Kalf harder voeren kan succesvol zijn

Waarom slaagt de ene veehouder erin om met een hoger voerschema een hoge groei met gezonde kalveren te realiseren, terwijl harder voeren bij de ander tot problemen leidt? Een onderzoek van De Heus op zes melkveebedrijven geeft hier antwoord op.

Door Aukje geurtsen, productmanager/dierenarts bij De Heus Voeders.

Een van de deelnemende bedrijven in het onderzoek was melkveebedrijf De Telegraaf in Rottum in Friesland. Yvonne Dijkstra vormt samen met haar man en schoonouders een maatschap. Op het bedrijf zijn 230 melkkoeien met een gemiddelde dagproductie van 34 kg melk. Yvonne verzorgt hoofdzakelijk het jongvee. Aanleiding om mee te doen aan het onderzoek was de wens om de kalveren vitaler te laten opgroeien. “In de oude voersituatie hadden we regelmatig longklachten bij de kalveren, en de kalveren zagen er scherp uit. Daarnaast kwam diarree nog weleens voor. De vitaliteit van de kalveren was een aandachtspunt en vergde veel tijd. Dit was voor ons aanleiding om mee te doen aan de praktijkproef om een melkschema met meer liters en een hogere concentratie te proberen”, zo geeft Yvonne aan.

Biestmanagement

De focus werd eerst gelegd op het biestmanagement. Yvonne: “De eerste biest wordt nu zo snel mogelijk na de geboorte gegeven. De eerste keer wordt er minimaal 3 liter van hoge kwaliteit gegeven. Van elke koe die afkalft meten we met een brixmeter de kwaliteit. Bij onvoldoende kwaliteit wordt er kunstbiest toegevoegd of wordt er biest van hoge kwaliteit uit de vriezer gehaald.” Het kalf krijgt de eerste keer onbeperkt biest aangeboden.

Voorheen werd de kwaliteit niet gemeten en lag de focus minder op het biestmanagement. Maar voor het onderzoek was dit een randvoorwaarde om het melkschema na de biestperiode te kunnen verhogen.

“Je moet het jezelf ook wel makkelijk maken, anders houd je het niet vol.” Zo is er een vacuümleiding met minimelker bij de afkalfstal en wordt ervoor gezorgd dat ’s avonds alles klaarstaat als er ‘s nachts een koe moet kalven. “We staan er ’s nachts altijd voor op om een kalf biest te geven, dit is in je eentje goed te doen.” Yvonne realiseert zich dat deze manier van werken niet voor iedereen is weggelegd. “Het is wel arbeidsintensief, maar de kalveren zijn nu zo vitaal, ze kunnen tegen een stootje.” Dit is haar veel waard. “Ik heb een hekel aan zieke dieren, het moet gewoon lopen, maar je moet er wel bovenop zitten.”

14 liter per dag

De kalveren worden drie keer per dag gevoerd en krijgen vijf dagen biest of transitiemelk. In totaal krijgen ze 7,5 liter per dag aangeboden vanaf de geboorte. Na vijf dagen wordt er overgeschakeld op kunstmelk en de hoeveelheid verhoogd tot 9 liter. Rond twee weken leeftijd worden de kalveren verplaatst naar het strohok waar ze op de drinkautomaat komen. Hier wordt het melkschema opgevoerd naar 14 liter per dag met een melkconcentratie van 165 gram melkpoeder per liter. Niet alle kalveren nemen deze hoeveelheid op. De kalveren kregen voorheen tot maximaal 8 liter melk met een concentratie van 125 gram per liter via de drinkautomaat. “In de natuur kan een kalf ook de hele dag kleine beetjes drinken bij de koe, dat bootsen we nu na met onze drinkautomaat. Achteraf gezien denk ik dat de kalveren hiervoor altijd honger gehad hebben”, aldus Yvonne.

Geen speendip

Onderstaande groeicijfers (Figuur 1) laten het resultaat zien van 29 kalveren die op melkveebedrijf De Telegraaf vijf maanden lang elke week gewogen zijn. Rond dag 70 werden ze gespeend. Het melkschema werd afgebouwd, maar voor spenen namen de meeste kalveren uit zichzelf al geen melk meer op. Daarnaast namen ze rond spenen gemiddeld 3 kg krachtvoer op. Een speendip was ook niet zichtbaar op het bedrijf. De kalveren bleven na het spenen nog een tijd in hetzelfde hok om stress zo veel mogelijk te voorkomen. Daarna werden ze tot een leeftijd van zes tot acht maanden ook op stro gehuisvest.

Goed tegen een stootje

Wat is Yvonne het meest bijgebleven van het onderzoek? “Met name de stressmomenten, zoals het verplaatsen of onthoornen van de kalveren, waren heel duidelijk terug te zien in de groeicijfers. In de weken dat de dieren werden verplaatst of onthoornd, groeiden ze minder hard, en dan wordt het wel heel zichtbaar wat een stressmoment met een kalf doet. Dit was voor ons een eyeopener.“

Yvonne geeft aan dat de kalveren nu goed tegen een stootje kunnen. De uitval is minder dan 0,5 procent en luchtwegproblemen of diarree komen nog zelden voor. “Het is wel intensief, maar het kost me nu minder tijd dan voorheen en de kalveren zijn veel vitaler en zichtbaar zwaarder, zonder dat ze vet worden.”

Niet overal verhoogde groei

Het doel van het praktijkonderzoek was in eerste instantie om tot een nieuw verhoogd melkschema te komen. Gedurende het onderzoek werd duidelijk dat dit op enkele bedrijven minder succesvol was. Op een bedrijf met bijvoorbeeld een verhoogde infectiedruk, kunnen kalveren diarree ontwikkelen bij een verhoogd aanbod aan voedingsstoffen door een opgevoerd melkschema. Op een ander bedrijf werd een afwijkend droogstandsrantsoen gevoerd, wat leidde tot minder vitale kalveren. Hier nam de groei ook niet toe bij een hoger aanbod van voedingsstoffen. Een verminderde ontwikkeling van de organen van het kalf tijdens de droogstand kan hierin meespelen. Daarnaast was de kwaliteit van de biest ook een aandachtspunt op het betreffende bedrijf.

Strak management

De hoogste groei werd gehaald op bedrijven die een strak biestmanagement hanteren. Een voorbeeld hiervan is melkveebedrijf De Telegraaf.

Kortom, het management van het bedrijf bepaalt het succes van de groei van de kalveren. Zo werd een onderzoek naar een nieuw melkschema uiteindelijk een tool met vragen om de randvoorwaarden rondom de eerste levensfase van het kalf zo goed mogelijk in beeld te brengen.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *