Management voor, tijdens en na aflammeren

De meeste ooien hebben het grootste deel van de dracht buiten gelopen en vaak zelfs op grote percelen waar weinig controle op de kudde was. Binnenhalen van de ooien past bij een goede voorbereiding. Voordat ze de stal ingaan, moet er eerst worden nagedacht over de inrichting van de stal, de conditie van de ooien en de veterinaire handelingen die gedaan moeten worden.

Door Maurits Bosgoed, dierenarts bij DAP Vaassen, in vakblad Veehouder en Veearts.

Als de ooien vroeg in het voorjaar uitgeteld zijn, moeten de lammeren in een stal geboren kunnen worden. In een stal hebben we betere controle, en dankzij licht en camera’s kunnen wij de dieren beter observeren. Door bij de inrichting van de stal en het management rekening te houden met de hieronder genoemde zaken, zal er een maximaal rende­ment worden behaald.

Komen de schapen op stal en zullen ze daar een langere periode blijven, dan moeten ze zo snel mogelijk geschoren worden. Dit geeft meer ruimte in de stal, de ooien hebben het minder warm waardoor ze beter voer opnemen, de conditie van de ooien kan beter worden ingeschat en de kans van het doodliggen op de lammeren na de geboorte is veel kleiner. Als nadeel kan genoemd worden dat het scheren zelf vrij stressvol kan zijn bij de hoogdrachtige dieren. Subtiel en in alle rust werken dus.

Kraamhokken

Een aantal dagen voor de ooien aflammeren is het beter ze uit de groep te halen. Het voordeel van een ooi in het kraamhok is dat ze meer rust heeft en ze goed in de gaten gehouden kan worden. Wanneer er ingegrepen moet worden tijdens het lammeren, hoeft de ooi ook niet meer gevangen te worden. Tevens is meteen duidelijk welke lammeren bij welke ooi horen en kunnen lammeren niet gestolen worden door andere ooien, wat veel onrust geeft.

Het kraamhok moet ruim zijn en voorzien van schoon stro en zaagsel. Een warmtelamp zorgt ervoor dat de lammeren het niet onnodig koud krijgen en de jonge lammeren altijd bij elkaar in dezelfde hoek gaan liggen. Dit vermindert ook de kans op doodliggen door de soms vermoeide ooi.

In de laatste fase van de dracht kan er met voeding nog veel bijgestuurd worden in zowel de conditie van de ooien als op de grootte van de lammeren. De ooien zullen kuilvoer of hooi uit een ruif moeten eten en brokken uit een voerbak. Als de ooien gevoerd worden, stormen ze op de bakken af en moeten ze er allemaal tegelijk kunnen staan. Lammeren komen er bij dit soort momenten vaak tussen.

Een ruif dient zo opgehangen te worden dat deze makkelijk bijgevuld kan worden en dat het zo veel mogelijk voerplaatsen geeft. Staande ruiven moeten goed worden vastgemaakt omdat vallende ruiven tot ongelukken kunnen leiden.

Water moet altijd beschikbaar zijn. Dit moeten ondiepe bakken zijn waar lammeren niet in kunnen verdrinken. Een klein diep emmertje kan al fataal zijn.

Lammeren voederplek

Jongen lammeren willen al vroeg mee-eten. Het is logisch dat ze dat met de ooien bij de voerbak willen doen. Omdat dit voor kleine lammeren dus best gevaarlijk kan zijn, moet de verleiding worden beperkt. Zorg voor hoge brokkenbakken voor de volwassen dieren en voor lammeren toegankelijke sluizen met daarin geschikte voerbakken waar ze in de eerste weken steeds lammerenkorrel zullen vinden. Als ze dit een keer kennen, voeren we ze twee keer per dag wat ze met zijn allen in zo’n vijf minuten opeten. Alle lammeren moeten tegelijk aan de bak kunnen staan.

Conditie van de ooien

Doordat de ooien geschoren zijn, kunnen we de conditie van de ooien goed inschatten. In de laatste fase van de dracht hebben we met voeding nog veel invloed op het vetgehalte van de ooi en de grootte van de lammeren. Vette ooien moeten we beperkter voeren. Ze zullen drachtig zijn van minder lammeren waarvan we niet willen dat ze nog te hard groeien (te groot voor de geboorteweg). Ook heeft een te vette ooi meer kans op slepende melkziekte.

Ooien die mager zijn op de rug, maar een grote buikinhoud hebben, zullen meestal grote worpen geven. Zij moeten extra gevoerd worden zodat de lammeren zullen uitgroeien tot vitale sterke lammeren, en de ooien na de geboorte een goede melkgift zullen hebben en een goed werkend maagdarmstelsel.

Te vette ooien geven we naast het ruwvoer dagelijks ongeveer 300 gram brok en ooien die aan de magere kant zijn ongeveer een halve kilo. Let op: de ooien mogen in deze fase niet afvallen, maar moeten wat meer of wat minder groeien. Afvallen geeft bij (vette) ooien slepende melkziekte. Er moeten dus, afhankelijk van het aantal ooien, meerdere afdelingen zijn waar gericht gevoerd kan worden. Zorg ervoor dat deze groepen niet groter zijn dan 15 tot 20 ooien, anders is er minder overzicht.

Deze groepsindeling houden we ook als de lammeren geboren zijn. Voer de ooien een halve kilo brok per lam per ooi bij. Pas hier je groepsindeling dus op aan.

Enten voor geboorte

Een belangrijke ziekte die aandacht vergt vóór de geboorte van de lammeren is enterotoxaemie (het Bloed). Een ziekte met meestal een fatale afloop die veroorzaakt wordt door clostridiumbacteriën die in de darmen voorkomen. Er zijn verschillende types die bij verschillende levensfases hun problemen kunnen geven. Van net geboren lammeren tot volwassen dieren aan toe. Dit is te voorkomen door de ooien goed te vaccineren. Dieren die nooit gevaccineerd zijn, moeten twee keer geënt worden met een interval van 4 tot 6 weken. De tweede enting moet gedaan worden 4 tot 2 weken voor de uitteldatum.

Verworpen vruchten

Het is vooral bij grote groepen schapen helaas geen uitzondering dat het lammerseizoen begint met lammeren die te vroeg geboren worden. Dit kan bij een enkele ooi zijn, maar er kan ook een abortusstorm door de stal gaan. In het laatste geval is diagnostiek belangrijk om de oorzaak te achterhalen om herhaling te voorkomen en om na te gaan of er sprake is van zoönoses. In enkele gevallen is er sprake van een meldings­plicht. Omdat niet meteen gezien kan worden hoeveel abortussen er nog gaan volgen en informatie over de oorzaak nodig is voor een gerichte aanpak, is het advies verworpen vruchten en de na­geboorte in overleg met de dierenarts op te sturen voor onderzoek.

Beenwerk

De ooien moeten goed ter been zijn. Dieren die niet goed kunnen lopen, komen minder snel bij de voerbak of vermijden deze drukke momenten. Dit kan ervoor zorgen dat ze in een negatieve energiebalans komen waardoor ze slepende melkziekte kunnen krijgen.

Als de lammeren geboren worden, controleren we altijd of er voldoende melk uit beide spenen komt. Door (subklinische) mastitis na de vorige aflammerperiode, kunnen verstopte melkkanalen ontstaan. Door dit vroeg te weten, kunnen er even­tueel nog lammeren worden overgelegd naar een andere ooi of kan er eventueel bijgeflest worden. Een belangrijk advies is om elk pasgeboren lam biest van de eigen moeder te geven. Pasgeboren lammeren hebben de beste zuigreflex en zo weten we zeker dat ze hun belangrijkste eerste portie biest binnen hebben.

Bij de geboorte de navels ontsmetten hoort bij een goed geboorteprotocol. Er zijn verschillende middelen om te zorgen voor een lange ontsmetting zolang de navel nog niet goed ingedroogd is. Verwekkers van enkele ziektes, zoals bijvoorbeeld gewrichtsontsteking op een paar weken leeftijd, komen rond de geboorte al binnen via de navel.

Oornummers

Lammeren zullen in beide oren oormerken moeten krijgen. Zorg dat je alle spullen, zoals glijmiddel, ontsmettingsmiddel, een kannetje om de ooi te melken, een fles om het lam wat te geven én de juiste oor­nummers en tang in een krat of op een dienblad klaar hebt staan. Lammeren die net geboren zijn, zijn nog makkelijk te nummeren en verwarring over welk lam bij welke ooi hoort kan dan later, na een goede registratie, niet meer ontstaan.

Coccidiose

Een typische stalziekte bij grotere groepen jonge dieren die dicht op elkaar zitten is coccidiose. De eencellige darmparasiet remt de groei en de lammeren worden erg besmeerd. Met mestonderzoek van lammeren die net aan de diarree zijn, kan gezien worden of er inderdaad coccidiose speelt. Er zijn middelen die de coccidien direct doden of die alleen de vermeerdering stoppen. Overleg met uw dierenarts welk middel op welk moment het handigst is. Het tactisch gebruik van deze middelen zorgt voor snel herstelde lammeren die toch een goede weerstand tegen deze parasiet krijgen.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: