Tankmelkcelgetal verder omlaag

Het gemiddelde tankmelkcelgetal op Nederlandse melkveebedrijven lag in het eerste kwartaal van 2017 op 165.000 cellen per ml melk. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder was het gemiddelde tankmelkcelgetal nog 178.000 cellen. Dat meldt de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD).

Over een periode van vijf jaar laat het tankmelkcelgetal volgens de GD ook een gunstige trend zien: in 2012 was het tankmelkcelgetal namelijk gemiddeld 192.000 cellen per ml.

Hoogcelgetalkoeien

In het eerste kwartaal van 2017 bedroeg het percentage hoogcelgetalkoeien (≥250.000 cellen/ml (koe) , ≥150.000 cellen/ml (vaars)) op melkveebedrijven 15,8 procent. Deze waarde is lager ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder (17,0 procent), en ook lager dan in 2012 (18,7 procent).
Het percentage nieuwe hoogcelgetalkoeien daalde na een periode van stabilisatie ook: van 8,1 procent in het eerste kwartaal van 2016 naar 7,7 procent in het eerste kwartaal van dit jaar.

Uierinfecties

In het eerste kwartaal van 2017 had 1,4 procent van de melkveebedrijven meer dan 25 procent runderen met een persisterende uierinfectie na droogstand (tijdens twee MPR’s en binnen 60 dagen na afkalven een verhoogd celgetal). In hetzelfde kwartaal een jaar eerder was dit ook 1,4 procent. Over een periode van vijf jaar laat ook dit kengetal een licht dalende trend zien, zo meldt de GD.
Het percentage bedrijven met meer dan 25 procent van de runderen met nieuwe uierinfecties na afkalven (tijdens twee MPR’s voor droogzetten een laag celgetal en binnen 60 dagen na afkalven een verhoogd celgetal) laat na een lange periode met een ongunstige trend in het laatste halfjaar een duidelijke verbetering zien. In het eerste kwartaal van 2017 had gemiddeld 6,5 procent van de bedrijven meer dan 25 procent van de runderen nieuwe uierinfecties na afkalven. In het eerste kwartaal van 2016 was dit 7,6 procent. Over de hele periode van vijf jaar werd nog wel een lichte toename waargenomen en had gemiddeld 7,9 procent van de bedrijven meer dan 25 procent van de runderen met een nieuwe uierinfectie na afkalven.
Het kengetal percentage bedrijven met meer dan 25 procent van de vaarzen met nieuwe uierinfecties na afkalven daalt verder door na een eerdere stabilisatie. In het eerste kwartaal van 2017 was dit 23,7 procent ten opzichte van 25,4 procent in het eerste kwartaal van 2016.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Redactie
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: