Mortellaro tackelen met gestructureerde aanpak

Frank Tijhuis trof vier jaar geleden, toen hij bedrijfsleider werd op een bedrijf in Zeewolde, een veestapel aan met het nodige achterstallig onderhoud aan de klauwen. Vooral Mortellaro bleef voor problemen zorgen. Tot hij samen met de voervertegenwoordiger en dierenarts van het NKGC een serieus plan van aanpak schreef en dit tot uitvoering bracht.

Door Sjoerd Hofstee in vakblad Veehouder en Veearts.

Frank Tijhuis (op de foto) ging eind 2015 als bedrijfsleider op een melkveebedrijf in Zeewolde aan de slag. Op deze locatie liepen toen al 200 melkkoeien en is een biogasinstallatie actief. Jongvee is er niet, voor vervanging worden dieren aangekocht. Duidelijk was dat er beslist een uitdaging voor de jonge bedrijfsleider lag te wachten. De dieren waren niet in topconditie, produceerden niet meer dan circa 25 kilo melk per dag op het toch vrij intensieve bedrijf en rijke rantsoen, en de benen en klauwen stonden er niet goed voor. “Je zag veel grote, grove klauwen. Gewoonweg achterstallig onderhoud in bekapwerk”, licht Frank toe. “Ook kampten toen al verschillende koeien met Mortellaro. In verschillende gradaties.”

Plan opgesteld

Nadat alle koeien waren bekapt, werd direct samen met de voervertegenwoordiger en het NKGC (Nederlands Klauw Gezondheids Centrum) een plan opgesteld. Voor het klauwbehandelen komt dat erop neer dat de klauwbekapper van het NKGC elke maand langskomt. Alle koeien tussen 100 en 130 dagen in lactatie worden dan door de behandelbox gehaald, net als de koeien die 30 tot 0 dagen voor de droogstand zitten. Zijn er tussendoor koeien die kreupel lopen, dan pakt Frank die zelf tussentijds op met behulp van zijn eigen eenvoudige behandelbox.

Daarnaast komt voervertegenwoordiger Jan Hoef van Bosgoed Diervoerders elke week of eens per twee weken langs. “Omdat de voerkosten een belangrijke kostenpost zijn op dit bedrijf, vroegen we ervoor terug dat hij hier regelmatig langskomt. En dan beslist niet om mij naar de mond te praten, maar om kritisch te kijken naar de koeien, het voer en de rest wat opvalt; om dat vervolgens op te schrijven”, vertelt Frank.

Hij toont een map met het bewijs dat het zo in de praktijk ook werkt. Week op week komt er nieuw velletje bij met een aantekening als: ‘Hooi ruikt matig; graskuil oké; maiskuil toplaag warm’. En een week later bijvoorbeeld: ‘Mest oké; conditie koeien wisselend; roosters vol schuim – oorzaak kapotte pomp’.

“Zo’n werkwijze is elke keer een soort van confronterend, maar dat is juist de bedoeling”, stelt Frank. “Natuurlijk heb ik het ook al wel gezien als er schuimvorming op de roosters is. Maar doordat het nu door een externe op papier staat, voel ik mij gedwongen ook echt actie te ondernemen. Het helpt echt tegen bedrijfsblindheid.”

Boxvulling droog en los houden

Vanuit de feedback die Frank wekelijks krijgt, zijn drie terugkerende actie- en aandachtspunten te ventileren: het continueren van voetbaden; ‘oude’ mest zo snel mogelijk uit de stal verwijderen (uit ligboxen en van de plek waar de mestschuif eindigt); de boxvulling droog houden. De diepstrooiselboxen in de stal worden om de 10 tot 14 dagen bijgevuld met gescheiden mest. Met een soort cultivator op de minishovel haalt Frank die boxvulling tussentijds nog een paar keer los. “Dat helpt echt. De koeien gaan veel sneller liggen dan wanneer je het niet losmaakt en er een soort harde plaat in de boxen ontstaat”, licht hij toe.

De gestructureerde werkwijze had de afgelopen jaren een positief effect op het bedrijf. De koeien kwamen zienderogen beter in conditie, de melkproductie steeg en ook de klauwen vertonen minder problemen.

“Alleen van de Mortellaro kwamen we niet goed af. Ik raakte er gefrustreerd door. Zeker 50 procent van de veestapel had er in zekere mate last van, waardoor ze minder liepen, minder opstartten en zo dus in totaal niet optimaal presteerden”, vertelt Frank. “Ik ben toen met de voervertegenwoordiger en dierenarts Marcel Drint van het NKGC opnieuw gaan zitten en heb gezegd: hoe kunnen we die Mortellaro echt uitroeien? Ik was er echt klaar mee.”

Intensieve aanpak

Uitroeien kan eigenlijk niet, maar onder controle krijgen wel (zie kader). Daarvoor werd een plan van aanpak gesmeed. Alle koeien werden bekapt en die problemen met Mortellaro toonden werden intensief behandeld met middelen en verband. Ruim een week daarna legde Frank voetbaden bij het teruglooppad uit de melkstal. Drie baden achter elkaar zodat geen koe eroverheen kon springen. Drie dagen op rij werden die gevuld met een formalineoplossing (20 liter formaline op 500 à 600 liter water). Elke dag werden de voetbaden volledig ververst én bij elke melkbeurt spoot Frank de achterpoten van alle dieren schoon met een brandslang. “Bij de voorklauwen komt Mortellaro eigenlijk niet voor, dat scheelt dan weer.”

Na deze intensieve behandeling volgden twee dagen rust om daarna deze werkwijze opnieuw twee dagen op rij uit te voeren. Daarop volgde één dag rust en nogmaals één dag zo’n behandeling.

Een week daarna werden alle dieren gescoord door Gerry Bosje van het NKGC op Mortellaro. De meeste koeien scoorden een 4. Dat betekende dat ze in de herstelfase zaten.
“Het was even heel intensief, maar werkte dus wel”, vertelt Frank. “Daarna hebben we nog een keer twee dagen op rij deze aanpak gedaan en vanaf dat moment elke week voetbaden ingezet.”

Drogen lopen rondjes

De aanpak sloeg aan, maar de jonge melkveehouder had daarmee de Mortellaro nog steeds niet voldoende onder controle. Frank: “Ik sloeg de groep met droge koeien nog over. Daar heerst sowieso een apart milieu, dus die moesten ook aangepakt worden.”

Daarom laat hij de droge koeien sinds driekwart jaar wekelijks zes rondjes lopen door voetbaden. Zo worden alle klauwen een paar keer goed ondergedompeld. “Het is even wat extra werk en geeft wat onrust in het koppel, maar per saldo kan het goed uit. Ik durf nu eindelijk te zeggen dat we Mortellaro hier onder controle hebben gekregen.”

De totaalaanpak resulteerde erin dat er vanaf dit voorjaar tot augustus een productie van 35 kilo per koe per dag gerealiseerd werd. Een productie waar Frank vanaf het begin naar streefde. Klaar ben je echter nooit en dat geldt ook hier. Het erg warme weer afgelopen zomer deed de koeien duidelijk geen goed. De productie daalde flink en bij de laatste behandelronde in september was het aantal koeien met wittelijndefecten in de klauwen flink opgelopen. “De klauwbekapper heeft wel twintig koeien op een klosje gezet. Dat soort problemen kost melk en dus geld”, stelt Frank. “Gelukkig lijken de klauwen zich inmiddels weer te herstellen en hebben we de stijgende lijn weer te pakken. Eind september lag de productie op 31 liter per koe per dag met 4,23 procent vet en 3,42 procent eiwit. Zowel de melkgift als het eiwitgehalte moeten dus nog wel iets verder opkrabbelen.”

Weerstand op peil houden

Om volgend jaar opnieuw een terugval door warmte te voorkomen, wordt waarschijnlijk een geïsoleerd dak aangebracht en denkt Frank aan het installeren van verkoelingsbuizen boven de ligboxen. “Alle klauwproblemen, ook mortelarro, komen voort uit managementfactoren en verminderde weerstand. Meer en meer richt ik mij daarop.”

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: