❮ Dierziekten-ABC

Mycoplasma

Mycoplasma hyopneumoniae (M.hyo.) is een van de belangrijkste veroorzakers van longontstekingen bij varkens. De ziekte komt wereldwijd voor onder varkens. Naast Mycoplasma hyopneumoniae komen ook andere soorten Mycoplasma voor bij varkens, zoals M.hyorhinis en M. hyosynoviae. M.hyo kent verschillende varianten die verschillen in mate van ziekteverwekkend vermogen. Deze kiem vormt samen met het PRRS-virus de basis voor wat wel het PRDC-complex wordt genoemd (porcine respiratoire ziekte complex).

Oorzaak

De overdracht van de ziekte van varken naar varken (van zeug naar big, van big naar big) vindt vooral plaats via direct contact, met name door neuscontact, waarna de kiem via de luchtwegen wordt opgenomen. Vooral na het mengen en samenvoegen van biggen vindt gemakkelijk overdracht van de kiem plaats. De kiem kan ook enkele kilometers via de lucht worden verspreid. Varkens kunnen vlak na de geboorte al met de ziektekiem in aanraking komen, via de zeug. Vooral jonge zeugen verspreiden veel kiemen. De besmetting en verspreiding in het kraamhok vindt plaats op een relatief laag niveau. De meeste besmettingen vinden plaats na het spenen en het verplaatsen naar de vleesvarkensstal, waarbij tomen gemengd worden en de kiem zich makkelijk kan verspreiden.

Verschijnselen

Hoesten is het duidelijkste klinische symptoom van een infectie met M.hyo. De varkens zijn ziek, hebben lichte koorts en een verminderde eetlust. Het haarkleed is ruw en de huid heeft een grauwe doffe kleur. De klinische verschijnselen worden in hoofdzaak bepaald door de kwaadaardigheid van de Mycoplasma-kiem die op het bedrijf aanwezig is. Veel varkens worden ziek, maar de sterfte is laag. Vooral gespeende biggen en jonge vleesvarkens vertonen ziekteverschijnselen.

Behandeling en preventie

Vaccineren van biggen is een optie. Alle vaccins hebben bewezen effectief te zijn, als ze maar ruim voor de besmetting worden toegediend. Voor een goede bescherming dienen de biggen minimaal twee weken voor het verplaatsen geënt te zijn.

Als veehouder is M.hyo te voorkomen door tocht en grote temperatuurverschillen te vermijden. Het stalklimaat moet goed zijn. Dat wil zeggen dat er geen hoge ammoniakgehaltes en geen hoge CO2– enstofconcentraties mogen zijn. De hokbezetting moet evenmin hoog zijn. Verder is het van belang dat dieren van verschillende leeftijdsgroepen niet vermengd mogen worden.

Ter preventie is een uitgebalanceerde zeugenstapel van belang. Het overleggen van biggen moet sterk beperkt worden. Ter voorkoming van problemen is het van groot belang om groepen biggen niet te mengen en lege afdelingen in de stal te reinigen en ontsmetten. Alleen daardoor kan een eventuele infectieketen doorbroken worden.

Deel deze pagina via:
Facebook Twitter LinkedIn Email

Berichten over Mycoplasma

❮ Dierziekten-ABC

Het Dierziekten-ABC is samengesteld op basis van informatie van verschillende (internet)bronnen, waaronder de GD, NVWA, dierenartsenpraktijken,farmaceutische bedrijven en vakbladen.