Vroege opsporing MKZ: mogelijk minder ruimen

Het vroeg opsporen van mond- en-klauwzeer (MKZ) kan een belangrijke rol spelen om de overdracht van de ziekte bij een uitbraak onder controle te krijgen. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van wetenschappers van het Britse Pirbright Institute en Wageningen Bioveterinary Research.

Een mogelijk voordeel bij het toepassen van vroege opsporing is dat er minder dieren geruimd hoeven te worden. In overdrachtsexperimenten bij runderen zijn er tijdens het verloop van de besmetting dagelijks monsters genomen van afzonderlijke dieren, zoals bloed, speeksel en neusslijm, en monsters op veestapelniveau, zoals luchtmonsters. Vervolgens is de gevoeligheid van elk van deze monstertypes gemeten voor de opsporing van besmette runderen tijdens de verschillende besmettingsstadia.

Speekselmonsters

Bij wekelijks toezicht bleek klinische inspectie alleen niet genoeg te zijn om overdracht tegen te gaan, dit in tegenstelling tot het wekelijks nemen van speekselmonsters bij minstens 10 dieren per bedrijf of het dagelijks nemen van luchtmonsters (bij vee op stal). Door beide methodes toe te passen bleek het risico op overdracht aanzienlijk verlaagd te worden. Dr. José Gonzáles van Wageningen Bioveterinary Research: “Deze resultaten leveren een nieuwe aanpak voor ziektebeheersing op, die kan worden toegevoegd aan onze preventieve noodprocedures. Een mogelijk voordeel bij het toepassen van deze strategie is dat er minder dieren geruimd hoeven te worden. Bij traditionele methodes zoals preventief ruimen worden er waarschijnlijk ook dieren onnodig geruimd.”

In de praktijk

De onderzoekers willen hun aanpak gaan testen in de praktijk. Als het lukt, denken ze dat MKZ-uitbraken hierdoor veel sneller onder controle te brengen zijn.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: