathie krijgen.

Atypische myopathie is een ernstige spieraandoening die kan optreden na het eten van de esdoornbladeren, -zaden en/of spruiten.  De oorzaak van atypische myopathie is de stof hypoglycine A, die soms wel en soms niet in de esdoorns aanwezig is. Voor eigenaren van paarden met esdoorns rond hun weidelanden en paddocks is het dus belangrijk om te weten met welke soorten esdoorns ze te maken hebben. De onderzoekers deden een oproep naar paardeneigenaren om monsters van hun esdoorns toe te sturen. Zij ontvingen 278 monsters van de 3 meest voorkomende soorten esdoorns in Nederland, de gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), de veldesdoorn of Spaanse aak (Acer campestre) en de Noorse esdoorn (Acer platanoides). In alle zaden, bladeren en spruiten is de concentratie hypoglycine A gemeten. Bij de veldesdoorn en de Noorse esdoorn werd de gifstof niet aangetroffen. Daarentegen bevatte elk monster van de gewone esdoorn wel hypoglycine A. Het lijkt er dus op dat de veldesdoorn en de Noorse esdoorn zonder bezwaar rondom een weide of paddock kunnen staan.

In West-Europa sterven jaarlijks vele honderden paarden aan atypische myopathie (ook wel ‘weidemyopathie’ genoemd). Vroeger stierven vrijwel alle paarden aan deze aandoening. Tegenwoordig wordt de aandoening eerder onderkend en sneller behandeld. Toch is het percentage dieren dat er aan sterft volgens de faculteit Diergeneerskunde nog steeds 70 procent.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: