Chronische uierontsteking: als antibiotica niet zinvol is

Koeien met chronische uierontsteking genezen maar zelden, verhogen het tankmelkcelgetal en scheiden ziekteveroorzakers uit. Dergelijke dieren moeten het koppel snel verlaten.

Door Dr. Martin tho Seeth, uiergezondheidsdienst LWK Nedersaksen (D) en Marion weerda, gepubliceerd in vakblad Veearts.

De uiergezondheidskengetallen uit de MPR bieden veehouders en dierenartsen de mogelijkheid de uiergezondheid op een bedrijf continu te monitoren. De data kunnen helpen bij het blootleggen van de daadwerkelijke problemen om zo de zwakke punten in het management te ontdekken.

In dit artikel richten we de focus op het aantal uiergezonde dieren en chronisch zieke dieren – belangrijke kengetallen die in een uiergezondheidsmonitoring meegenomen moeten worden.

Beginnen met monitoring

Voor het kengetal ‘aantal uiergezonde koeien’ worden de dieren ingedeeld in vier celgetalklassen. Een te laag aantal kan worden veroorzaakt door:

  • Te veel nieuwe infecties
  • Te weinig genezingen
  • Te veel vaarzenmastitis
  • Te hoog aandeel ongeneeslijke dieren

Dit kengetal wijst dus op problemen in het uiergezondheidsmanagement. Om er precies achter te komen waar de problemen zitten, moeten de andere kengetallen nauwkeurig worden geanalyseerd en de bedrijfsspecifieke risicofactoren die ermee verbonden zijn moeten nader onderzocht.

Selecteren voor afvoer

Een van de redenen voor een te laag aandeel uiergezonde dieren is een hoog aandeel dieren met chronische uieraandoeningen. Hoewel een lange gebruiksduur wenselijk is, moeten dieren met slechte genezingsvooruitzichten de veestapel bij de eerste mogelijkheid verlaten. Vanwege het hoge aantal somatische cellen belasten deze dieren de kwaliteit van de melk, maar bovenal vormen ze een reservoir voor mastitisverwekkers en scheiden ze die in grote hoeveelheden uit. Ze zijn dus een groot risico voor de andere koeien op het bedrijf.

Behandelen of niet?

Een antibiotische behandeling van klinische mastitis is alleen zinvol als de genezingskans daarbij het zelfgenezingspercentage overstijgt. De leeftijd en/of het lactatienummer van een koe alsook de mastitishistorie beïnvloeden de kans op genezing aanzienlijk.

Hoewel bij chronische ongeneeslijke mastitisgevallen geen acceptabel genezingspercentage meer te verwachten is, gaat toch een groot deel van de antibiotica naar deze dieren. Het behandelprincipe ‘op bewijs gebaseerde mastitisbehandeling‘ van professor Volker Krömker van de universiteit van Hannover, bevat een eenvoudige methode om te beoordelen of behandeling van een dier met lichte of middelmatige mastitis zinvol is. Had het dier in de laatste drie MPR’s een celgetal van boven 700.000 of is in het betreffende kwartier in de lopende lactatie tweemaal of vaker klinische mastitis geconstateerd, dan is geen stijging van de genezingskans meer te verwachten door een antibiotische behandeling.

In dergelijke gevallen is behandeling met een NSAID voldoende. De behandeling met antibiotica kan worden uitgespaard. Voorwaarden om dit behandelconcept te laten slagen zijn uiteraard goede monitoring van de celgetallen en het documenteren van klinische mastitisgevallen.

Met sneltest besparen op antibiotica

Sneltests zoals Mastdecide of een petrifilmtest geven snel uitsluitsel over de aanwezigheid van mastitisverwekkers en of dat gramnegatieve of grampositieve bacteriën zijn. Daarmee kan ook bij lichte en middelmatige mastitisgevallen op antibiotica worden bespaard. Voor zware mastitisgevallen is deze werkwijze echter niet geschikt. Alleen bij grampositieve bacteriën verbetert het genezingsvooruitzicht met antibiotica. Bij gramnegatieve bacteriën is het zelfgenezingspercentage zo hoog dat antibiotische behandeling niet nodig is. Wordt er geen verwekker aangetoond, dan is ook geen antibioticum nodig.

Deze testmethoden maken het mogelijk tussen twee melkbeurten te beslissen over antibiotica-inzet bij een mastitisgeval. De klassieke cytobacteriologische analyse van melkmonsters in het laboratorium kan door sneltests echter niet worden vervangen. Sneltest zeggen immers niks over de identiteit van de ziekteverwekker, het celgetal en het antibiogram. Wel sluiten sneltests het tijdgat tussen diagnose en laboratoriumuitslag. Zo maken ze een juiste en gegronde behandelstart van klinische mastitisgevallen mogelijk.

Beslissen met scoresysteem

Een scoresysteem helpt om de genezingskansen nauwkeuriger te voorspellen. Zo’n systeem kan zowel worden gebruikt voor de beoordeling van de behandelingswaardigheid alsook voor de afweging om het dier voor de slacht aan te bieden. Daarvoor wordt het individuele dier op basis van meerdere, voor de genezing relevante factoren met een puntensysteem beoordeeld. De score geeft een inschatting van de genezingswaarschijnlijkheid.

Samengevat: koeien die een chronische uieraandoening hebben zijn een risico voor de uiergezondheid van de rest van het koppel en moeten niet langer dan noodzakelijk op het bedrijf blijven. De MPR-uitslag biedt een goed overzicht om deze dieren in zicht te krijgen en te houden. In de behandeling en bij het koppelmanagement moet je er sowieso rekening mee houden dat chronisch zieke dieren slechts geringe kans op genezing hebben – ook met antibiotica. Daarop kan dus beter worden bezuinigd.

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: