Jongveeopfok: meer aandacht voor hygiëne

Jongvee opfokken is een vak apart. Dierenarts Niels Groot Nibbelink ziet bij melkveehouders grote verschillen in werkwijze en resultaten. Bedrijven die goed ingericht zijn en veel aandacht hebben voor hygiëne, leveren de beste prestaties. Ondanks dat de aandacht voor jongveeopfok enorm is toegenomen, gaat er nog te veel mis in de uitvoering. Een aantal praktische tips.

Door Mathee Kamp, gepubliceerd in vakblad Veehouder en Veearts

Rust, reinheid en regelmaat. Dat klinkt misschien wat afgezaagd, maar zo gek is dit niet als uitgangspunt voor kalveropfok”, legt dierenarts Niels Groot Nibbelink van Veterinair Centrum Someren uit. “Maar wat bedoelen we daar exact mee en hoe geef je er invulling aan?”

Rust staat volgens Groot Nibbelink voor zo min mogelijk stress bij het dier. Dit betekent goede huisvesting, de juiste voeding en zo min mogelijk verplaatsingen. “Op het gebied van voeding is vaak nog veel te verbeteren”, zegt de dierenarts. “Ik adviseer veehouders om samen met hun voervoorlichter een sterkte-zwakteanalyse te maken en samen te kijken welk voerschema past bij de bedrijfssituatie en de opfokdoelstellingen van het bedrijf.”
Over huisvesting is Groot Nibbelink heel duidelijk. Bij voorkeur verblijft een kalf de eerste drie weken in een eenlingbox en daarna tot een leeftijd van drie maanden in een kleine, vaste groep met leeftijdsgenoten. In die periode bouwt een jong kalf langzaam weerstand op tegen allerlei op het bedrijf aanwezige ziektekiemen. Iedere verstoring van dit proces door pathogenen activeert het immuunsysteem en kost dus groei. Iedere verandering van voeding of omgeving levert stress op en dat verlaagt de weerstand. Daarom is het verstandig om kalveren tot drie maanden zo min mogelijk te mengen en te verplaatsen.

Reinheid loont

Reinheid is volgens Groot Nibbelink een belangrijk maar lastig begrip. “Wat is schoon? Daar kun je hele discussies over voeren”, legt hij uit. “Toch pleit ik voor strikte hygiëne. Daar gaat namelijk het meeste mis. En ja, dat kost tijd. Maar je kunt er nog veel meer tijd mee besparen. Vraag je maar eens af hoeveel extra tijd een ziek kalf kost.” Als dierenarts is hij een fervent aanhanger van all-in, all-out. Zeker als het om jonge kalveren gaat. Een pasgeboren dier heeft geen weerstand en verdient dus een brandschone omgeving. Dit betekent dat eenlinghuisvesting voor gebruik wordt gereinigd en ontsmet en op een schone ondergrond wordt geplaatst. Bij voorkeur op een plaats waar al even geen kalf heeft gestaan. Dat kan alleen als een bedrijf daarvoor is ingericht en over voldoende, goed reinigbare hokken beschikt in combinatie met een goed geconstrueerde ondergrond.

Een vaste emmer per hok

Ook het dagelijks reinigen en ontsmetten van de emmers en spenen is volgens Groot Nibbelink belangrijk. Maar wat volgens hem misschien nog belangrijker is, is het koppelen van een vaste emmer aan een kalf. Nummer ieder hok en geef de bijbehorende emmer eenzelfde nummer. “Het mooiste is het als je de emmer bij het hok kunt laten en daar kunt reinigen en ontsmetten. Hang de emmer daarna op de kop weg zodat er geen water in blijft staan.” Aandacht vraagt Groot Nibbelink voor de borstel waarmee emmers worden schoongemaakt. In plaats van het instrument om een emmer te reinigen, is de borstel op veel bedrijven juist de vector die ziektekiemen verspreidt van de ene naar de andere emmer. “Voorkom dit door zonder borstel te reinigen of door de borstel tussen twee emmers door te ontsmetten.”

Als we het over reinheid hebben, hebben we het ook over looplijnen; vul die slim in. Trek voordat je naar de kalveren gaat schone laarzen en een schone overall aan en loop zo min mogelijk op en neer. Zo voorkom je onnodige verspreiding van ziektekiemen. “Een melktaxi is wat dat betreft ideaal”, zegt Groot Nibbelink. “Eén rondje maken om melk te geven en een tweede rondje met heet water en een ontsmettingsmiddel om de emmers te reinigen en te ontsmetten. Zo minimaliseer je de diercontacten en kunnen de emmers bij de hokken blijven. Bovendien voorkomt het een heleboel keren heen en weer lopen, wat weer extra risico’s op versleping van ziektekiemen oplevert.”

Desinfecteren noodzakelijk

De dierenarts van Veterinair Centrum Someren onderzocht afgelopen jaar in opdracht van VDK Products samen met de HAS Hogeschool in Den Bosch het reinigen en ontsmetten van kalverhokken. Tijdens het onderzoek zijn verschillende typen hokken op verschillende manieren gereinigd en vervolgens al dan niet ontsmet. Met Rodac-plaatjes is vervolgens gemeten hoeveel bacteriekolonies er op de huisvesting aanwezig waren. Hieruit bleek dat de gangbare methode van reinigen: uitmesten en schoonspuiten, absoluut onvoldoende is. “Wil je de infectiedruk echt substantieel verlagen, dan is desinfecteren noodzakelijk”, aldus Groot Nibbelink. “Op het oog schoon is niet schoon. De intenties zijn vaak goed, maar het gaat nog te vaak mis in de uitvoering.”

Inschuimen effectief en efficiënt

Qua werkwijze scoort het ‘inschuimen en daarna afspoelen en desinfecteren’ van een kalverhok het best. Deze werkwijze levert volgens het onderzoek bij het reinigen niet alleen een tijdsbesparing op van 3 minuten per hok, het voorkomt ook dat er via spuitnevel ziektekiemen naar andere kalveren in de omgeving worden verspreid. Losse polyester kalverhokken (iglo’s) die buiten staan, blijken het best te reinigen. De gecoate polyester hokken zijn significant beter te reinigen dan hokken van plastic, hout of betonplex, wijst het onderzoek uit. Bij materialen met poriën blijkt dat ziektekiemen zich gemakkelijk verstoppen en dan onbereikbaar zijn bij het desinfecteren. Een ander voordeel van buiten huisvesten in iglo’s is dat de hokken verplaatst kunnen worden naar een echt schone ondergrond.

Regelmaat door protocollen

Regelmaat gaat volgens Groot Nibbelink vooral over het invoeren van vaste werkprotocollen. Hierin staat de volgorde en de wijze waarop werkzaamheden worden uitgevoerd. Dit zijn heel concrete afspraken met jezelf en met medewerkers. Ze gaan over voeren, instrooien, looplijnen, dierverplaatsingen en het reinigen en ontsmetten. Ook is het handig om protocollen te hebben voor calamiteiten. Groot Nibbelink: “Dit vergroot de bewustwording en zorgt ervoor dat signalen eerder worden opgevangen. Gevolg is dat er sneller wordt ingegrepen als er bijvoorbeeld een kalf ziek is. Dit kan de schade aanzienlijk beperken.”

Volgens Nibbelink is er heel veel mogelijk als de opfok van kalveren optimaal wordt uitgevoerd. Genetisch zijn de dieren prima in staat om tot een leeftijd van drie maanden wel 1.000 gram per dag te groeien en af te kalven op een leeftijd van 22 tot 23 maanden. Maar dat lukt alleen als je alle facetten van kalveropfok goed in de vingers hebt.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: