Kijk op de kalveren

De melkveehouder meer inzicht geven in de kwaliteit van de kalveropfok. Dat is het doel van het hulpprogramma KalfOK, vertelt Mona van Spijk van de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO).

Bedrijfsmanagement is een bepalende factor voor de kwaliteit van kalverzorg. “En dat melkveehouders inzicht hebben in hun eigen situatie hoort daar ook bij”, zegt Van Spijk. De Nederlandse zuivelondernemingen willen daarom op twee manieren aan de slag met het verbeteren van de kwaliteit van kalveren. Eerste stap is dat alle melkveehouders inzicht krijgen in kalversterfte op hun bedrijf. Bedrijven met een hoge kalversterfte moeten aan de slag om de sterfte te verlagen. Zij krijgen een checklist aangereikt en worden verplicht een plan van aanpak op te stellen om de kalversterfte te verlagen. De checklist en het plan van aanpak zijn in samenwerking met dierenartsenorganisatie KNMvD opgesteld. Ze vormen een hulpmiddel voor de melkveehouder om samen met de dierenarts tot de juiste acties te komen. Let wel, de eigen dierenarts heeft hierin alleen een adviserende rol (de zuivel monitort en controleert).
De tweede manier is het hulpprogramma KalfOK. “Daarmee willen we melkveehouders stimuleren om de kalveropfok nog verder te verbeteren en laten zien dat veel melkveebedrijven het al goed voor elkaar hebben”, vervolgt Van Spijk. “De kalveropfok van nu voldoet voor de melkveehouders. Maar buiten de algemene media-uitingen en adviezen, ontbreekt een bedrijfsspecifiek overzicht. Ook staat niet iedere melkveehouder stil bij de impact van hun handelen op het vervolg in de keten.” Volgens Van Spijk is de eerste stap het inzicht geven in zowel de eigen cijfers als een benchmark, zodat melkveehouders een idee krijgen van waar zij staan ten opzichte van collega’s. “KalfOK komt hieraan tegemoet”, aldus Van Spijk.

Het hulpprogramma KalfOK is onderverdeeld in twaalf kengetallen, ook wel indicatoren genoemd. Die kengetallen zijn ontwikkeld op basis van praktijkonderzoek onder tweehonderd melkveebedrijven. Om opgenomen te worden in de KalfOK-score moet een kengetal aan een aantal voorwaarden voldoen. Van Spijk: “Het kengetal moet voor alle melkveehouders beschikbaar zijn. Ook mag het berekenen van de waarde van het kengetal geen extra tijd en werk kosten. Daarnaast geeft het kengetal een indicatie van de kalver- en jongveegezondheid op het melkveebedrijf en sluit het aan bij de beleving van de veehouder. De laatste voorwaarde is een positief stimulerende werking. Dat betekent dat het kengetal goed weergeeft hoe de veehouder presteert.”

De twaalf kengetallen die de NZO samen met de KNMvD heeft ontwikkeld geven inzicht in het geboorte- en opfokproces, de status van de bedrijfsgezondheid en het antibioticagebruik bij de kalveren en het jongvee tot twee jaar. Een melkveehouder is niet verplicht deel te nemen aan KalfOK. “Zuivelondernemingen hebben zelf de keuze of en hoe ze KalfOK aan hun melkveehouders aanbieden. Het is wel zo dat bijna alle Nederlandse zuivelondernemingen het programma aan hun melkveehouders aanbieden”, zegt Van Spijk. In het hulpprogramma worden de prestaties van de twaalf kengetallen elk kwartaal berekend. “En de resultaten worden over de afgelopen acht kwartalen gepresenteerd aan de veehouder. Op die manier kan hij zien of er verbetering plaatsvindt.” Per kengetal kan een melkveebedrijf punten behalen. Van Spijk: “Voor elk kengetal is een signaalwaarde vastgesteld waaraan een bedrijf minimaal moet voldoen. Op die manier kunnen punten behaald worden.” Voor de vier kengetallen die betrekking hebben op de succesvolle opfok van kalveren tot 56 dagen leeftijd is een streefgebied vastgesteld. Als een bedrijf voor het betreffende kengetal in het streefgebied scoort, ontvangt het bedrijf voor dat kengetal het maximale aantal te behalen punten. “Bijvoorbeeld”, legt Van Spijk uit, “als op een bedrijf in een kwartaal tenminste 92 procent van de kalveren leeft bij de geboorte, voldoet het bedrijf aan de gestelde signaalwaarde en ontvangt het bedrijf 10 punten. Indien ten minste 95 procent van de kalveren leeft bij geboorte, ontvangt het bedrijf voor dit kengetal de maximaal te behalen 15 punten. De som van de toegekende punten voor de afzonderlijke kengetallen vormt de KalfOK-kwartaalscore en kan variëren van 0 tot 100 punten. De gemiddelde kwartaalscore van de afgelopen vier kwartalen vormt de rollende jaarscore.” In de ontwikkelingsfase van KalfOK is de score vergeleken met de indruk van een in jongvee gespecialiseerde dierenarts op honderd bedrijven. Van Spijk: “En uit de resultaten bleek dat bedrijven waarvan de kalveropfok goed voor elkaar is, volgens de dierenartsen over het algemeen ook hoog scoren in KalfOK. Daarmee kan dus gezegd worden dat bedrijven met een heel hoge KalfOK-score de kalveropfok goed in de hand hebben.”

KalfVolgSysteem

Naast kengetal kalversterfte en KalfOK wordt door de zuivelondernemingen ook aangesloten op het KalfVolgSysteem. Van Spijk: ”In het KalfVolgSysteem is voorgeschreven dat alle jonge kalveren vanaf 14 dagen leeftijd met bestemming Vitaal Kalf vleeskalverhouderijen voor aankomst op het verzamelcentrum, of bij rechtstreekse aanvoer, gemeld moeten zijn in het KalfVolgSysteem (KVS).” Dat houdt in dat het transport tussen melkveehouder en verzamelcentrum of vleeskalverhouder moet worden geregistreerd in het KalfVolgSysteem (KVS) om alle kalveren voor de vleeskalverhouderij vanaf geboorte tot en met de slacht te volgen. Het systeem is nog in ontwikkeling. “Het uiteindelijke doel is dat de melkveehouder kan volgen hoe het met zijn kalveren gaat na afvoer na de vleeskalverhouderij, dus vergroten van inzicht, en de vleeskalverhouders kunnen meer inzicht krijgen in de herkomst van de kalveren.” Zuivelondernemingen verlangen sinds 1 januari 2018 van hun melkveehouders dat zij alle mannelijke kalveren  tot en met een leeftijd van 35 dagen afvoeren via een erkende kalverhandelaar”, vertelt Van Spijk. “Op die manier borgen de zuivelondernemingen dat er wordt aangesloten op het KalfVolgSysteem.”

Tips voor gezonde kalveren

Hulptools zijn er genoeg als het gaat om het verkrijgen van inzicht in kalveren. Scoor je goed in de KalfOK en voer je je kalveren af via een erkende kalverhandelaar, dan ben je als melkveehouder op de goede weg. Voor de puntjes op de i geeft Van Spijk nog een aantal tips voor gezonde kalveren. “Allereerst is het van belang dat je het management rondom droogstaande koeien goed op orde hebt. Een optimale voeding en een optimale huisvesting zijn van belang. Zorg er daarnaast voor dat de geboorte- of afkalfruimte schoon is. Het credo vlug, vaak, veel geldt voor de biestopname op de eerste levensdag, voor een goede weerstand. De speenemmer of fles moet schoon zijn, evenals de huisvesting van het kalf. Passend bij het seizoen moet je ervoor zorgen dat er genoeg energie, eiwitten, vitaminen en mineralen in de voeding voor het kalf zitten.” Bespreek dit ook vooral met uw eigen dierenarts. Deze is bij uitstek degene die hierover kan adviseren.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: