In de praktijk

Mathijs Theelen, Veulenbrigade: ‘Bij twijfel veulen doorsturen’

“Hoe eerder een ernstig ziek veulen in de kliniek is, hoe beter de prognose is voor het dier. Tegen dierenartsen zeggen we daarom altijd: bij twijfel doorsturen.” Aan het woord is Mathijs Theelen, specialist Inwendige Ziekten van het Paard en coördinator van de Veulenbrigade. De Veulenbrigade is onderdeel van de Universiteitskliniek voor Paarden van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht en bestaat dit jaar dertig jaar.

De Veulenbrigade staat sinds 1 maart weer klaar om 24 uur per dag, 7 dagen per week zieke, pasgeboren veulens zo snel mogelijk de beste behandeling en intensieve zorg te bieden. “Het seizoen voor de veulens loopt van ongeveer 1 maart tot 1 juli en in die periode vangt de Veulenbrigade zo’n 75 veulens op”, vertelt Mathijs Theelen. “De veulens blijven gemiddeld drie tot vier dagen in de kliniek, maar we hebben ook weleens veulens die vier weken in de intensive care-box verblijven. Dat zijn heel intensieve patiënten.”

Is het aantal veulens dat jullie opnemen toegenomen in de afgelopen jaren?
“Ja, in 2017 namen we 60 veulens op, vorig jaren wat dat er 75. Dat komt deels door de toegenomen bekendheid van de Veulenbrigade en deels doordat mensen meer bereid zijn om de zorg aan te gaan voor een veulen.”

Wordt een ziek veulen snel naar jullie doorverwezen?
“We geven de paardeneigenaren en dierenartsen waar mogelijk ook advies op afstand. De eigen dierenarts kan de problemen dan misschien bij de paardeneigenaar thuis oplossen. Er ontstaan nogal eens problemen doordat veulens onvoldoende drinken. Als het veulen geboren wordt heeft het voor ongeveer 6 uur aan energiereserve bij zich. Het veulen moet dus binnen die 6 uur goed drinken om z’n energieniveau op peil te houden. Als dat niet gebeurt, wordt het veulen slap, kan het niet meer staan en kom je in een vicieuze cirkel als je niet ingrijpt.

Daarnaast zijn veulens voor hun afweer helemaal afhankelijk van de biest van de merrie. In de eerste acht levensuren staat de darm van het veulen open om de afweerstoffen op te nemen. Als het veulen in de eerste acht uur niet goed gedronken heeft – minimaal 2 liter biest – is de afweer niet goed op peil en is het dier veel vatbaarder voor allerlei infecties. Bij veulens zien we daardoor relatief veel problemen door verminderde afweer in vergelijking met bijvoorbeeld kalfjes en lammetjes.”

Wat is er aan de hand met de veulens die naar jullie kliniek in Utrecht worden gebracht?
“Die veulens zijn bijvoorbeeld te vroeg geboren. Afhankelijk van hoeveel te vroeg ze zijn geboren kunnen ze nog niet goed staan, drinken of functioneren sommige organen nog niet helemaal goed en hebben ze wat tijd nodig om zich te ontwikkelen. Die veulens hebben intensieve zorg nodig in een intensive care-setting.

Wat we hier ook veel zien zijn veulens met sepsis. Dat komt meestal door te weinig biestopname vlak na de geboorte. Heel soms zijn veulens al in de baarmoeder geïnfecteerd als de merrie bijvoorbeeld een ontsteking heeft aan de placenta. Veulens met sepsis zijn heel ziek en hebben veel zorg nodig.

De derde categorie veulens die we veel zien zijn zogenaamde dummy-veulens: veulens die niet heel ziek zijn, maar zich niet normaal gedragen (Neonatal Maladjustment Syndrome). Ze volgen hun moeder niet, staan in een hoekje te kijken, bijvoorbeeld. Die veulens hebben vooral ondersteuning nodig qua voeding, Als ze die ondersteuning niet krijgen en te weinig melk opnemen, gaat het snel slechter met ze en lopen ze het risico om infecties te krijgen zoals sepsis.”

Wat doen jullie met een veulen als die de kliniek binnenkomt?
“We kijken het veulen meteen klinisch na en doen bloedonderzoek. Als we weten wat het dier nodig heeft, beginnen we meteen met een infuus om het veulen te stabiliseren. Een veulen dat bij ons komt is heel kwetsbaar en kan heel snel achteruit gaan. Een uur later beginnen met een infuus kan al verschil maken.

Bij bloedvergiftiging geven we antibiotica: hoe sneller, hoe beter.”

Kunnen jullie alle opgenomen veulens redden?
“Helaas niet allemaal: circa 80 procent van de veulens gaat levend naar huis; van de heel zieke categorie is dat 50 procent. We kunnen medisch steeds meer. En vorig jaar hebben we onze ic-capaciteit kunnen verdubbelen dankzij donaties via Vrienden Diergeneeskunde. We hebben nu een tweede complete ic-kar met alles erop en eraan.

Of we een veulen kunnen redden ligt ook aan het moment van doorsturen. Tegen dierenartsen zeggen we altijd: bij twijfel doorsturen. De dierenarts kan het verschil maken. Tijd is cruciaal: hoe eerder een ziek veulen in de kliniek is, hoe beter de prognose is. De hoeveelheid zorg die ze dan nodig hebben is meestal minder groot dan wanneer je nog een halve dag wacht en het dier nog zieker is. Dan loop je achter de feiten aan: de zorg wordt dan intensiever, de rekening hoger en de kansen kleiner. Gelukkig weten steeds meer dierenartsen ons te vinden.”

Wat kan een dierenarts (nog beter) doen om te voorkomen dat een veulen ziek wordt?
“Ik ben er voorstander van dat paardeneigenaren pasgeboren veulens altijd even laten onderzoeken door een dierenarts. Een dierenarts kan helpen bij het inschatten of een veulen voldoende gedronken heeft. Ik denk dat het vanuit medisch oogpunt verstandig is om standaard bij elk veulen na 24 uur onderzoek te doen naar het IgG-gehalte in het bloed, omdat je op dat moment nog preventief kunt ingrijpen met een plasma-infuus om erger te voorkomen.

Je kunt als dierenarts ook meteen kijken hoe het met de ogen, gewrichten, navel, longen, het hart en mesten en urineren gaat. Het lastige van een veulen is dat het zo min mogelijk laat zien dat er iets aan de hand is. Een paard is immers een prooidier en doet zo lang mogelijk alsof het niet ziek is. Vooral onervaren paardeneigenaren kunnen daardoor denken dat het goed gaat met het veulen. Een dierenarts kan de gezondheid van een veulen veel beter beoordelen.

Als dierenarts kun je er ook voor zorgen dat de merrie voor het veulenen goed ontwormd en gevaccineerd is. Vaccinatie van de merrie vier tot zes weken voor de geboorte van het veulen, zorgt ervoor dat het veulen een extra boost aan antistoffen meekrijgt via de biest.

Je kunt de eigenaar adviseren om te zorgen voor een goede hygiëne rondom de geboorte en een schone omgeving – liefst de eigen box van de merrie – waar het veulen geboren kan worden en zijn eerste tijd kan doorbrengen.

We hebben ook een infographic voor paardeneigenaren (pdf) met alle belangrijke info over de geboorte van een veulen. Deze gratis infographic wordt ook door veel dierenartsen bij ons besteld om uit te delen aan hun klanten.”

Jullie doen ook onderzoek voor verbetering van de zorg voor kwetsbare veulens. Om wat voor onderzoek gaat het?
“We doen onder andere onderzoek naar gentamicine, een antibioticum dat vaak gebruikt wordt bij veulens. Het werkt goed tegen de meeste bacteriën die problemen geven bij veulens. Maar het kan bijwerkingen geven voor met name de maag en de nieren. We zien de bijwerkingen niet heel vaak, maar je moet er wel bedacht op zijn.

Alle onderzoeken die tot nu toe zijn uitgevoerd naar het gebruik van gentamicine, zijn gedaan bij gezonde veulens, terwijl we het juist gebruiken bij zieke veulens. Daarom willen we er met onderzoek achter komen wat de juiste dosering voor een ziek veulen moet zijn om bijwerkingen te verminderen of voorkomen. We gebruiken nu nog de dosering voor gezonde veulens. We hopen halverwege dit jaar nieuwe doseringen te hebben en die volgend seizoen toe te kunnen passen.

We doen ook onderzoek naar het meten van SAA (Serum Amyloid A) in het bloed om iets te kunnen zeggen over de prognose van het veulen bij binnenkomst in de kliniek en hoe het dier het best behandeld kan worden. Bij de veulens in de kliniek meten we dat nu elke dag om te kijken hoe de trend zich ontwikkelt: daalt die of blijft die hoog. De meting kan elke dag nieuwe informatie geven over de prognose.

Om sepsis sneller te kunnen diagnosticeren bij veulens doen we onderzoek naar nieuwe technieken. Nu moet je bloed op kweek zetten en laat de uitslag een paar dagen op zich wachten. We onderzoeken nu een nieuwe techniek waar met behulp van het sequencen van cell free DNA veel sneller bekend is welke bacteriën in het bloed zitten. Daarvoor werken we samen met het UMC Utrecht.

Verder doen we mee aan groot internationaal onderzoek om data in te zamelen van veulens om beter in te kunnen schatten wat de overlevingskansen zijn van veulens met verschillende aandoeningen.”

Foto: Veulenbrigade. faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht

Over de auteur: Henk ten Have
Henk ten Have groeide op op een akkerbouwbedrijf in Groningen, maar richtte zich tijdens zijn opleiding Diergezondheidszorg aan Van Hall Larenstein in Leeuwarden op de...
Meer over:
In de praktijk
Deel dit bericht: Facebook Twitter LinkedIn

Veearts Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Blijf op de hoogte en meld u aan voor de tweewekelijkse Veearts nieuwsbrief.