KoeMonitor voor nog betere borging

De kwaliteit en veiligheid van Nederlandse melk en melkproducten staan wereldwijd hoog aan­geschreven. Dat willen de zuivelsector en overheid zo houden. Daarom wordt KoeMonitor per 1 januari 2020 geïntroduceerd. Wat merkt de melkveehouder daarvan?

Het Periodiek Bedrijfsbezoek (PBB), de Continue Diergezondheids­monitor (CDM), KoeKompas en andere systemen zorgen nu voor een goede borging van de diergezondheid, het dier­enwelzijn en de voedselveiligheid in de melkveehouderij. Maar de markt en de overheid vragen om een nog betere ­borging. Vooral afnemers van melk en zuivel­producten ver weg, in zogenoemde derde landen, willen heel zeker zijn van een goed onafhankelijk toezicht en dat er wordt ingegrepen als er tekortkomingen worden geconstateerd. Dat vertrouwen is er nu niet altijd, vertelt Jos Verstraten, melkveehouder en als LTO-bestuurder nauw betrokken bij de ontwikkeling van KoeMonitor.
Ook een EU-verordening voor voedsel­veiligheid vraagt om nog betere borging van de zuivelketen, zegt Verstraten. “Die EU-verordening bepaalt onder andere dat melk van zieke koeien niet geleverd mag worden. Het is een bestaande verordening die in de ogen van de Nederlandse overheid en marktpartijen niet goed genoeg geïnterpreteerd wordt. Dit betekent niet dat de voedselveiligheid niet in orde is, maar dat het toezicht erop en de borging nog beter kunnen worden geregeld. KoeMonitor is daar een middel voor. KoeMonitor bestaat uit drie onderdelen: KoeData, KoeKompas en KoeAlert. Met name KoeAlert is de doorvertaling van de EU-regelgeving.”

Wat gaat de melkveehouder merken van KoeMonitor?
Verstraten: “Dat ligt eraan. Met KoeMonitor gaat het over: hoe heb je het toezicht geregeld voor het feit dat alleen voedsel geproduceerd mag worden met gezonde dieren en hoe ga je met de niet-gezonde dieren om. Melkveehouders die de diergezondheid goed op orde hebben en zieke dieren tijdig signaleren en daarnaar handelen, zullen nauwelijks iets van de introductie van KoeMonitor merken. Maar voor melkvee­houders die de diergezondheid niet goed voor elkaar hebben, zieke dieren niet goed herkennen en de melk van die koeien ‘gewoon’ de tank in laten gaan, wordt het toezicht strakker. Elk melkveebedrijf zal minimaal één keer per jaar bezocht worden door een controlerende dierenarts. Dat geldt ook voor melkveebedrijven die leveren aan zuivelverwerkers die een fysiek bezoek door een dierenarts nu nog niet verplicht stellen.
Bedrijven die nu deelnemen aan het Periodiek Bedrijfsbezoek (PBB) met jaarlijks vier keer bezoek van de dierenarts, zullen juist minder frequent een dierenarts voor controle over de vloer kunnen krijgen omdat met de introductie van KoeMonitor een bezoek vervangen kan worden door toezicht op afstand.“

Blijft de dierenarts het toezicht uitvoeren?
“Ja, dat is onze inzet. Maar het moet met KoeMonitor duidelijker worden wie verantwoordelijk is voor wat. De verantwoordelijkheid moet nadrukkelijker bij de boer en melkafnemer komen te liggen. De dieren­arts moet zijn rol als toezichthouder met rugdekking goed kunnen uitvoeren. Als die constateert dat er iets niet in de haak is, moeten de melkveehouder en melkafnemer er vervolgens voor zorgen dat het in orde komt.”

Waarom moeten de verantwoordelijk-heden duidelijker worden?
“In de loop der tijd is de verantwoordelijk voor gezonde koeien en voedselveiligheid gevoelsmatig steeds meer bij de dierenarts komen te liggen en dat is niet terecht. De dierenarts wordt alleen ingezet door de boer om de situatie te beoordelen. Daarom moeten we het systeem herbezinnen. De verantwoordelijkheid voor het produceren van melk van gezonde koeien ligt niet bij de dierenarts, maar bij de melkveehouder als voedselproducent en bij de melkafnemer als voedselverwerker. De dierenarts oefent daar controle op uit. Als de dierenarts consta­teert dat er iets niet in de haak is met de gezondheid van melkkoeien, zal er een discus­sie moeten plaatshebben in de keten tussen de melkveehouder en melkafnemer; zij hebben dan een dingetje met elkaar en níet de melkveehouder en dierenarts. Terwijl de dierenarts nu gedoe kan krijgen met de melkveehouder, omdat hij of zij gevoelsmatig als controleur wordt gezien. Dat kan de relatie tussen boer en dierenarts onder druk zetten. De boer kan natuurlijk wel de dierenarts om advies vragen om zaken naar aanleiding van een controle te verbeteren.”

Wat verandert er nog meer?
“De EU-verordening schrijft ook voor dat je als houder van dieren in staat moet zijn om zieke dieren te herkennen en kunt borgen dat de melk van die dieren niet geleverd wordt. De dierenarts bepaalt of de melkveehouder zijn eigen zieke dieren kan herkennen. Bij een controle moet de boer aangeven van welke dieren de melk uit­gehouden wordt. Als de dierenarts bij de controle constateert dat er ook dieren in het koppel aanwezig zijn waarvan volgens de regels de melk niet geleverd mag worden, heeft de boer blijkbaar onvoldoende kennis om zieke dieren te herkennen. Op dat moment is de veehouder in gebreke wat tot consequenties leidt. Dat kan bijvoorbeeld een extra onaangekondigde controle zijn, maar ook het volgen van een e-learning met goed resultaat.”­

Dit artikel verscheen in juli 2019 in vakblad Veehouder en Veearts.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Redactie
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: