❮ Dierziekten-ABC

Dysenterie (Vibrio / Brachyspira)

Dysenterie, ook wel bekend als ‘Vibrio’, is een infectie in de dikke darm die diarree veroorzaakt.

Oorzaak

Dysenterie, ook wel bekend als ‘Vibrio’, wordt veroorzaakt door de bacterie Brachyspira hyodysenteriae. Binnen de familie van de Brachyspira worden meerdere soorten onderscheiden, zoals B. innocens, B. murdochii, B. intermedia, B. Hampsonii en B. pilosicoli. Alleen B. hyodysenteriae, B. Hampsonii en B. pilosicoli zijn de pathogene (ziekteverwekkende) kiemen binnen deze familie. Voor zo ver bekend (januari 2014) komt B. Hampsonii niet in Nederland voor. B. pilosicoli is een zoönose en kan dus infecties bij de mens veroorzaken.

De diagnose dysenterie kan het beste gesteld worden aan de hand van sektie van een of enkele gestorven varkens. Bij sectie kan de ontsteking van de dikke darm beoordeeld worden en kan Brachyspira in de darminhoud worden aangetoond. Hierdoor ontstaat zekerheid over de juistheid van de diagnose. Daarnaast kunnen eventueel andere aandoeningen in de varkens worden vastgesteld, die mogelijk mede oorzaak zijn van het ontstaan van de problemen.

Verschijnselen

Dysenterie komt vooral voor bij vleesvarkens en opfokvarkens, maar ook bij gespeende biggen en zeugen kan de ziekte zich voordoen. Kenmerkend is een betonkleurige diarree, meestal gemengd met slijm (glimmend) en soms met bloed (stolsels, donkere slierten). Meestal is dit enkele weken na opleg te zien. Het duurt namelijk enkele weken voordat de ziekteverschijnselen na het moment van infectie merkbaar worden. Vaak treden verschijnselen pas op na een voerverandering of verhoging van het rantsoen.

Behandeling en preventie

Ter bestrijding van dysenterie is tiamuline of valnemuline bruikbaar. Brachyspira, de veroorzakende bacterie, is ongevoelig voor tylosine en soms ook voor lincomycine. De basis is een zogenaamde curatieve behandeling van één tot twee weken van alle aanwezige varkens in een afdeling of soms zelfs van het hele bedrijf, gevolgd door een nabehandeling van enkele weken met een lagere dosering. De curatieve behandeling wordt via het drinkwater of met injecties (zieke dieren) uitgevoerd.

De belangrijkste maatregelen zijn het verbeteren van hygiëne: niet dezelfde laarzen gebruiken voor besmette en niet-besmette afdelingen, vliegenbestrijding, professionele muizenbestrijding en strikt all-in/all-out hanteren. De voeding speelt eveneens een rol. Streef naar geleidelijke voerovergangen, gemakkelijk verteerbare eiwitbestanddelen in het voer en voldoende ruwe celstof. De belangrijkste preventieve maatregelen zijn:

  • all-in/all-out hanteren
  • lege afdelingen zorgvuldig reinigen, ontsmetten en laten drogen
  • per afdeling vleesvarkens van één herkomst opleggen
  • zorgen voor geleidelijke voerovergangen
  • zorgen voor lichtverteerbaar voer, liefst met voldoende ruwe celstof
  • goede vliegenbestrijding hanteren
  • goede ongediertebestrijding hanteren
  • zorgen voor goede erfverharding (erf en gangen opruimen en schoonhouden)
  • zorgvuldig gebruik maken van een toevoegstal voor de aanvoer van gelten en beren
  • Dysenterie – GD
Deel deze pagina via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
❮ Dierziekten-ABC

Het Dierziekten-ABC is samengesteld op basis van informatie van verschillende (internet)bronnen, waaronder de GD, NVWA, dierenartsenpraktijken,farmaceutische bedrijven en vakbladen.