Kennispartnerbericht van Hipra

Longspoeling (BAL) als diagnostisch middel bij luchtwegaandoeningen

De ‘r’ zit weer in de maand, de periode van het jaar waarin het risico op luchtwegproblemen bij kalveren toeneemt. Dit geeft aanleiding voor een overzicht van luchtwegaandoeningen. Welke luchtwegpathogenen werden met name gevonden in longspoelingen in de afgelopen jaren en hoe is de uitslag te interpreteren? De antwoorden op deze vragen vindt u in onderstaand artikel.

Longspoelingen worden steeds vaker uitgevoerd omdat het een aantrekkelijke en betrouwbare vorm van diagnostiek is, die veel mogelijkheden biedt. De longspoelsels kunnen op twee manieren onderzocht worden; via een kweek of via PCR. Voordeel van de PCR is dat naast bacteriën ook eventueel aanwezige virussen kunnen worden aangetoond. Ook worden bacteriën die lastig te kweken zijn zoals Mycoplasma spp. en Histophilus somni beter aangetoond en heb je met een PCR test sneller een uitslag. Wanneer het laten uitvoeren van een gevoeligheid voor antibiotica gewenst is, kan naast de PCR alsnog worden gekozen voor een kweek van de aanwezige bacteriën voor het uitvoeren van een ABG.

In de afgelopen jaren heeft HIPRA meer dan 900 longspoelingen uitgevoerd. In onderstaande tabel staan de uitkomsten van de verschillende jaren weergegeven. In de loop van 2019 is een specifiekere test voor P. multocida gebruikt waardoor het percentage een dalende trend laat zien in de onderstaande grafiek.

Opvallend is dat Mycoplasma spp. veelvuldig in longspoelingen worden aangetoond, vaak met meerdere soorten tegelijk. Met name Mycoplasma dispar zien we vaak terug. Uit onderzoek blijkt dat M. dispar zowel bij gezonde als zieke kalveren in de luchtwegen kan voorkomen. M. dispar kan bij een experimentele infectie ziekte veroorzaken, maar de symptomen zijn vaak mild. Mycoplasma bovirhinis wordt vaak in combinatie met M. dispar aangetoond. Uit onderzoek met experimentele infecties blijkt dat M. bovirhinis geen luchtwegklachten op zichzelf veroorzaakt. Hierdoor wordt M. bovirhinis niet als een primaire luchtwegpathogeen beschouwd. Mogelijk kunnen M. dispar en M. bovirhinis wel predisponerende factoren zijn voor overige luchtweginfecties (Bottinelli, et al., 2017).

Mycoplasma bovis is een echte primaire luchtwegpathogeen, maar veroorzaakt vaak klachten in aanwezigheid van een andere stressor. Daarnaast kan M. bovis ook gewrichtsontsteking en oorontsteking veroorzaken. Deze infecties zijn vaak moeilijk te behandelen en vaccinatie ter preventie is niet mogelijk. Het is daarom van essentieel belang om een M. bovis infectie te voorkomen door de juiste managementmaatregelen te nemen en stress bij de kalveren zoveel mogelijk te mijden. Een goede (biest)voeding, optimale huisvesting en klimaat, goede hygiëne en een all-in all-out systeem dragen bij aan het voorkomen van problemen bij (jonge) kalveren.

Pasteurella multocida wordt in een groot aantal van de longspoelingen aangetoond, veelal in combinatie met andere bacteriën. P. multocida is een commensaal die ook bij gezonde kalveren in de luchtwegen voorkomt. P. multocida kan in sommige gevallen pathogeen worden, met name wanneer dieren stress ondervinden of wanneer het dier een predisponerende virale of bacteriële luchtwegaandoening heeft. Verschijnselen van een infectie zijn een acute of subacute bronchopneumonie, die gepaard kan gaan met een pleuritis. Helaas is er in Nederland geen vaccin beschikbaar tegen P. multocida. Vermijden van stress en andere luchtweginfecties is daarom belangrijk om de kans op een eventuele infectie met P. multocida te voorkomen.

Mannheimia Haemolytica is een bacterie uit de groep Pasteurellacae en is een commensaal welke bij gezonde dieren in de voorste luchtwegen aanwezig kan zijn. Onder invloed van stress, koude temperaturen of onderliggende virale aandoeningen, kan de bacterie zich dieper in de longen gaan vestigen en vindt er proliferatie plaats naar meer pathogene serotypes. De belangrijkste virulentiefactor van M. haemolytica is het leukotoxine (Lkt). Dit toxine veroorzaakt cytolyse en necrose van macrofagen en neutrofielen. Ook bevordert het de infiltratie van leukocyten, fibrine, bloed en sereus vocht, waardoor een ernstige acute fibrinogene pleuropneumonie ontstaat. Behandeling komt veelal te laat, waardoor er vaak al sprake is van grote schade in de longen. Mede hierom is het advies om tegen de leukotoxine te vaccineren bij problemen veroorzaakt door M. haemolytica.

Histophilus somni behoort net als M. haemolytica tot de Pasteurellaceae en is eveneens een commensaal van de voorste luchtwegen. Een infectie van de diepere luchtwegen met H. somni veroorzaakt een fibrineuze bronchopneumonie, welke gepaard kan gaan met necrotiserende bronchiolitis, vasculitis en interstitiële ontstekingen. De schade aan de luchtwegen ontstaat door de virulentiefactor LPS (lipopolysacharide), welke trombose veroorzaakt. Daarnaast kan een infectie met H. somni ook andere ziektebeelden geven, zoals gewrichtsontsteking, oorontsteking, myocarditis of meningo-encefalitis (Perez, 2010). Vanwege de ernstige schade die kan ontstaan door een infectie met H. somni, is het verstandig om te vaccineren tegen deze bacterie wanneer deze aangetoond wordt op het bedrijf.

Het Bovine Coronavirus (BCoV) is een RNA-virus. De rol van het coronavirus bij luchtwegverschijnselen is lastig aan te tonen. BCoV wordt zowel in longspoelingen bij gezonde als zieke dieren aangetoond. Uit verschillende onderzoeken komt naar voren dat BCoV geen grote infecties in de lagere luchtwegen geeft, wel kan BCoV een milde klinische tracheïtis geven. Dit kan aanleiding zijn tot het ontstaan van een secundaire bacteriële infectie (Ellis, 2019).

Het Bovine Respiratoir Syncytieel Virus (RS-virus) veroorzaakt vaak een uitbraak van luchtwegproblemen, bij met name dieren tot 1 jaar leeftijd, waarbij de hoogste incidentie gezien wordt bij kalveren tussen 1 en 3 maanden leeftijd. Naast dat het RS-virus zelf klachten veroorzaakt, kan het RS-virus ook een predisponerende factor voor andere secundaire (bacteriële) infecties zijn. Klinische verschijnselen van een infectie met het RS-virus komen 2 tot 9 dagen na infectie voor en zijn het gevolg van een interstitiële pneumonie. Verschijnselen variëren van een milde vorm tot ernstige luchtwegverschijnselen met hoge koorts, depressie, neusuitvloeiing en mogelijk de dood tot gevolg. Kalveren die de ziekte overleven zullen vaak chronische schade aan de longen oplopen. Maternale antistoffen geven onvoldoende bescherming tegen het RS-virus. Echter kunnen deze antistoffen wel interfereren met parenterale vaccinatie, zoals aangetoond in verschillende onderzoeken (Kimman 1989, Ellis 2010, Ellis 2014, Ellis 2017). Intranasale vaccinatie op jonge leeftijd is daarentegen effectief gebleken in het voorkomen van ernstige ziekte, longlaesies en sterfte van kalveren door infectie met het RS-virus en zorgt voor significant minder virusuitscheiding door geïnfecteerde kalveren (Marzo, et al., 2021).

Het Parainfluenza type 3 virus (PI3) kan een rol spelen bij het ontstaan van luchtwegproblemen, maar de ernst van de verschijnselen verschilt. Een op zichzelf staande infectie met PI3, geeft vaak slechts milde verschijnselen. Daarnaast wordt het PI3-virus de afgelopen jaren in erg weinig longspoelingen aangetoond.

  • Bottinelli, M., Passamonti, F., Rampacci, E., Stefanetti, V., Pochiero, L., Coletti, M., . . . Schnee, C. (2017). DNA Microarray assay and real-time PCR as useful tools for studying the respiratory tract Mycoplasma populations in young dairy calves. Journal of Medical Microbiology, 1342-1349.
  • Ellis, J. (2019). What is the evidence that bovine coronavirus is a biologically significant respiratory pahtogen in cattle? CVJ, 147-152.
  • Ellis JA. (2017). How efficacious are vaccines against bovine respiratory syncytial virus in cattle? Veterinary Microbiology;206:59–68.
  • Ellis J, Gow S, Bolton M, et al. (2014). Inhibition of priming for bovine respiratory syncytial virus-specific protective immune responses following parenteral vaccination of passively immune calves. Can Vet J;55:1180–1185.
  • Ellis JA, Gow SP, Goji N. (2010). Response to experimentally induced infection with bovine respiratory syncytial virus following intranasal vaccination of seropositive and seronegative calves. J Am Vet Med Assoc;236:991–999.
  • Kimman TG, Westenbrink F, Straver PJ. (1989). Priming for local and systemic antibody memory responses to bovine respiratory syncytial virus: effect of amount of virus, virus replication, route of administration and maternal antibodies. Veterinary Immunology and Immunopathology;22:145–160.
  • Marzo, E., Montbrou, C., Moreno, M.-C., Roca, M., Sitjà, M., March, R., Ellis, J. (2021). NASYM, a live intranasal vaccine, protects young calves from bivine respiratory syncytial virus in the presence of maternal antibodies. Veterinary Record.
  • Perez, D., Perez, F., & Bretschneider, G. (2010). Histophilus somni: pathogenicity in Cattle. An update. Anales de Veterinaria de Murcia, 5-21.

Wilt u meer weten over longspoeling (BAL) als diagnostisch middel bij luchtwegaandoeningen of meer informatie over het voorkomen van luchtwegproblemen? Neem dan rechtstreeks contact op met een van onze dierenartsen: Jessica Hartjes, 06-3800 8533 (Nederland), Pauline Athmer (Zuid Nederland), 06-8100 2036, Ruth Meenks (Noord Nederland) 06-1370 2817, Sabine Hoogeveen (West Nederland) 06-8279 0165 of Anne-Lynn Geertshuis (Oost Nederland) 06-2046 9304.

Hipra
Over Hipra
HIPRA is een diergeneeskundig farmaceutisch bedrijf dat zich toegelegd heeft op het onderzoek, de productie en het op de markt brengen van producten voor de wereldwijde diergezondheid.

Veearts Nieuwsbrief

Nieuwsbrief Blijf op de hoogte en meld u aan voor de tweewekelijkse Veearts nieuwsbrief.