Fries-Hollandse koe blijft makkelijk gezond

Het Fries-Hollandse rund is door Stichting Zeldzame Huisdierrassen uitgeroepen tot zeldzaam ras van 2020. De familie Van Winden in Almkerk heeft ruim tweehonderd Fries-Hollandse koeien. De dieren hebben weinig gezondheidsproblemen en passen bij een wat soberder management.

Door Henk ten Have, gepubliceerd in vakblad Veehouder en Veearts

Het Fries-Hollandse rund heeft van de Stichting Zeldzame Huisdierrassen (SZH) de status ‘bedreigd’ gekregen: er zijn sinds de ‘Holsteinisering’ nog circa 2.100 zwartbonte dieren van dit dubbeldoelras in Nederland. (Het Roodbonte Friese ras telt nog 269 koeien en heeft de status ‘kritiek’.) Samen met de Vereniging voor de fokkerij van het Fries-Hollands rundveeras zet de SZH dit jaar de schijnwerpers op het ras. Helaas gooit de uitbraak van het coronavirus daarbij nogal wat roet in het eten; bijeenkomsten om het ras te promoten mogen niet doorgaan.

Buitenkoeien

De familie Van Winden zou ook meedoen aan zulke bijeenkomsten. Op hun moderne melkveebedrijf in Almkerk hadden ze graag bezoekers ontvangen om meer bekendheid te geven aan de Fries-Hollandse koe. Vijf jaar geleden streken Christian van Winden en zijn zus Saskia Kemmere - van Winden met hun gezinnen neer in het Land van Heusden en Altena, vanuit de Biesbosch, waar ze plaats moesten maken voor het project Ruimte voor de Rivier. Ze bouwden een nieuw bedrijf voor hun Fries-Hollandse koeien en jongvee.
De circa 220 melk- en kalfkoeien van de familie Van Winden – over een tijdje allemaal met hoorns, want er is gestopt met onthoornen – worden gemolken met vier DeLaval-melkrobots. Binnenkort komen er nog ventilatoren te hangen in de ligboxenstal voor op díe warme dagen dat de koeien liever binnenblijven. Normaal gesproken lopen ze zoveel mogelijk buiten, het zijn ‘buitenkoeien’. Rond de boerderij ligt 138 hectare land dat grotendeels wordt gebruikt voor weidegang en grasteelt. “Onze koeien gaan graag naar buiten”, vertelt Christian van Winden. “Vorig jaar hebben we 200 dagen geweid. Ze lopen echt te grazen. Behalve als het heel heet of echt slecht weer is. Dat ze 24 uur per dag naar buiten kunnen, geeft ook een soort rust in het koppel. Ze lijken hun natuurlijke ritme te volgen.” De koeien nemen 8 tot 10 kg drogestof op aan weidegras. De totale drogestofopname van de Fries-Hollandse koeien bedraagt 16 tot 16,5 kg drogestof per dag.
Naast zoveel mogelijk gras krijgen de koeien grasbrok van eigen gras, perspulp (2,5 tot 3 kg) van zelfgeteelde suikerbieten, bierbostel (2,5 tot 3 kg) en een beetje maiszetmeel, gerstemeel en maisgluten. Gemiddeld krijgen de koeien 3 kg aangekocht krachtvoer. Er wordt geen snijmais geteeld en gevoerd.

Productie stijgt

De koeien komen goed naar binnen om door de melkrobots gemolken te worden. In het grasseizoen komt het aantal melkingen op 2,3 tot 2,4 per dag, in de stalperiode is dat iets hoger met 2,6 melkingen per dag. De gemiddelde melkproductie bedroeg vorig jaar 7.217 kg per koe met 4,49 procent vet en 3,71 procent eiwit. De melkproductie per koe is stijgende. “Momenteel hebben we vrij veel vaarzen aan de melk, waardoor de melkproductie wat lager is. In de Biesbosch lag de productie op 7.600 kg per koe per jaar; dat is bovengemiddeld.” In 2020 zal de gemiddelde leeftijd van de koeien ruim boven de vijf jaar uitkomen. Het vervangingspercentage is 17 tot 18 procent.

Bij 10 procent droogzetters

De koeien zijn goed gezond te houden, vertellen Christian en Saskia. Het gemiddelde celgetal ligt rond de 100.000. Koeien en vaarzen met een celgetal van respectievelijk 150.000 en 200.000 en dieren met mastitis krijgen droogzetters ingebracht. “Bij nog geen 10 procent van de koeien hebben we droogzetters nodig.” Een paar koeien hebben Mortellaro. “We gebruiken geen preventieve voetbaden. Als we dat wel zouden doen, hadden we er waarschijnlijk nog minder last van.” Lebmaagdraaiingen komen ook nauwelijks voor.De koeien kalven in 95 procent van de gevallen af zonder aanwezigheid van de boer(in) en dat gaat meestal goed. Vijf tot zes koeien per jaar (van de 220) krijgen melkziekte. Het bedrijf is IBR-vrij. Om koeien te ontdekken die speciale aandacht nodig hebben, hebben Christian en Saskia geïnvesteerd in de Herd Navigator van DeLaval.

Koe past bij trekkerboer

“Eigenlijk past de Fries-Hollandse koe goed bij een trekkerboer, want ook als het dier wat minder aandacht krijgt, doet ze het meestal goed”, zegt Christian. Maar niet alleen het ras draagt bij aan weinig gezondheidsproblemen, beaamt hij, de melkveehouder moet zijn of haar vak natuurlijk ook goed in de vingers hebben. “Wat verder meespeelt is dat we waarschijnlijk wat minder van onze koeien vragen dan de gemiddelde melkveehouder”, aldus Saskia. “De koeien lopen niet op hun tenen. Daarnaast geven ze zich niet uit zichzelf weg, zoals het melktypische Holstein-Friesian-ras dat wel kan doen.”
Nog een mooie eigenschap die de familie Van Winden wil noemen is het rustige karakter van de Fries-Hollandse koe. “Onze klauwbekapper verbaast zich er telkens weer over dat we de bekapte en onbekapte koeien met een spantouwtje zonder problemen gescheiden kunnen houden.”

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: