Spelen is van belang voor alle dieren

Neurobioloog Louk Vanderschuren doet onderzoek naar het belang van spelen voor dieren. “Ik zie geen reden om aan te nemen dat spelen voor landbouwhuisdieren minder belangrijk is dan voor gezelschapsdieren.”

Door Henk ten Have in vakblad Veehouder en Veearts.

Louk Vanderschuren onderzoekt samen met zijn collega’s Heidi Lesscher en Marijke Achterberg, allen verbonden aan de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, wat de gevolgen zijn voor dieren van spelen en niet (kunnen) spelen. “Wij doen hersenonderzoek bij ratten en proberen twee vragen te beantwoorden: wat gebeurt er in de hersenen tijdens het spel en hoe draagt spel bij aan de ontwikkeling van de hersenen. Daarover is nog een heleboel onbekend”, vertelt Vanderschuren. “De structuur van het spel verschilt tussen diersoorten. Wij maken bij dieren onderscheid tussen motorisch spel, spelen met voorwerpen en sociaal spel; vaak zie je daar ook mengvormen van. De verschillen in spel tussen diersoorten heeft waarschijnlijk te maken met wat een dier op volwassen leeftijd nodig heeft aan gedragsrepertoire. Dat is heel verschillend per soort. Een roofdier en een prooidier bijvoorbeeld hebben heel andere capaciteiten nodig. Dat geldt ook voor een dier dat solitair leeft versus een dier dat in groepen leeft. Of een dier door beide ouders wordt verzorgd of door alleen de moeder, heeft ook zijn weerslag op de structuur van het spel. En dus op hoe spel bijdraagt aan de ontwikkeling van het brein. Ik denk dat er wel een aantal gemeenschappelijke noemers zijn, maar dus ook soortspecifieke verschillen.”

Is spelen ook belangrijk voor landbouwhuisdieren?

“Ik zie geen reden om aan te nemen dat spelen voor landbouwhuisdieren minder belangrijk is dan voor gezelschapsdieren. In biologisch opzicht is er ook geen onderscheid tussen landbouwhuisdieren en gezelschapsdieren. Het verschil is er doordat mensen de dieren op een andere manier inzetten. Maar dat doet weinig af aan de behoeftes en ontwikkeling van de dieren. Dat spelen ook voor bijvoorbeeld koeien en varkens belangrijk is, staat voor mij als een paal boven water.”

Waarom is spelen belangrijk voor dieren?

“Wij denken dat spelen korte- en langetermijnvoordelen heeft voor dieren. Belangrijkste kortetermijnvoordeel is dat ze spelen leuk vinden: door het opwekken van positieve emoties draagt het spelen bij aan het emotioneel welbevinden van het dier. Met het bieden van de mogelijkheid tot spelen kun je het dierenwelzijn dus ook stimuleren; het is een makkelijke en natuurlijke manier om het welzijn van dieren te verbeteren. Al ben ik me ervan bewust dat dat in de veehouderij, waarbij er meestal relatief veel dieren op een beperkt oppervlak worden gehouden, makkelijker is gezegd dan gedaan.
Spelen draagt ook bij aan de sociale ontwikkeling: door samen te spelen leren dieren contacten aan te gaan en zich te verhouden in een sociale context. Dat is een van de voordelen op de langere termijn. Ook levert spelen een bijdrage aan cognitieve aspecten van ontwikkeling, omdat spel het dier in staat stelt om dingen uit te proberen, ongebruikelijke dingen te doen. Dieren leren om bepaalde verbanden te leggen en creatief en flexibel te zijn. Het voordeel van spel daarin, is dat dieren dat in eerste instantie kunnen doen in een relatief veilige context ter voorbereiding op het volwassen leven. Dan kan een dier niet meer gaan experimenteren met zijn gedrag, want dat kan dan negatieve gevolgen hebben. Een dier moet dan bijvoorbeeld voedsel zoeken of voor zijn nageslacht zorgen en dan is het belangrijk dat dat doelgericht en efficiënt gebeurt.”

Hebben landbouwhuisdieren in hun veelal vrij korte leven ook wat aan de voordelen van spelen?

“Het heeft in ieder geval een groot kortetermijnvoordeel, want spel is heel belangrijk voor het emotioneel welzijn van jonge dieren. Om het spelgedrag te kunnen vertonen is wel voldoende ruimte en gelegenheid nodig. De langetermijnvoordelen zullen misschien wat minder spelen bij landbouwhuisdieren, maar de cognitieve ontwikkeling vindt natuurlijk al plaats terwijl het dier opgroeit, dus dit voordeel zal er op relatief korte termijn ook al zijn.

Wat je bij spelen bijvoorbeeld ook wel ziet is het zogenoemde self-handicapping. Daarbij zijn twee opgroeiende dieren met elkaar of ouderdieren met hun nageslacht aan het spelen, maar zijn ze niet gelijk, niet aan elkaar gewaagd. De partij die in het voordeel is, maakt het zichzelf dan soms met opzet moeilijk. Het grotere dier gaat dan bijvoorbeeld ook een keer op zijn rug liggen. Dat is geen teken van overgave, zoals bij agressief gedrag, maar meer een uitdaging om te spelen, zo van: nu mag jij een keer bovenop. Voor de underdog is het leuk om een keer te winnen, maar het sterkere dier ontwikkelt een vaardigheid om flexibel te zijn, om om te gaan met veranderingen. Daar kunnen jonge dieren op korte termijn ook al baat bij hebben.”

Stoppen dieren op een bepaalde leeftijd met spelen?

“Het spelen verdwijnt niet helemaal, maar het wordt minder. Dat kan met verschillende dingen te maken hebben. Zo hebben volwassen dieren minder gelegenheid om te spelen, omdat ze andere verantwoordelijkheden hebben. Bij volwassen ratten zien we bijvoorbeeld wel dat als ze net een schone kooi hebben gekregen, ze daarna even aan het spelen zijn. Vergelijkbaar gedrag zie je bij landbouwhuisdieren die bijvoorbeeld schoon strooisel in hun stal hebben gekregen. Zo kun je spelen ook stimuleren.”

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: