❮ Dierziekten-ABC

Streptococcen

Streptococcen zijn een van meeste voorkomende bacteriën bij varkens. Er zijn vele soorten streptococcen. De bekendste soort bij varkens is Streptococcus suis; deze komt op meer dan 95 procent van de varkensbedrijven in Nederland voor. Van deze soort zijn minimaal 35 verschillende serotypes bekend, bijvoorbeeld serotypes 1, 2, 7, 9 of 14. In een aantal Europese landen, waaronder Nederland, is serotype 9 het belangrijkste; wereldwijd is dat serotype 2. Infectie met Streptococcus suis bij biggen veroorzaakt veel economische schade door sterfte, achterblijven in groei, preventieve medicatie en/of vaccinatie.

Oorzaak

Bijna alle varkens zijn dragers van Streptococcus suis zonder dat ze ziek zijn. S. suis kan zich nestelen in de amandelen en op het neusslijmvlies van volwassen of jonge gezonde varkens. Via deze dragers wordt de infectie overgedragen op jonge biggen. Of de dieren ziek worden hangt onder meer af van de kwaadaardigheid van de bacterie, de introductie van een nieuwe bacterie (via de aankoop van varkens), een lagere weerstand, slecht stalklimaat, ruwe vloeren en dergelijke.

Verschijnselen

Streptococcus suis veroorzaakt vooral hersenvliesontsteking, gewrichtsontsteking en bloedvergiftiging bij gespeende biggen.
Hersenvliesontsteking is meestal gerelateerd aan stressveroorzakers: het mengen en verplaatsen van tomen, overbevolking en klimaatwisselingen. Tegelijk voorkomende virusinfecties, zoals Circo, PRRS en Influenza, kunnen de streptococceninfectie versterken.
Gewrichtsontsteking komt minder voor bij vrouwelijke biggen en biggen van oudere zeugen, bij kleinere tomen en op bedrijven waar geen tandjes knippen en staart couperen plaatsvindt.
Bloedvergiftiging leidt meestal tot het overlijden van een big.

Behandeling en preventie

Aanpak van streptococcen kan door de risicofactoren te verminderen: geen aankoop van dieren van ‘nieuw’ bedrijf; goede biestvoorziening; niet te veel overleggen van biggen; goede hygiëne in stallen, bij ingrepen en bezoekers; voorkomen van ruwe vloeren, waardoor huidbeschadigingen kunnen ontstaan en streptococcen het lichaam makkelijk kunnen binnendringen; zo veel mogelijk voorkomen van mengen en verplaatsen van biggen; zorgen voor goed stalklimaat; voorkomen van overbezetting.
De bacterie is goed te behandelen met antibiotica. Hoe eerder de behandeling plaatsvindt, des te groter is de kans op genezing. Afhankelijk van de verschijnselen kunnen daarnaast pijnstillers of ontstekingsremmers worden toegediend.
Vaccinatie kan bijdragen aan verlaging van het uitvalspercentage en het medicijngebruik. Er zijn geen officieel geregistreerde vaccins tegen S. suis beschikbaar. Autovaccins kunnen bijdragen aan preventie van problemen.

Deel deze pagina via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
❮ Dierziekten-ABC

Het Dierziekten-ABC is samengesteld op basis van informatie van verschillende (internet)bronnen, waaronder de GD, NVWA, dierenartsenpraktijken,farmaceutische bedrijven en vakbladen.