Partnerbericht van Hipra

Abortus bij het schaap

Het lammerseizoen komt langzaam dichterbij, en daarmee zullen er ook weer meer vragen bij de dierenartspraktijk binnenkomen met betrekking tot abortus. Net zoals bij alle andere diersoorten, kan abortus vele verschillende pathogene en niet-pathogene oorzaken hebben. Wanneer er sprake is van een toegenomen aantal abortussen op een bedrijf, dan geldt er een meldingsplicht op grond van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren.

Chlamydia abortus is één van de meest voorkomende infectieuze oorzaken van abortus bij schapen. C. abortus veroorzaakt bij een eerste introductie in een koppel een abortusstorm, waarbij het aantal dieren dat aborteert op kan lopen tot 50 % van het koppel. De jaren daarna treedt abortus vaak alleen bij de jonge dieren op, die voor het eerst lammeren. De oudere dieren hebben een immuniteit opgebouwd. Ondanks dat deze dieren een beschermende immuniteit hebben, blijven ze wel C. abortus uitscheiden tijdens de toekomstige lammerperiodes. Hierdoor kunnen naïeve dieren gemakkelijk geïnfecteerd worden. Insleep via aankoop van asymptomatische dragers is dan ook één van de grootste risico’s op het inslepen van C. abortus.

Wanneer schapen voor of aan het begin van de dracht geïnfecteerd worden, dan zullen de abortusverschijnselen dezelfde dracht nog optreden. Wanneer de infectie aan het einde van de dracht plaatsvindt, dan zal pas bij de volgende dracht abortus optreden. Infectie met C. abortus veroorzaakt vanaf de 90e drachtdag pathologische veranderingen in de foetale-placentale verbinding. Dit resulteert in abortus tussen 125 en 140 dagen dracht. Daarnaast kunnen ook doodgeboorte en zwak geboren lammeren een verschijnsel zijn. Geaborteerde dieren kunnen nog tot 4 weken na de abortus C. abortus uit blijven scheiden. Vergeet niet dat C. abortus een zoönose is, en daarmee ook een gevaar voor (zwangere) vrouwen kan zijn.

Diagnose van abortus door C. abortus kan door middel van het insturen van geaborteerde vruchten inclusief de placenta, of door het nemen van een keelswab bij het dode lam, of via een vaginale swab bij de ooi. Daarnaast kan er ook door middel van serologie afweerstoffen worden aangetoond.

Om abortus door C. abortus te voorkomen, is vaccinatie van de ooien mogelijk met een dood of levend vaccin. Vaccinatie zorgt voor een beschermende immuniteit. Tot voor kort was er op de Nederlandse markt alleen een levend abortusvaccin voor schapen geregistreerd. Er zijn echter de laatste jaren verschillende wetenschappelijke artikelen gepubliceerd over het gebruik van een levend abortusvaccin bij schapen.1,2,3,4 Bekijk als dierenarts de verschillende vaccinatie strategieën om uw schapenhouders een passend vaccinatieprotocol te bieden.

  1. Longbottom D, et al; Genomic evidence that the live Chlamydia abortus vaccine strain 1B is not attenuated and has the potential to cause disease. Vaccine 36 (2018); 3593-3598.
  2. Wheelhouse N, et al; Evidence of chlamydophila abortus vaccine strain 1B as a possible cause of ovine enzootic abortion. Vaccine 28 (2010); 5657-5663
  3. Laroucau K, et al; Differential identification of Chlamydophila abortus live vaccine strain 1B and C abortus field isolates by PCR-RFLP. Vaccine 28 (2010) 5653-5656
  4. Laroucau K, et al; Abortion storm iduced by the live C. abortus vaccine 1B strain in a vaccinated sheep flock, mimicking a natural wild-type infection. Veterinary Microbiology 225 (2018) 31-33.
Alle berichten van Hipra op Veearts.nl