Gebruik teatsealer stijgt bij droogzetten koeien

Melkveehouders gebruiken steeds vaker teatsealers als ze koeien droogzetten, en tegelijkertijd daalt het gebruik van droogzetantibiotica. Maar let wel: de middelen hebben een verschillende functie.

Gepubliceerd in vakblad Veehouder en Veearts.

Het percentage melkveebedrijven dat bij meer dan 60 procent van de koeien teatsealers gebruikt, steeg tussen 2014 en 2019 van 53 naar 62 procent. Dat blijkt uit onderzoek van Zoetis. Ook het aantal melkveehouders dat teatsealers inzet steeg. In 2014 gebruikte 59 procent weleens teatsealers, in 2019 is dat 69 procent. Deze trend herkennen ook dierenartsen Frank en Tjitske Roest (vader en dochter) van dierenartsenpraktijk Tusken Diken en Feanen in Drogeham (Fr). “In de afgelopen vijf jaar is het gebruik van sealers in onze praktijk met 15 procent toegenomen”, vertelt Tjitske Roest. Tegelijkertijd daalt het gebruik van droogzetantibiotica, volgens Zoetis van 55 procent in 2014 naar 18 procent in 2019. “Bij ons daalde het gebruik van droogzetantibiotica met ruim 10 procent. Ongeveer de helft van de koeien die drooggezet worden met antibiotica krijgen ook sealers in”, aldus Tjitske. “Dat het gebruik van teatsealers stijgt en de inzet van droogzetantibiotica daalt, komt door wetgeving en nieuwe inzichten. De wet stelt dat alle preventief gebruik van antibiotica is verboden. Bij een gezond uier mag een droogzetter met antibiotica dus niet meer en de nieuwe inzichten geven aan dat dat vaak ook niet nodig is.” Dan is niets doen een optie, zegt Frank Roest. “Als koeien netjes worden drooggezet, vormen ze vanzelf de keratineplug die hen beschermt tegen infecties.” Maar ‘netjes droogzetten’ is soms lastig, omdat de hedendaagse koe veel melk produceert. Tjitske: “Je wilt dat een koe die je gaat droogzetten minder dan 10 liter melk per dag produceert. Maar dat is een hele uitdaging. En elke 5 liter die de koe meer dan die 10 liter produceert, geeft 80 procent meer kans op problemen, bijvoorbeeld mastitis, in de eerste 100 dagen van de lactatie.” Tjitske ziet dat als een groter probleem dan het feit dat er minder antibiotica gebruikt mag worden bij het droogzetten. “Ik geloof dat de helft van de hoogproductieve koeien zelf een keratineplug aanmaakt. De andere helft dus niet.” Een teatsealer is dan een alternatief.

Verschillende werking

De teatsealer kan de taak van de keratineplug dus overnemen; bij het goed toepassen van de sealer sluit die de speen af waardoor infecties niet binnen kunnen dringen. “Dat is anders dan de werking van antibiotica”, vertelt Ryan van Egmond van de GD. “Droogzetters met antibiotica kunnen bestaande infecties in de uier genezen. Dat zie je terug in koeien die met een verhoogd celgetal de droogstand ingaan en weer een laag celgetal na afkalven hebben. Teatsealers bevatten geen antibiotica en zorgen ervoor dat er geen nieuwe infecties via het slotgat en het tepelkanaal de uier kunnen binnendringen tijdens de droogstand. Dat uit zich in minder klinische mastitis de eerste 30 tot 100 dagen na afkalven.”

Een antibiotica en teatsealer gecombineerd inzetten gebeurt veel, ervaart Frank Roest in zijn praktijk. “Antibiotica zet je altijd curatief in. De antibiotica geneest een aanwezige infectie, en de sealer geeft bescherming tegen nieuwe infecties.”

Van Egmond vindt teatsealers voor koeien in de droogstand van waarde als een bedrijf veel last heeft van klinische mastitis de eerste 30 tot 100 dagen na afkalven. “Onderzoek heeft laten zien dat veel van de mastitisgevallen de eerste 30 tot 100 dagen van de lactatie hun oorsprong vinden in de droogstand. Daarnaast kun je een teatsealer ook als een soort verzekeringspremie inzetten bij alle koeien als je elke uierontsteking er een te veel vindt.”

Celgetal bepalen

Om een uierinfectie of zelfs het celgetal vast te stellen en te bepalen of antibiotica mag worden ingezet bij het droogzetten, is de klinische beoordeling van de uier of melk geen acceptabele diagnostische methode. Maar naast koecelgetalbepaling kan gedacht worden aan bacteriologisch onderzoek (BO), bepaling van het kwartiecelgetal, geleidbaarheid of lactaatdehydrogenase (LDH) bepaling. Zo’n alternatieve methode dient goed onderbouwd te zijn en de diagnostische resultaten moeten in het bedrijfsdossier worden vastgelegd. In de praktijk zien dierenartsen Frank en Tjitske Roest het wel gebeuren dat een veehouder die twijfelt aan het celgetal, ervoor kiest om per kwartier het celgetal te laten testen. “Stel dat er een kwartier is dat heel veel cellen bevat en de andere drie zitten ver beneden de norm, dan zou je, als je dit aantoont met een test en het netjes noteert in de administratie, in dat geval het dier toch met antibiotica mogen behandelen”, aldus Tjitske.

Juist aanbrengen

Het belangrijkste bij het gebruik van teatsealers is dat ze op de juiste manier in de spenen aangebracht worden. “En dat betekent niet dat je de hele uier behandelt, zoals je wilt dat een droogzetantibioticum doet”, legt Tjitske Roest uit. “Druk de speen goed dicht bij overgang van speen naar uier, zodat de sealer alleen in de speen zit.” Ze adviseert om de gebruiksaanwijzing goed door te lezen en instructiefilmpjes te zoeken. “Wees tijdens het inbrengen bewust daarmee bezig.” Volgens de experts kan het enige nadeel van teatsealers zijn dat je ze niet hygiënisch inbrengt. “Als de sealer niet schoon is, kun je een infectie in de uier brengen. En die kan er dan niet meer uit,” vertelt Tjitske. “Werk dus hygiënisch”, adviseert ook Van Egmond.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: