Handen wassen tegen zoönosen

Zoönosen liggen in de melkveehouderij altijd op de loer. Yvette de Geus, specialist Veterinary Public Health in opleiding, weet er alles van. “Je kunt al een groot deel van de risico’s wegnemen door je handen goed en regelmatig te wassen.”

Dit artikel is gepubliceerd in vakblad Veehouder en Veearts.

Yvette de Geus, tot voor kort landbouwhuisdierenarts bij dierenartsenpraktijk Krommerijnstreek in Schalkwijk, is nu werkzaam bij de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. “Ik heb een voorliefde voor zoönosen”, vertelt De Geus. Volgens haar is de zoönose ‘hip’. “Dat komt onder meer door de stijgende bezoekersaantallen op kinderboerderijen. Daar komen jaarlijks zo’n 26 miljoen mensen op af. En die bezoekers hebben vaak geen idee van de risico’s die ze zouden kunnen oplopen. Want niet alleen door het aaien van dieren kun je een ziekte oplopen, sommige zoönosen verspreiden zich ook door de lucht.” Bewustwording is het sleutelwoord, en juist daar schort het volgens De Geus aan. “Ik wil ervoor zorgen dat mensen weten welke maatregelen ze moeten nemen om het oplopen van zoönosen tegen te gaan. Want het is eigenlijk heel eenvoudig.” Daarmee doelt De Geus op het wassen van je handen en het dragen van bedrijfskleding. “Je hebt daarvoor alleen stromend water, zeep en een droogdoek nodig. En je overall was je op minimaal 60 graden. Vergeet ook de bedrijfslaarzen niet schoon te maken.”

Gevaar voor zwangere vrouw

Zoönosen vormen een gevaar voor iedereen, maar in het bijzonder voor zwangere vrouwen. Niet voor niets wordt de risicogroep aangeduid met de naam YOPI’s: Young, Old, Pregnant, Immuno-deficiënt (verzwakt afweersysteem).

In principe wordt de ongeboren baby goed beschermd in de buik, maar toch kunnen er ziekteverwekkers via de moeder door de placenta het kind bereiken. De moeder wordt niet altijd ziek, maar een zoönose kan ongemerkt wel schade aan het ongeboren kind toebrengen of een miskraam veroorzaken. Het is afhankelijk van het soort ziekteverwekker en het moment in de zwangerschap hoe ernstig de schade kan zijn. Op een bedrijf waar bijvoorbeeld een verwerpersprobleem is, moet een zwangere vrouw niet de stal in. Ook kalverdiarree is een potentieel gevaar. De Geus: “Vooral als je een YOPI bent kun je de diarree van een koe of kalf beter vermijden, omdat deze diarreeverwekkers vaak besmettelijk zijn voor mensen. Eigenlijk blijven steeds dezelfde adviezen gelden: handen wassen, kleding wassen, laarzen schoonmaken. En als je zwanger bent kun je het beter ook laten om in de buurt van een verlossing te komen. Vruchtwater is namelijk ook gevaarlijk.” 
Voor alle zekerheid somt De Geus de mogelijke preventieve maatregelen op. “Ben je zwanger, ga dan niet een afkalfstal uitmesten en helpen met een verlossing van een dood of te vroeg geboren kalf. Blijf dan zeker uit de buurt van schapen en geiten die aan het aflammeren zijn. Draag altijd handschoenen en bedrijfskleding. Zorg eventueel voor een mondkapje als je je laarzen of hokken afspuit met een hogedrukreiniger.”

De zoönosen die het grootste gevaar vormen voor zwangere vrouwen, zijn een besmetting met onder andere salmonella, toxoplasma, leptospira, listeria, chlamydia, campylobacter, E. coli O 157 H7 en Q-koorts. Tevens vormt trauma door vallen en trappen door koeien een gevaar voor het ongeboren kind.

Gebrek aan kennis

De Geus benadrukt constant het belang van kennis over zoönosen. “Als je niet weet wat een zoönose is of wat het kan veroorzaken, kun je ook niet weten dat de veroorzaker van eventuele klachten een dierziekte zou kunnen zijn.” En omdat er een gebrek aan kennis is over de gevaren van dierziekten, worden ze niet gemeld en hebben huisartsen geen zicht op de problemen. De Geus adviseert: “Ben je in aanraking geweest met dieren en word je kort daarna ziek, ga dan altijd overleggen met je dierenarts en je huisarts. Er is namelijk een behoorlijk aantal zoönosen die je ziek kunnen maken. Maar omdat het bij de meeste Nederlanders schort aan kennis over de ziekten, wordt het niet gemeld en blijven we tobben.”

De Geus vindt het goed dat burgers melkveehouderijen bezoeken. “De sector kan op deze manier de burgers laten zien met hoeveel zorg Nederlandse zuivel gemaakt wordt. Maar je moet je bezoekers beschermen. Wees professioneel. Voor de bezoekers geldt hetzelfde als voor de veehouders zelf. Handen wassen na bezoek, overall van het bedrijf aan, bedrijfslaarzen aan. Zorg dat je bezoekers geen contact hebben met zieke dieren, zoals kalfjes met diarree. Simpel. Voel je als veehouder verantwoordelijk voor je gasten en zorg ervoor dat het gebeurt, want de (imago)schade bij een besmetting van een bezoeker is groot”, spreekt De Geus stellig.

De Geus is specialist Veterinary Public Health in opleiding bij de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Haar opleiding duurt nog drie jaar. Ondertussen geeft ze haar kennis over zoönosen door aan de diergeneeskundestudenten. “Als dierenarts moet je alles weten over de ziekten die van dier naar mens overgebracht kunnen worden. Die kennis moet je zo veel mogelijk delen. Daarom ben ik blij dat onder studenten de interesse voor zoönosen groeiende is.”

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: