Duurzaamheid van een ooi

Schapenhouders hebben het liefst duurzame, lang(er) rendabele ooien op hun bedrijf. Wat zijn belangrijke ooigerelateerde eigenschappen om op te letten voor het verhogen van de levensduur van het koppel?

Door Maurits Bosgoed, dierenartsenpraktijk Vaassen. Gepubliceerd in vakblad Veehouder en Veearts.

Of schapen nou hobbymatig of bedrijfsmatig worden gehouden, de meeste ooien krijgen elk jaar lammeren. De lammeren zijn het product, ze vertrekken als slachtlam of als fokdier. Het doel is zo veel mogelijk gezonde lammeren te krijgen per ooi. Als een ooi faalt, is het economisch gezien beter die af te voeren en er een ooi voor in de plaats te nemen die productiever is. Wat zijn de belangrijkste redenen van afvoer of uitval en hoe kun je ervoor zorgen dat ooien langer rendabel zijn zodat ze op het bedrijf kunnen blijven?

Levensduur

Voor de levensduur van de ooien is het belangrijk om te letten op: exterieur, vruchtbaarheid, beenwerk, aflamgemak, de uier en infectieuze ziektes.

Exterieur

Een belangrijke eigenschap is de grootte van het dier, de kleur en de verhoudingen van het lichaam. Die moeten het best passen bij de rasstandaard. Verder speelt de smaak van de eigenaar natuurlijk ook een grote rol.
Staartlengte is een relatief nieuwe eigenschap waar sinds het coupeerverbod streng op wordt geselecteerd.

Maatregelen voor exterieur

Extreme afwijkingen ten opzichte van de soort, gaan vaak ten koste van de duurzaamheid. Dit geldt bijvoorbeeld voor de grootte of de mate van bespiering. Voor de meeste rassen bestaat een vrij ‘gezonde’ rasstandaard. Lopen, ademen en eten mogen nooit belemmerd worden.

Nieuw bij veel rassen is het fokken op de staartlengte. Het blijkt dat het letten op een kortere staartlengte, of het hebben van haar op de staart in plaats van wol, snel in een koppel gefokt kan worden.

➔ Selecteren op vitale dieren.

Vruchtbaarheid

Afhankelijk van het ras wordt er op hogere of lagere vruchtbaarheid geselecteerd. Een Texelaar bijvoorbeeld zien we liever met een meerling. Maar bij de extreem vruchtbare rassen, zoals de Swifter, gaat de voorkeur tegenwoordig op sommige bedrijven uit naar een drieling in plaats van een vier- of vijfling.

Maatregelen voor vruchtbaarheid

Als bij vruchtbare rassen geselecteerd wordt op een hogere vruchtbaarheid, gaat dat ten koste van de duurzaamheid van de ooi, zo blijkt uit onderzoek. Bij minder vruchtbare rassen is dat (nog) niet het geval.

Tactisch gebruik maken van de vruchtbaarheidsindex is dus belangrijk.

➔ Als in het koppel het gemiddelde aantal lammeren per ooi niet veel hoger zal worden dan twee én er niet meer dan twee lammeren bij de ooi worden gelaten, zal de levensduur van de ooi worden verhoogd.

N.B. Dit geldt puur voor de duurzaamheid van de ooi. Dat het economisch gezien slimmer is en ooien prima drie lammeren kunnen grootbrengen, valt buiten dit artikel.

Beenwerk

Bij schapen is de manier van lopen niet zo belangrijk als bij bijvoorbeeld paarden. Maar een kwaliteit die ze wél moeten bezitten, is dat ze makkelijk veel stappen op een dag kunnen zetten en goed bij de kudde kunnen blijven. En dit tot op hogere leeftijd. Blijven ze achter met lopen of liggen ze te vaak op de knieën en zijn ze gevoelig voor hoefproblemen, dan zullen ze eerder in aanmerking komen voor afvoer.

Maatregelen voor beenwerk

Selecteren op gevoeligheid voor rotkreupel geeft een snelle vooruitgang van de weerstand in het koppel tegen de ziekte. Ook zal de infectiedruk dalen. Het zo vroeg mogelijk uitselecteren van ooien met slechte benen verhoogt de duurzaamheid van het koppel. Selectie op de eigenschap ‘slechte gewrichten’ is lastig, omdat dit vaak pas op vrij hoge leeftijd duidelijk wordt.

➔ Rotkreupel goed behandelen, of het liefst rotkreupelvrij worden. Dieren die vaker slecht lopen eruit selecteren.

Rondom het aflammeren

Selectie op aflameigenschappen heeft een groot effect op de kwaliteit van het koppel, aangezien de uitval rond de aflammerperiode het hoogst is op een bedrijf.

Aflamgemak

Het verloop van de geboorte is multifactorieel. Het heeft te maken met bijvoorbeeld hoe goed de weeën ontstaan (calciumfysiologie), de grootte en liggingen van de lammeren en de bouw van de weke geboorteweg en het bekken. Hoe makkelijk een lam ter wereld komt, dat afhangt van de ooi zélf, wordt het aflamgemak genoemd.  Administratie van het verloop van de geboorte verdient aanbeveling.

Maatregelen voor aflamgemak

Dieren die makkelijker aflammeren, hebben minder kans op ziektes rondom de geboorte, zoals baarmoederontsteking en (slepende) melkziekte. Een hoog aflamgemak heeft een redelijke invloed op de duurzaamheid van een ooi.

➔ Ooien die een laag aflamgemak hebben eruit selecteren. Ook geen dochters van deze ooien aanhouden.

Uier

Bij veel bedrijven is het hebben van slechte uiers (door mastitis) de belangrijkste reden voor afvoer van ooien. Bij acute mastitis is de ooi echt ziek en valt de uierontsteking de veehouder wel op. Subklinische mastitis komt echter ook veel voor en de gevolgen daarvan worden soms pas bij het volgende lammerseizoen ontdekt als blijkt dat de ooi (gedeeltelijk) geen melk meer kan geven.

Ooien die relatief weinig melk geven voor hun lammeren, hebben meer trauma aan hun uier waardoor mastitis eerder optreedt. Bovendien is hun weerstand vaak lager.

Maatregelen voor uiers

Vooral managementfactoren hebben een grote invloed op het ontstaan van slechte uiers. Infectiedruk (stalhygiëne), goede voeding (weerstand en voldoende melk geven) zijn erg belangrijk.

Genoemde managementfactoren in acht nemen en selecteren op een lagere vruchtbaarheid, verhogen de levensduur van de ooien. Daarnaast moet er ook in de fokkerij op gelet worden welke moeders goede uiers hebben.

➔ Verhogen stalhygiëne, niet meer dan twee lammeren per ooi en selecteren op goede uiers in de fokkerij.

Lijfbieden (prolaps uteri)

Lijfbieden is een belangrijke oorzaak van sterfte van zowel de ooi als de (ongeboren) lammeren. Managementfactoren, zoals de juiste (hoeveelheid) voeding, zijn van grote invloed op de frequentie van baarmoederprolapsen op een bedrijf.  Hiernaast verdient het toch aanbeveling lijders uit te selecteren voor de fok.

Maatregelen voor prolaps uteri

Hoewel managementfactoren het belangrijkst zijn voor het ontstaan van een prolaps, moeten lijders niet meer ingezet worden voor de fok. Ze hebben een grote kans op herhaling. Omdat het ontstaan van meerdere factoren afhankelijk is, is het lastig deze eigenschap er met fokkerij uit te krijgen.
➔ Lijders zelf eruit selecteren.

Virale ziektes (zwoeger en clostridium)

Verschillende acute bacteriële ziektes, zoals Clostridium (waaronder ’t Bloed) en Pasteurella heamolytica (zomerlongontsteking), zijn nog steeds op veel bedrijven de belangrijkste reden van uitval. Bij beide ziektes kunnen dieren bij ‘bosjes’ neervallen en is behandeling altijd te laat. De sterfgevallen treden voornamelijk bij lammeren op.
De belangrijkste virale ziekte die invloed heeft op de levensduur van een ooi wordt veroorzaakt door het Maedi-visna-virus (zwoegerziekte). De ziekte is door het hele koppel sluimerend aanwezig en veroorzaakt slijters. Behandeling is niet mogelijk.

Maatregelen voor infectieuze ziektes

Voor bovengenoemde ziektes is behandeling niet mogelijk. Niet in contact komen met de verwekkers of voorkomen dat de ziekte zijn gang kan gaan, is de enige manier.

➔ Als bedrijf zwoegervrij worden (via GD) en enten tegen zomerlongontsteking en enterotoxaemie (clostridiumbacterien) zal de gemiddelde leeftijd extreem verhogen.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: