Zelfruiende schapen: Wol in de winter, haar in de zomer

Wol in de winter, haar in de zomer: de oplossing voor schapen en schapenhouders. Nolana-schapen hoeven niet meer geschoren te worden en de kans op myasis is bij dit speciaal gefokte ras klein.

Door Maurits Bosgoed, dierenartsenpraktijk Vaassen. Gepubliceerd in vakblad Veehouder en Veearts.

Het is de mens gelukt om verschillende aanpassingen bij diersoorten in te fokken. Bijvoorbeeld meer vlees, een bepaalde kleur, hogere groei, een handzamer karakter of het laten groeien van wol. Dit is gelukt bij verschillende diersoorten, zoals de geit, konijnen enkele lamasoorten en natuurlijk het schaap. Dat het woord ‘natuurlijk’ hier wordt gebruikt zegt eigenlijk al genoeg. Wij vinden het de normaalste zaak van de wereld dat er het gehele jaar door wol groeit op een schaap. Maar wat zijn eigenlijk nog de voordelen van deze wol? En zijn die niet allang ingehaald door de nadelen ervan?

Geen natuurlijke eigenschap

Wol, zoals dat bij veel schapenrassen gezien wordt, is van oorsprong geen natuurlijke eigenschap. Mensen hebben reeds enkele duizenden jaren geleden geselecteerd op dieren die dit bepaalde vachttype bezaten en de wol niet meer zelf loslieten. Zo kon de wol geoogst worden als de eigenaar dat wilde. Wol is een enorm belangrijke grondstof geworden voor vele producten voor de mens. Maar sinds er synthetische grondstoffen voor dezelfde producten gebruikt kunnen worden, is de waarde van wol enorm gedaald.

Invloed van wol op het schaap

De groei van wol op het schaap gaat altijd door en er zijn rassen waarbij de groeisnelheid nog hoger ligt dan gemiddeld en het zelfs op buik, staart, kop en poten groeit. De wol heeft natuurlijk grote invloed op de thermoregulatie van het schaap, vooral als het in extreme mate aanwezig is. De temperatuursregio waarin het dier zichzelf ‘passief’ op een goede lichaamstemperatuur kan houden zonder dat dat extra energie kost, wordt de thermoneutrale zone genoemd. Bij een hoogproductieve moderne melkkoe ligt de ondergrens hiervan rond -37 graden Celsius en de bovengrens rond 20 graden boven nul. Bij schapen met wol is deze marge veel smaller en ligt die zelfs nog lager. Bij een schaap met een ‘gewoon’ dik pak wol ligt de ondergrens zelfs op -40 graden Celsius en de bovengrens bij hoogdrachtige of lacterende dieren ligt rond het vriespunt. Bij een hogere temperatuur kost het de schapen energie om af te koelen en zal bijvoorbeeld de melkproductie afnemen. Anders gezegd: bij schapen van rond 70 à 80 kilo is een laagje wol van 2 cm in de winter al ruim voldoende. Een dikkere laag is nadelig voor ze. Vooral op stal, maar ook als ze buiten lopen.

Ruiende schapen met wol

Behalve voor het houden van wol zijn veel schapenrassen verder ontwikkeld op andere eigenschappen, bijvoorbeeld vruchtbaarheid, groei en bespiering. Bij deze selectie is de groei van wol altijd gewoon meegenomen. Wel zie je dat bij meer vleestypische rassen gestreefd wordt naar wat kortere wol. De lammeren hiervan hebben echter dusdanige korte wol dat ze de eerste weken een stal en een warmtelamp nodig hebben. 
Vanwege de temperatuursnadelen, de grote kans op myiasis, de lage financiële waarde van wol, het welzijn en het gemak van het houden van de dieren, zijn er meerdere projecten gestart om schapenrassen te creëren die geschikt zijn voor ons klimaat. Ze wisselen twee keer per jaar van vacht; wol in winter en haar in de zomer.

Lammeren worden juist met een dikke vacht geboren die ze na een paar weken weer verliezen. Vorst is geen probleem voor ze.

De rui

Elk voorjaar begint de rui van deze speciale rassen. Wanneer die precies begint, heeft te maken met verschillende factoren. Bij deze rui begint de wol in de nek los te laten en komt er een haarvacht tevoorschijn die zich het best laat vergelijken met het haar van een geit. Dit haar zorgt voor een goede thermoregulatie. Viezigheid als mest blijft er niet aan plakken. De haarvacht is niet vatbaar voor myiasis, waardoor behandeling daartegen niet nodig is. Doordat de rui geleidelijk verloopt, in een periode van een paar weken, treedt er geen koudestress op zoals bij scheren wel ontstaat.

In het najaar begint de wollaag weer te groeien die niet veel dikker wordt dan zo’n 2 tot 3 centimeter.

Nolana-project

Twee zelfruiende schapenrassen die met behulp van de universiteit in Osnabrück met een veterinaire visie zijn ontwikkeld, zijn het zeer vleestypische Nolana-vleesschaap (Nolana) en het Nolana-landschaap (Bruine Haarschaap). Deze schapen hoeven niet geschoren te worden. Ook behandeling tegen myasis is niet nodig, waarmee middelen tegen deze aandoening, die schadelijk zijn voor het milieu, niet hoeven worden gebruikt. De zelfruiende schapen zijn rassen van de toekomst die door steeds meer fokkers worden ontdekt.

Foto: Nolana.nl

Deel dit bericht via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
Door: Jasper Lentz
Mis geen artikel. Ontvang de tweewekelijkse nieuwsbrief.
E-mail: