Ratten en muizen schreeuwen om aandacht

De regelgeving rond de bestrijding van ratten en muizen zorgde de afgelopen zomer voor opschudding. Vanaf 2023 mogen particulieren waarschijnlijk geen gifstoffen meer gebruiken om de plaagdieren te bestrijden. Wat zijn de gevolgen voor de veehouderij?

Door Ida Hylkema in vakblad Veehouder en Veearts.

De Telegraaf pakte er groots mee uit: er dreigt een ratten- en muizenplaag voor Nederland. Directeur Bastiaan Meerburg van het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) was in menig actualiteitenprogramma te gast om tekst en uitleg te geven. Zijn boodschap: er moet haast worden gemaakt met het ontwikkelen voor alternatieven voor bestrijding met gifstoffen, anders loopt de overlast uit de hand. “Je kunt het vergelijken met de eikenprocessierups”, zegt hij. “Daar is ook te weinig onderzoek naar gedaan, omdat de urgentie niet werd gevoeld.”

Hoe groot de overlast van muizen en ratten precies is, is lastig aan te geven. Er zijn geen betrouwbare cijfers van meldingen beschikbaar, legt Meerburg uit. “Daarom is het ook lastig te zeggen of de overlast toeneemt of niet.” Dat geldt ook voor de overlast in de veehouderij. Ratten en muizen kunnen ziektes verspreiden en worden in verband gebracht met stalbranden, omdat ze elektrische leidingen doorknagen. Meerburg: “We schatten dat 25 procent van de stalbranden wordt veroorzaakt door ratten en muizen, maar dat is slechts een schatting.”

Ook betrouwbare gegevens over uitbraken van ziektes onder het vee door besmetting via ratten en muizen ontbreken. Wel is aangetoond dat ratten mond-en-klauwzeer, klassieke varkenspest en vogelgriep kunnen overbrengen. Onderzoek door de Animal Sciences Group van Wageningen UR – waaraan Meerburg ook is verbonden – heeft aangetoond dat (bruine) ratten en huismuizen drager kunnen zijn van de bacteriën salmonella, campylobacter en de parasiet Toxoplasma gondii. Het meest berucht is de ziekte van Weil (veroorzaakt door de leptospira-bacterie) die ratten rechtstreeks op mensen kunnen overdragen.

Strengere regels

Feit is dat de aanpak van de overlast door ratten en muizen sinds enkele jaren aan strengere regels is gebonden en dat de regelgeving vanaf 2023 nog meer wordt aangescherpt. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt of gewasbeschermingsmiddelen en biociden veilig zijn voor mens, dier en milieu voordat ze worden verkocht. Het college besloot in 2018 dat anticoagulantia in de toekomst alleen nog gebruikt mogen worden binnen een geïntegreerd plaagdiersysteem door gecertificeerde professionals. Deze middelen zijn niet alleen giftig voor muizen en ratten, maar ook voor vogels, roofdieren en huisdieren. Voor buitengebruik van deze middelen geldt daarom al een certificeringsplicht en met ingang van 2023 geldt dat ook voor het gebruik binnen. Dat betekent dat het middel alleen nog mag worden gebruikt door professionals die daarvoor een gespecialiseerde opleiding hebben gevolgd.
Ook veehouders kunnen zo’n certificaat halen als ze de benodigde opleiding en jaarlijkse herhaling volgen. Voor landbouworganisatie LTO is dit een punt dat nog nadere invulling verdient. Want de huidige certificering die nu al nodig is voor het buitengebruik van anticoagulantia, is niet op de praktijk gericht, stelt specialist omgevingsbeleid Herman Litjens van LTO. Er is nog geen agrariër in het bezit van een dergelijk certificaat. LTO is daarom nog in overleg met onder meer KAD, Ctgb en professionele plaagdierbestrijders over een praktisch toepasbare bestrijding van muizen en ratten op een agrarisch bedrijf.
Het gebruik van chemische middelen moet daarbij mogelijk blijven, ook voor de veehouder zelf, stelt LTO. “Een agrarisch bedrijf kan een professionele bedrijf inhuren voor de plaagdierbeheersing en dat gebeurt in de praktijk ook wel. Maar we vragen ons af dat voor ieder bedrijf haalbaar en wenselijk is, gezien de grote diversiteit aan bedrijven”, zegt Litjens.

Integrale aanpak

De insteek van deze professionele bestrijding van plaagdieren is het IPM-systeem, oftewel geïntegreerd plaagdiermanagement. IPM houdt in dat eerst preventieve maatregelen worden genomen en niet-chemische bestrijdingsmethoden worden ingezet, voordat chemische middelen uit de kast mogen worden gehaald. Joan Rooijakkers van het bedrijf Agro Pest Control juicht deze aanpak toe. “We zijn te lang bestrijder geweest”, zegt hij. Zijn bedrijf legt zich toe op volledige biologische bestrijding van plaagdieren in 2025, met chemische middelen als uiterste redmiddel. Het bedrijf heeft al jarenlange ervaring met biologische vliegenbestrijding. Momenteel wordt een nieuw middel voor biologische knaagdierbestrijding getest. Daarnaast maakt het bedrijf erfinrichtingsplannen voor bedrijven met stroken gras en schelpen, knotwilgen voor roofvogels, zwaluwkasten, reukpalen met angstgeuren en planten waar knaagdieren een hekel aan hebben. Alles om te voorkomen dat knaagdieren de stal in komen.

Ook bouwtechnische maatregelen horen bij preventie, zoals het dichten van naden en kieren en het gesloten houden van de stal. Dit laatste botst echter weer met de ontwikkeling van meer openheid en weidegang. Litjens: “Daarom is een praktische invulling van het systeem erg belangrijk. Want plaagdierbestrijding is een serieuze zaak; voor de voedselveiligheid, diergezondheid en ter preventie van stalbranden.”
Rooijakkers beaamt dat. “Een boer houdt zich bezig met voedselproductie en een goed ongediertebestrijdingsplan is daar onderdeel van. Als je voedsel produceert voor je medemens, moet je geen gif als bestrijdingsmiddel willen. Er zijn ook andere manieren, maar daar heb je wel kennis van zaken voor nodig.”

Alert

Vooral snel ingrijpen is belangrijk, maar wordt nog te weinig onderkend, stelt Meerburg. “Ratten en muizen kunnen zich razendsnel vermeerderen. Als je ze hun gang laat gaan, zit je zo in een plaag.” Hij vindt het dan ook onbegrijpelijk dat er in politiek Den Haag niet alerter wordt omgegaan met het wegvallen van de chemische bestrijding en het bevorderen van preventie. In december 2014 nam de Tweede Kamer kamerbreed een motie aan van PvdA-kamerlid Lutz Jacobi waarin de regering werd verzocht om ‘met een planmatige en samenhangende aanpak voor de preventie van plaagdieren en de preventie van biociden te komen’. “Er is nog niets met de motie gebeurd”, stelt Meerburg. Er zijn nog steeds vier ministeries met de plaagdierbestrijding bezig. Het wordt tijd dat er een betere coördinatie komt. Het is nu pappen en nathouden.”

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: