Partnerbericht van IDT

Gepaarde sera, wanneer is het griep?

Indien er klinische klachten van griep zijn en het aantonen van virus is niet mogelijk, bijvoorbeeld bij zeugen, dan is het nemen van gepaarde bloedmonsters een mogelijkheid om een stijging van de afweer tegen griep aan te tonen en daarmee een griepinfectie.

Voor het op de juiste manier stellen van een diagnose ‘griep’ is virusisolatie de beste methode, omdat dan het virus daadwerkelijk wordt aangetoond. Indien dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld bij zeugen, omdat zij slechts kortdurend virus uitscheiden, zeker als zij geënt zijn, dan is het nemen van gepaarde bloedmonsters een alternatief. Het doel hiervan is om een stijging van de HI-titer te laten zien, die als gevolg van de infectie optreedt. Om een varken voldoende tijd te geven om de afweer op te bouwen is een tussentijd tussen beide bemonsteringen van tenminste 3 weken, maar beter nog 4 weken, noodzakelijk.

De vraag is wanneer er werkelijk van een stijging van de afweer gesproken kan worden. Zoals in de vorige editie over griep besproken, worden bloedmonsters in de HI-test eerst 1:20 verdund en vervolgens in stappen van 1:2. Hierdoor ontstaan titer stappen van 1:20, 1:40, 1:80 enz. Doordat het aflezen van de test op het oog gebeurt, wordt als onnauwkeurigheid in de test aangenomen dat metingen die slechts 1 titerstap van elkaar verschillen als gelijk moeten worden beschouwd. Als gevolg hiervan is het noodzakelijk dat er tenminste 3 titerstappen verschil zit tussen het 1e en 2e bloedmonster om van een titerstijging te mogen spreken. Sommige deskundigen houden zelfs 4 titerstappen aan. Daarnaast moet dit te zien zijn in meer dan de helft van de onderzochte dieren, om werkelijk van een griepinfectie te kunnen spreken. Daarom is het noodzakelijk om 20 dieren te tappen die een goede afspiegeling zijn van de groep waarin de ‘griep’klachten optreden.

Voor meer informatie kunt u terecht bij:

Alle berichten van IDT op Veearts.nl >>