Oorzaken van een te licht kalf

De kalversterfte is hoog in Nederland. Vóór de leeftijd van drie dagen is 7,7 procent uitgevallen. Dit loopt vervolgens op tot in totaal zo’n 10 tot 15 procent. Daarbij is er het probleem van de lichte kalveren waarvoor geen markt meer lijkt te zijn in Nederland. Dierenarts Rik Hendriks zet kant­tekeningen bij het droogstandsrantsoen van de koe en het standaardbiestmanagement ‘veel, vlug, vaak, vers’. (Dit artikel verscheen ook in Veearts).

Door Geesje Rotgers

De vier V’s (veel, vlug, vaak, vers) zijn erin gestampt bij zowel dierenarts als veehouder. Dat is de reden dat menig veehouder ervoor kiest om zo snel mogelijk na de geboorte 4 liter biest in te geven met de sonde.

“Als kalveren via de speen biest op moeten nemen, merk je dat er verschil is in de ‘felheid’ van kalveren, met andere woorden de graagte waarmee ze drinken. Soms krijg je met gemak 4 liter biest in een kalf en soms maar 2. Niet ieder kalf kan kennelijk die 4 liter aan”, is de overtuiging van dierenarts Rik Hendriks, IKM-trainer (Integraal Koe Management). “Met sondevoedering mis je deze informatie over de felheid van het kalf.”
Hendriks constateert dat er weinig onderzoek is gedaan naar de oorzaak van dit verschil in vrijwillige biestopname bij het pasgeboren kalf. Grote kalveren kunnen minder fel zijn door een zware geboorte. Kleine kalveren kunnen ook minder fel zijn, dan ligt de oorzaak in de voeding van de moederkoe tijdens de droogstand.

Droogstandsrantsoen bepaalt biestkwaliteit

Het voedingsniveau van de moederkoe in de laatste drie weken voor het afkalven blijkt bepalend voor de ‘toestand’ waarin het kalf ter wereld komt: kleiner of groter, sloom of fel. Kleine kalveren zijn te herleiden naar het energiegehalte in het droogstandsrantsoen van de moederkoe, slome kalveren naar het eiwitgehalte in het voer in de droogstand. Meer eiwit in het droogstandsrantsoen leidt tot fellere kalveren. “De felheid is voor mij een kenmerk van hoe de droogstand in elkaar zit”, stelt Hendriks.

Het kalf hard voeren leidt in het algemeen tot een sterker en gezonder dier. Maar hoe doe je dat? Het kalf overvoeren zal immers leiden tot diarree en een verslechtering van de gezondheid. De opnamecapaciteit van de darmen is een factor van belang.

Een goede kwaliteit biest bevat > 50 gram IgG/liter (antistoffen). Het energiegehalte in het droogstandsrantsoen van de koe speelt een rol bij de hoeveelheid IgG in de biest: een hoog zetmeelgehalte leidt tot minder IgG. Bij een laag IgG-gehalte zal het kalf dus meer liters biest moeten opnemen om voldoende afweerstoffen binnen te krijgen. Volgens Hendriks valt er op het gebied van de droogstandsrantsoenen nog veel winst te halen. Rantsoenen van eenderde stro, eenderde gras en eenderde mais zijn hem een doorn in het oog.

Biest stimuleert groei darmvilli

Biest is erg belangrijk voor de groei van de darmvilli, ook wel darmvlokken genoemd. Biest stimuleert dan ook direct de opnamecapaciteit van de darmen. Uit onderzoek blijkt dat zes keer een portie biest verstrekken een significant betere opnamecapaciteit (vergroting oppervlakte darmvilli) geeft dan één keer biest verstrekken. Daarbij zorgt de biest ook voor verbetering van andere darmeigenschappen, zoals enzym­activiteit.
Ondervoeding van de moederkoe in de droogstand (zowel qua energie als eiwit) zorgt niet alleen voor een kleiner kalf, maar ook voor een kleiner oppervlakte jejunum (middelste deel dunnen darm) bij het kalf. Na de geboorte zal dit kalf daardoor minder voedingsstoffen kunnen opnemen uit de biest. Hendriks: “Deze kalveren moeten vooral niet overvoerd worden. Vaker kleinere porties verstrekken is hier het advies.”

Hittestress en ongeboren kalf

Ook hittestress heeft gevolgen voor het kalf. Als de koe minder voer opneemt, leidt dat tot een kalf met een geringere opnamecapaciteit van de darmen en een lagere IgG in de biest. Het advies is hier om de eiwitvoorziening van de koeien in de droogstand op te schroeven.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: