Speenpuntvereelting vaak door melkproces

Speenpuntvereelting is vaak het gevolg van het verloop van het melkproces. De jaarlijkse controlebeurt van de melkmachine is erg belangrijk, maar brengt de oorzaak niet altijd aan het licht. Een natte meting kan dan helderheid verschaffen.

Door Ida Hylkema in vakblad Veehouder en Veearts

Speenpuntvereelting of hyperkeratose is een beschadiging van de speenpunt die wordt veroorzaakt door overmatige druk van de tepelvoering. Het slotgat is beschadigd en soms sterk gerafeld waardoor deze niet meer goed sluit. De gerafelde speenpunt is bovendien een ideale plek voor vuil en mastitiskiemen die zo gemakkelijker de uier binnendringen. Daarnaast wordt bij hyperkeratose te weinig keratine gevormd waardoor de keratineplug die het slotgat moet afsluiten niet goed meer functioneert. Ook daardoor krijgen mastitisverwekkers meer kans. “Bij spenen met een ernstige vereelting is de kans op mastitis groter”, zegt zoötechnisch specialist uiergezondheid Sabine Tijs van Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). “Dat is de belangrijkste reden om speenpuntvereelting zoveel mogelijk te voorkomen.”
Tijs is lid van het uiergezondheidsteam van GD en voert regelmatig natte metingen uit. Dat betekent dat ze tijdens het melken het melkproces analyseert en daarbij let op onder meer voorbehandelen, de belasting van de spenen en de afname van het melkstel. Dit zijn factoren die van invloed zijn op de speenkwaliteit en daarmee ook op de mate van speenpuntvereelting. Het type tepelvoering, het vacuüm onder de speen en de afstelling van de automatische afname kunnen bijvoorbeeld zorgen voor een te hoge druk of een te lange melktijd. Naarmate de melktijd langer wordt, neemt de kans op vereelting toe. Bij een natte meting wordt het vacuüm op verschillende plaatsen in het afvoertraject gemeten en wordt de werking van de pulsators in beeld gebracht.

Voorbehandelen

“Het voorbehandelen is ook een belangrijke factor”, vertelt Tijs. “De beste prikkel om de koe de melk te laten schieten is door een zogend kalf na te bootsen. Goed de uier masseren en voorstralen is hiervoor de beste methode. Maar de wachttijd tussen het voorbehandelen en het aansluiten van het melkstel of de melkbeker is ook van belang. Als die te kort is, geeft de koe de melk niet goed af en krijg je een lagere melksnelheid en daarmee een te hoge speenbelasting.”
Om de mate van speenpuntvereelting te kunnen vaststellen, heeft GD een scorekaart ontwikkeld. De spenen krijgen een classificatie en aan de hand daarvan kan de mate van speenpuntvereelting in de melkveestapel worden bepaald. De norm is dat niet meer dan 10 procent van de melkkoeien vereelte speenpunten mag vertonen. Helemaal uitsluiten kan niet, omdat er ook factoren meespelen waarop weinig invloed is uit te oefenen. Zo vertonen koeien met lange, puntige spenen en taaimelkse koeien meer afwijkingen. “Dit zijn koegebonden factoren die je niet helemaal kunt uitsluiten. Hooguit kun je via fokkerij de taaimelksheid nog wat verminderen. De belangrijkste component is echter het melkproces en daar heb je wel invloed op.” Bij een verminderde uiergezondheid is het daarom nuttig om samen met de dierenarts de spenen te beoordelen en vervolgstappen te bespreken.

Melkrobot scoort beter

De groei van de melkveebedrijven heeft geen negatieve invloed op het aantal speenpuntaandoeningen. Het is juist omgekeerd, constateert Tijs. “Het belang van een juiste speenbelasting en een vlotte afname tijdens het melken wordt steeds meer gezien. Je ziet bovendien bijna geen handmatige afname meer in melkstallen en dat vermindert blindmelken.” Bedrijven met een melkrobot scoren vaak beter wat betreft de speenconditie. “Het voordeel van een melkrobot is dat de melkbekers per kwartier worden afgenomen, afhankelijk van de melkstroom uit het betreffende kwartier. Dat voorkomt blindmelken. Wel is het belangrijk dat ook in de melkrobot de voorbehandeling voldoende lang en intensief is ingesteld. Deze tijd wordt later wel weer ingehaald, omdat de koeien bij een goede voorbehandeling en voldoende wachttijd de melk beter afgeven.”
En dippen? Heeft dat nog invloed? Tijs: “De voorbehandeling en de afstelling van de melkmachine hebben de meeste invloed op speenpuntvereelting. De exacte oorzaak moet je in beeld brengen en wegnemen. Maar het kan wel nuttig zijn om te kiezen voor een speendesinfectiemiddel dat ook verzorgende bestanddelen heeft. Dit houdt de speenhuid gezond en maakt het herstellend vermogen groter.” Voeding heeft geen invloed, stelt de zoötechnisch specialist. “Het is echt een gevolg van mechanische belasting van de spenen.”

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Redactie
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: