Schurft in een schapenkoppel

De dieren hebben jeuk en verliezen wol. Dan is schurft de meest waarschijnlijke oorzaak. Dat zegt Maurits Bosgoed van Dierenartsenpraktijk Vaassen in vakblad Veehouder en Veearts.

Op een bedrijf waar zo’n tachtig ooien lopen, speelt al een paar jaar eenzelfde probleem bij de enters. Ze willen niet groeien en zijn vatbaar voor allerlei ziektes. Een van de problemen is dat ze veel jeuk hebben en wol laten vallen – de problemen beginnen aan het begin van de herfst. Er zijn verschillende oorzaken die dit beeld kunnen geven, maar als de schapen het zo massaal laten zien, zonder dat er met het blote oog beestjes kunnen worden waargenomen die ook nog een rode huid geven, dan is de meest waarschijnlijk oorzaak: schurft.

De schurftmijt

Er zijn verschillende soorten mijten die bij verschillende diersoorten en zelfs op specifieke lichaamsdelen zich als ziekte kunnen uiten. Zo is er een mijt die bij konijnen oorschurft geeft en zijn er vele mijtensoorten die op een gastheer leven zonder dat er verschijnselen gezien worden. Bij het schaap is Psoroptes ovis de meest voorkomende mijtensoort.
Als het dier jeuk heeft en zelfs kaal wordt, is het niet heel belangrijk om te weten met welke mijtensoort we te maken hebben. De cyclus en levenswijze komen bij alle soorten op hetzelfde neer.

De mijt brengt zijn hele cyclus op het schaap door en is na twee weken zonder gastheer geleefd te hebben al niet meer infectieus. Toch zullen ze in plukken wol, waar voor mijten genoeg voedsel te vinden is, langer leven en infectieus zijn. Op deze manier vindt vaak de besmetting plaats; wolresten op paaltjes en voerbakken of andere schuurplekken zijn belangrijke besmettingsroutes. Eén mijt kan al een schurftinfectie bij een nieuw dier veroorzaken.

Symptomen

Als de ziekte schurft zich openbaart, ontstaat er veel jeuk waardoor de dieren gaan krabben. Door dit krabben krijgt de huid de hele dag door te maken met microtrauma. Als reactie hierop wordt de huid kaal, rood en dik. Een koppel zit dan niet goed in de wol, er wordt op elk moment wel door een dier gekrabt en ze zijn vatbaarder voor andere ziektes. Het is een enorme aanslag op het welzijn.

Behandeling

Omdat de mijten leven van huidresten, werken injecties als ivermectine, doramectine of moxidectine. Een (groot) nadeel hiervan is dat deze ook invloed hebben op de maagdarmwormen waarbij resistentieontwikkeling voor deze middelen kan ontstaan.
De voorkeur van behandeling gaat uit naar het dompelen van alle dieren in baden met bijvoorbeeld amitraz of diazinon. Bij de behandeling moeten losse wolresten en vooral (houten) hekken ook meegenomen worden. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een rugspuit met één van deze middelen. Als deze zaken niet goed kunnen worden bewerkstelligd, is volledig ruimen met daarna een leegstand van meer dan een maand soms nog de beste oplossing.

Verhaal uit de praktijk

In het genoemde praktijkvoorbeeld gaat het dus mis. Daar worden jonge dieren steeds weer herbesmet via de omgeving of door dragers, wat een deel van de aflammerende ooien zal zijn. Af en toe behandelen met alleen ivermectine gaf hier wel een daling in de schurftmijten, maar zal ze zeker niet allemaal doden. Soms zagen ze het een paar weken later zelfs weer extra hard terugkomen. Wanneer de enters de winter uitkomen, vallen de symptomen mee (mede door bedrijfsblindheid). Behandeling is dan geen prioriteit meer en de dragers zijn gecreëerd. Blijft de aanpak op dezelfde manier doorgaan, dan zullen de mijten komend najaar weer massaal toeslaan.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: