❮ Dierziekten-ABC

Schmallenbergvirus

In december 2011 is het Schmallenbergvirus (SBV) onder Nederlandse schapenlammeren aangetroffen. Het virus kwam ook voor bij runderen en geiten. Het verspreidde zich over heel Nederland.

Het virus is vernoemd naar de Duitse plaats Schmallenberg, waar het virus in november 2011 onder runderen werd aangetroffen. Het Schmallenbergvirus was nog niet eerder vastgesteld in Europa.

Het Schmallenbergvirus behoort tot het geslacht Orthobunyavirus van de familie Bunyaviridae.

Er zijn geen aanwijzingen dat het virus van dier op mens kan worden overgedragen.

Op 20 december 2011 werd een meldplicht ingesteld voor veehouders en dierenartsen. De meldplicht werd op 6 juli 2012 weer afgeschaft.

Oorzaak

Het Schmallenbergvirus wordt waarschijnlijk verspreid door knutten (kleine steekvliegjes). Deze knutten zijn in de winter niet actief. Het Schmallenbergvirus wordt dus tijdens de winter (waarschijnlijk) niet verspreid.

Overdracht van het virus van moederdier op nakomelingen via de placenta is bewezen.

Verschijnselen

Bij schapen en geiten kenmerkt het virus zich door aangeboren afwijkingen bij lammeren. De dieren hebben bijvoorbeeld een scheve nek, een waterhoofd en stijve gewrichten. De meeste misvormde lammeren worden doodgeboren. Levendgeboren dieren zijn niet levensvatbaar. De ooien en geiten vertonen geen ziekteverschijnselen.

Besmette runderen hebben diarree en koorts. Ook geven de dieren minder melk. In augustus en september 2011 zijn deze symptomen gemeld bij koeien op ruim tachtig rundveebedrijven in Nederland. Aangenomen wordt dat het Schmallenbergvirus hiervan de oorzaak was. Die dieren zijn weer hersteld.

Sinds 23 januari 2012 is het Schmallenbergvirus in Nederland ook bij misvormde kalveren aangetoond.

Introductie van het Schmallenbergvirus heeft de meeste gevolgen wanneer het virus wordt geïntroduceerd in een populatie dieren die geen afweerstoffen tegen het virus hebben én wanneer de drachtige dieren zich in de gevoelige periode van de dracht bevinden.

Diagnose, behandeling en preventie

De oorzaak van aangeboren afwijkingen kan worden vastgesteld door serologisch onderzoek van het jonge dier, wanneer dat nog geen biest heeft gedronken. Ook kan er een PCR op hersenweefsel worden uitgevoerd. Serologisch onderzoek van het moederdier geeft alleen informatie of het dier ooit in contact is geweest met het Schmallenbergvirus.

Afweerstoffen tegen het Schmallenbergvirus zijn ook te testen in tankmelk.

Op bedrijven waar zich de geboorte van misvormde lammeren of kalveren door een infectie met het Schmallenbergvirus voordoet, kan op dat moment niet veel anders worden gedaan dan de aflammerende moederdieren goed in de gaten houden. Misvormde vruchten kunnen soms tot geboorteproblemen leiden.

In een aantal omliggende landen is er reeds een vaccin tegen het virus beschikbaar.

Deel deze pagina via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
❮ Dierziekten-ABC

Het Dierziekten-ABC is samengesteld op basis van informatie van verschillende (internet)bronnen, waaronder de GD, NVWA, dierenartsenpraktijken,farmaceutische bedrijven en vakbladen.