Pinkengriep en luchtwegproblemen bij kalveren

Luchtwegproblemen bij kalveren zien we vooral veel in het najaar. De schade door luchtweginfecties bestaat uit behandelkosten, groeiachterstand, sterfte en later een mindere productie als melkkoe. Als de klachten chronisch worden is de kans op herstel klein. Het is dus zaak om op tijd problemen te signaleren en die op de juiste manier aan te pakken.

Door Gerdien Folmer in vakblad Veehouder en Veearts.

Longproblemen worden veroorzaakt door kiemen die via de luchtwegen de longen binnendringen. Trilhaartjes en slijm in de luchtwegen proberen deze kiemen buiten te houden. Soms zijn de indringers echter te massaal aanwezig (hoge infectiedruk) of werkt het afweermechanisme niet goed (verminderde weerstand), bijvoorbeeld door een slecht klimaat, stress of diarree. Onder deze omstandig­heden kan er een voorste luchtweginfectie ontstaan die kan verergeren tot een longontsteking. Als de longblaasjes vol zitten met vocht en ontstekingscellen, kunnen ze geen zuurstof opnemen en wordt het kalf benauwd en kortademig.

Oorzaak vinden

Zieke, hoestende kalveren met koorts worden vaak standaard behandeld met anti­biotica en ontstekingsremmers. Als deze behandeling niet aanslaat, zijn de ziekteverwekkers blijkbaar niet gevoelig voor het gebruikte antibioticum. Dit kan komen doordat er sprake is van een virusinfectie (niet met antibiotica te bestrijden) of een infectie met een resistente bacterie. In dit laatste geval is het belangrijk om uit te zoeken voor welke antibiotica de bacterie wél gevoelig is. Een gerichte aanpak is mogelijk door het opsporen van de ziekteverwekker. De echte ‘pinkengriep’ wordt veroorzaakt door het BRS-virus. Maar er zijn ook andere kiemen die een vergelijkbaar ziektebeeld kunnen geven, zoals mycoplasma, pasteurella, mannheimia, salmonella, IBR, para-influenza en longworm.
Combinaties van meerdere verwekkers komen ook veel voor.

Onderzoeken

We kunnen op verschillende manieren achter de oorzaken van hoestende kalveren komen. Het is mogelijk om afweerstoffen aan te tonen in het bloed van de kalveren. De afweerstoffen zijn twee tot drie weken na infectie aan te tonen in het bloed. Een nadeel bij jonge dieren is echter dat veel van de afweerstoffen afkomstig zijn van hun moeder (via de biest opgenomen), wat het onderzoek minder betrouwbaar maakt.

Ook sectie van een gestorven kalf is een goede methode om de oorzaak te achter­halen. Voor de meest betrouwbare uitslag is een kalf nodig dat nog maar kort ziek is en nog niet behandeld. In het geval van een chronische infectie wordt de kans groter om een mix van bijkomende verwekkers aan te tonen en de veroorzaker van de proble­men te missen. Een slijterkalf dat na meerdere behandelingen doodgaat is dus geen goede kandidaat voor sectie.

Met de hulp van een longspoeling wordt een slang via de neus zo diep mogelijk in de luchtwegen gebracht. Vervolgens wordt er zo’n 30 ml vloeistof naar binnen gespoten en direct weer opgezogen. Uit deze vloeistof kunnen bacteriën gekweekt worden. De Gezondheidsdient voor Dieren zoekt in deze monsters naar mannheimia, pasteurella en mycoplasm. Er worden dus geen virussen aangetoond. Als er bacteriën gevonden worden, kan vervolgens een gevoeligheidsbepaling ingezet worden, zodat de dieren gericht met het juiste antibioticum behandeld kunnen worden. Een groep dieren­artsen van de SDTA heeft zich deze zomer verdiept in het juist uitvoeren van een longspoeling. Per koppel is een steekproef van drie kalveren (acuut ziek, nog niet behandeld) in principe voldoende.
Bij de interpretatie van de uitslag moeten we rekening houden met veel schade aan de luchtwegen bij een chronische ontsteking. Dan is het moeilijk om de bacteriën nog aan te tonen, ook als ze wel meegespeeld hebben in het veroorzaken van de problemen. En wanneer kalveren al behandeld zijn met antibiotica, is het mogelijk dat de primaire veroorzaker niet meer gekweekt kan worden. Als een bacterie wel aangetoond wordt, is het nog altijd goed mogelijk dat naast deze infectie ook een virus (para-influenza, IBR, BRSV) een rol heeft gespeeld in het aantasten van de luchtwegen.

Preventie

Voor een aantal infecties is het mogelijk om preventief te vaccineren. Overleg met uw dierenarts welke vaccinatie op uw bedrijf het best past. Tegen mycoplasma is er helaas nog geen vaccinatie mogelijk.

Contact met oudere dieren kan een risico vormen voor infectie-overdracht, vooral in het geval van mycoplasma. Als deze kiem wordt aangetoond, is het een goed idee om ook het oudere jongvee en de tankmelk te controleren op afweerstoffen tegen myco­plasma.
Daarnaast is het natuurlijk van belang om het klimaat voor de kalveren te optimaliseren. Als de buitentemperaturen zakken, de luchtvochtigheid stijgt en er grote temperatuurverschillen zijn (hetgeen je vooral in het najaar ziet), is het soms erg lastig om de ventilatie in de stal goed te houden. Ook bij een goed werkend ventilatiesysteem is er soms toch sprake van luchtwegproblemen, wat erg frustrerend kan zijn. Grote stalvolumes zijn vooral een risico voor de kleinere kalveren die dan minder goed beschermd kunnen worden tegen koude lucht en tocht. Bij een hoge bezetting, dus veel kilo koe per kubieke meter lucht, is er snel sprake van een hoge infectiedruk.

Een optimaal stalklimaat voorkomt luchtweginfecties niet, maar het kan de duur van de infectie verkorten en de heftigheid van de symptomen sterk verminderen.
En last but not least: biestvoorziening is en blijft een van de belangrijkste pijlers voor de weerstand van elk kalf, ook als het gaat om het voorkomen van luchtweginfecties. Een goede start voor een kalf voorkomt veel problemen, extra kosten en extra werk achteraf.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: