❮ Dierziekten-ABC

Taeniose (Lintworm)

Lintwormen zijn wormen die in de darm leven. Een volwassen lintworm bestaat uit een aaneenschakeling van aan elkaar verbonden kleine stukjes worm, zogenaamde ‘proglottiden’.

Een grote lintworm, Taenia, kan 4 tot 10 meter lang worden! Er zijn verschillende lintwormen die als parasiet in verschillende diersoorten kunnen leven. De grote lintwormen die de mens kunnen besmetten zijn Taenia saginata (lintworm van de mens, blaasworm van het rund) en Taenia solium (lintworm van de mens, blaasworm van het varken én de mens).

Oorzaak

Lintwormen komen eigenlijk in twee verschillende verschijningsvormen voor: één vorm is de daadwerkelijke lintworm, de andere vorm is de cysteuze, oftewel blaasachtige vorm (vandaar de benaming ‘blaasworm’, die vorm ziet er echter helemaal niet uit als een worm). De blazige vormen van de Taenia soorten heten ‘cysticercus’. De blaasworm kan, afhankelijk van de wormsoort en de gastheer, van enkele millimeters tot wel centimeters groot worden. Voor de twee verschillende vormen zijn twee verschillende gastheren nodig. Het zoogdier (incl. de mens) waarbij het lintworm stadium optreedt, heet de eindgastheer. Het zoogdier (incl. de mens) waarbij de blaasvorm optreedt wordt de tussengastheer genoemd. Mensen die een lintworm bij zich dragen hebben daar in het algemeen weinig last van, maar wanneer de mens de gastheer is voor het blazige stadium (als tussengastheer fungeert) kunnen ernstige verschijnselen optreden.

Van de grote lintwormen, Taenia saginata en Taenia solium, is de mens de eindgastheer. Tussengastheren zijn het rund (T. saginata) en het varken of wild zwijn (T. solium). Van de lintworm bij de mens laten proglottiden met daarin infectieuze eitjes los, die via het riool en oppervlaktewater op de weilanden terecht kunnen komen. De eitjes zijn zeer resistent en blijven lang genoeg in leven om veel later grazende koeien of wroetende varkens te kunnen besmetten. In de koe of het varken komen in de darm larven vrij die door de darmwand heen gaan, en via de bloedbaan in de spieren terecht komen, waar ze kleine (ongeveer 1 cm in doorsnee) blaasjes vormen. Deze tocht duurt ongeveer 10 weken. Wanneer de mens onvoldoende verhit vlees eet van een besmet dier (als het niet zóveel blaasjes zijn dat het in het slachthuis opgemerkt is, want dan wordt het vlees afgekeurd), komt de larve die in het blaasje zit vrij in de darmen van de mens en groeit daar uit tot een nieuwe lintworm. De periode tussen het eten van besmet vlees en het volwassen worden van de lintworm (die weer nieuwe proglottiden gaat uitscheiden) duurt ruim twee maanden.

Het gevaar voor de mens wordt vooral gevormd door T. solium. Als de mens eitjes van deze lintworm binnen krijgt (in plaats van het varken), dan kan de mens óók als tussengastheer optreden. Dan worden blaasjes gevormd in het lichaam van de mens.
Als de mens eitjes van T. saginata binnen krijgt gebeurt er niets, de mens kan voor deze worm geen tussengastheer zijn.

Verschijnselen

Ziekte bij het dier komt vrijwel niet voor. Slechts vage, weinig specifieke klachten treden soms op als gevolg van de plaats en grootte van de blazen.

De larven van de cysticercus van rund of varken ontwikkelen zich in de darm van de mens tot volwassen lintwormen. In de darmen leven ze van het daar aanwezige voedsel en veroorzaken ze voor de mens weinig klachten. Slechts wat vage verteringsklachten treden op. Besmetting met de lintworm T. saginata (van de runderblaasworm) wordt opgemerkt doordat deeltjes van de lintworm (proglottiden), waarin eieren van de lintworm zitten, via de anus naar buiten komen. Dit zijn kleine witte sliertjes van ongeveer 1-1,5 cm lang, die in kunnen drogen tot een soort rijstkorrels. Ze worden gevonden in ontlasting of in ondergoed en beddengoed. Proglottiden van de lintworm T. solium (van de varkensblaasworm) komen niet naar buiten, vandaar dat een besmetting met deze lintworm vaak niet opgemerkt wordt. Het risico van T. solium is dat de mens ook als tussengastheer kan fungeren en opname van eitjes kan leiden tot het vormen van de blaasworm (=cysticercose). Dit kunnen eitjes zijn die in het milieu terecht gekomen zijn en dan bijvoorbeeld via de voeding een andere mens besmetten, maar het kunnen ook eitjes zijn van de mens die zelf de lintworm bij zich draagt. Als de cysticerci vooral in de spieren of huid voorkomen dan zijn er meestal weinig of geen symptomen (tenzij het er heel veel zijn), maar ernstige symptomen kunnen ontstaan als de blaasjes bijvoorbeeld in de hersenen of ogen terecht komen. De tijd tussen infectie en het ontstaan van symptomen kan variëren van twee weken tot enkele jaren. Bij cysticerci in de hersenen kunnen symptomen van hersenvliesontsteking ontstaan, maar ook epileptische aanvallen. Verwarring met de diagnostiek van hersentumoren kan optreden. Cysticercose van het oog kan oogonsteking veroorzaken. Alle verschijnselen zijn afhankelijk van de hoeveelheid cysticerci, de plaats, de vorm en de grootte.

Behandeling en preventie

Lintwormen bij de mens (T.saginataT.solium) worden vaak alleen opgemerkt als er proglottiden gevonden worden. Dan kan een speciaal anti-wormmiddel de lintworm bestrijden. Slachthuiscontrole moet ervoor zorgen dat er geen vlees in omloop komt waarin de blazen zitten. Goede verhitting tijdens vleesbereiding kan er ook voor zorgen dat er geen gevaar meer is voor de mens.

Deel deze pagina via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
❮ Dierziekten-ABC

Het Dierziekten-ABC is samengesteld op basis van informatie van verschillende (internet)bronnen, waaronder de GD, NVWA, dierenartsenpraktijken,farmaceutische bedrijven en vakbladen.