❮ Dierziekten-ABC

Vlekziekte (Pluimvee)

Vlekziekte is een ziekte die steeds vaker voorkomt bij kippen en in het bijzonder bij leghennen. Vlekziekte kan bij kippen dodelijk zijn. De tijd tussen het moment van infectie en de eerste verschijnselen bedraagt ongeveer twee tot vijf dagen. Besmette dieren sterven vaak snel. Dieren die buiten komen, hebben een verhoogde kans op vlekziekte. Met name op bedrijven waar eerder een uitbraak is geweest, kan de grond extra veel vlekziektebacteriën bevatten. Vlekziekte is een zoönose.

Oorzaak

Vlekziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Erysipelothrix rhusiopathiae. De bacterie kan jarenlang in de bodem overleven. Mogelijke infectiebronnen zijn vochtige grond, water, kadavers, voer, ongedierte en wilde vogels. Er wordt aangenomen dat de bacterie binnendringt via de slijmvliezen van de luchtwegen en het darmkanaal. Ook huidwonden kunnen een intredeplaats zijn. Tomen waarin kannibalisme en/of vechtwonden vaak voorkomen, vertonen een verhoogd risico op de aandoening.

Verschijnselen

De symptomen van vlekziekte kunnen variëren van een gering verhoogde uitval die erg lang kan aanhouden tot hoge acute sterfte die kan oplopen tot 25 procent. In deze koppels komt meer kannibalisme en pikkerij voor en dus meer huidwonden, waardoor de sterfte sterker kan oplopen. De zieke dieren zijn vaak sloom en er kan diarree voorkomen. Ook kan er een productiedaling optreden.

Diagnose, behandeling en preventie

Naast de verschijnselen en het sectiebeeld is aanvullend onderzoek nodig om de diagnose te bevestigen omdat deze niet typisch zijn voor de ziekte. Dit gebeurt door middel van bacteriologisch onderzoek van organen zoals beenmerg, lever en milt.

Vlekziekte behandelen kan met antibiotica (penicilline, amoxicilline) maar daarbij moet rekening gehouden worden met de wachttijd voor eieren. Vaccineren kan met een vaccin dat geregistreerd staat voor kalkoenen. Vaak dode en zieke dieren verwijderen is van belang om verdere verspreiding tegen te houden. De nadruk moet liggen op preventie bij het volgende koppel.

Na een uitbraak moet de stal en omgeving goed gereinigd en gedesinfecteerd worden. Dit is voor de uitloop echter niet mogelijk waardoor de uitloop een bron blijft voor het nieuwe koppel. Ongediertebestrijding is van belang; niet alleen van muizen en ratten maar ook bloedluizen, kevers en vliegen. Contact met schapen en varkens moet worden vermeden.

Geadviseerd wordt om na een uitbraak 3 tot 5 opeenvolgende koppels te enten tijdens de opfok. Dit kan met een tweemalige enting met vier weken tussentijd. Het is goed om, na een uitbraak, regelmatig te laten controleren of de dieren nog drager zijn van de bacterie en of het bedrijf nog besmet is. Het personeel en externe contacten moeten hygiënemaatregelen nemen om verspreiding naar andere bedrijven te voorkomen. Dieren die buiten komen, hebben duidelijk een verhoogde kans op vlekziekte. Met name op bedrijven waar eerder een uitbraak is geweest, kan de grond extra veel vlekziektebacteriën bevatten. Vlekziekte wordt de laatste tijd steeds meer gezien bij leghennen.

Zoönose

Vlekziekte is een zoönose. Bij de mens staat de ziekte ook bekend als visroos en wordt vooral geconstateerd bij veehouders, veeartsen en slachthuispersoneel. De meeste mensen krijgen de aandoening via een wondje aan de handen. Na een of twee dagen begint de plek te jeuken en kan er een brandend gevoel optreden. De huid zwelt, krijgt een blauwrode kleur en is gevoelig. Uitbreiding naar de lymfeknopen kan optreden.  Met antibiotica kan de infectie goed bestreden worden.

Deel deze pagina via:
Facebook Twitter LinkedIn Email
❮ Dierziekten-ABC

Het Dierziekten-ABC is samengesteld op basis van informatie van verschillende (internet)bronnen, waaronder de GD, NVWA, dierenartsenpraktijken,farmaceutische bedrijven en vakbladen.