Tuchtcollege: waarover je mag klagen

Iaira Boissevain, Advocaat Praktisch Dierenartsrecht bij BVDV, schrijft in vakblad Veearts over waarover mag worden geklaagd bij het Veterinair Tuchtcollege. Boissevain schrijft op persoonlijke titel.

Het lijkt voor de hand liggend, maar is het – blijkbaar – niet altijd: tuchtrechtelijke klachten over een dierenarts, of die nu door een dierhouder of door de klachtambtenaar worden ingediend, mogen alleen gaan over het dier-geneeskundig handelen van de dierenarts in kwestie. Klinkt logisch, maar betekent dat de klacht dus niet met losse flodders op de hele praktijk mag schieten, dat de (hoogte van de) rekening niet door het tuchtcollege wordt behandeld, dat het geen zin heeft om met foto’s van het grafje van je huisdier aan te komen zetten, en dat protesten tegen minder elegante uitlatingen van de dierenarts elders thuishoren. Een goede praktijkvoering staat of valt met communicatie. Niet altijd makkelijk, want je ging diergeneeskunde studeren vanwege de dieren, niet vanwege de eigenaren die erbij horen. Het zijn echter wel de eigenaren die de veearts bellen, en die de rekening betalen.

Hij is dood, wilt u pinnen?

Klachten dat de dierenarts nogal bot is (‘hij is dood, wilt u pinnen?’), of onaardige dingen zegt over het dier, of allerlei minder fraaie taal uitslaat als het dier slaat, bijt, krabt, schopt, spuugt en op je voeten gaat staan. Die horen niet thuis bij het Tucht­college. De enige uitzondering daarop wordt gemaakt als ‘de communicatie’ een essentieel onderdeel vormt van de diergeneeskundige behandeling. Dat kan bijvoorbeeld als de dierenarts totaal niet luistert naar de symptomen die de eigenaar opsomt, en daarom bijvoorbeeld geen nader onderzoek doet. Of zodanig lomp is dat de eigenaar niet wil dat de dierenarts het dier verder nog behandelt. Dat zijn situaties die direct gevolgen hebben voor de diergeneeskunde.

Ik heb algemene voorwaarden niet gelezen en ben ook niet akkoord

Kort geleden diende een dergelijke zaak bij het Veterinair Tuchtcollege, omdat de dierenarts aan de dierhouder vroeg om eerst een behandelovereenkomst te tekenen. In die overeenkomst staat bijvoorbeeld dat de eigenaar akkoord gaat met de algemene voorwaarden, dat het dier niet meer voor de slacht kan worden aangeboden als bepaalde medicatie is toegediend, dat de dierenarts medische ingrepen mag uitvoeren die noodzakelijk zijn, enzovoort.

De eigenaar in kwestie vond het belachelijk dat ze eerst moest tekenen. Haar dier moest behandeld, en wel NU! De discussie liep zo hoog op dat de dierenarts uiteindelijk weigerde om het dier nog te behandelen. Mag dat? Dat hangt erg van de omstandigheden af! Als de conditie van het dier zodanig verontrustend is, dat veterinair ingrijpen geboden is en dat iedere vertraging onmiddellijk ernstige nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid van het dier, dan gaat het belang van het dier voor.

In dit geval was dit overigens niet zo, en daarom werd dit onderdeel van de klacht ongegrond verklaard. De eigenaar van het dier is boos op alle praktijkgenoten, want die hebben haar kleinerend behandeld en potverdrie, ze hebben ook die kwaje collega met zijn behandelovereenkomst niet teruggefloten. Dat hadden ze wel moeten doen! Dat is nu typisch zo’n klacht waarop het Tuchtcollege niet ingaat. Dergelijke verwijten gaan niet over de diergeneeskundige behandeling, ook niet indirect. En daar bemoeit het Tuchtcollege zich dan ook verder niet mee. Communicatie speelt zich af tussen dierenarts en eigenaar, en daar hoort hij dus te blijven. Dat het Tuchtcollege zich daarmee niet bemoeit maakt het overigens als onderdeel van een goede uitoefening van de diergeneeskunde niet minder belangrijk. Maar dat hoeft anno 2016 niet meer te worden uitgelegd, toch?

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: