Partnerbericht van Hipra

Interessante Hipra University over Strep. uberis mastitis

Op 17 en 18 september organiseerde Hipra twee dagen over Streptococcus uberis mastitis bij melkvee. Mastitis experts Paolo Moroni en Tine van Werven deelden hun kennis op internationaal en nationaal niveau wat betreft deze lastige mastitis verwekker. Jessica Hartjes van Hipra ging dieper in op een nieuwe strategie in de strijd tegen Strep. uberis mastitis.

Streptococcus uberis, een groeiend probleem

Paolo Moroni deelde in de eerste lezing zijn kennis over Strep. uberis wereldwijd. Paolo is een gerenommeerd spreker en onderzoeker op het gebied van mastitis. Hij is werkzaam als directeur van het Melkkwaliteitscentrum (QMPS) van de Cornell University in Amerika en is tevens professor aan de universiteit van Milaan. Hij benadrukte ten eerste dat het werk van de hedendaagse rundveedierenarts is uitgebreid. Wanneer we kijken naar mastitis problemen zijn een goede kennis van het management, de melkput en -techniek en de microbiologie en diagnostiek van mastitis van essentieel belang. Daarnaast dienen we rekening te houden en kennis te hebben van de invloed van een slechte uiergezondheid op de voedselveiligheid en bijvoorbeeld kaas kwaliteit. Wanneer we spreken over mastitis veroorzaakt door omgevingsstreptococcen variëren de prevalenties in verscheidene internationale onderzoeken van 2002-2011 van 13% tot 44%. De verschuiving van meer koegebonden kiemen naar meer omgevingsgebonden kiemen is dan ook wereldwijd zichtbaar. In veel landen is een toenemende trend zichtbaar van mastitis veroorzaakt door Strep. uberis. In Duitsland is de prevalentie gestegen naar bijna 25% in 2013. Een onderzoek in Engeland van Bradley et al uit 2007 liet een prevalentie zien van 23,5%, terwijl een onderzoek van Biggs et al uit 2017 al een prevalentie liet zien van 33%.
Strep. uberis is een lastige mastitis verwekker om verschillende redenen. Eén van die redenen is dat het een langdurig verhoogd celgetal geeft. In grafiek 1 zijn de celgetal patronen die verschillende mastitis verwekkers veroorzaken zichtbaar. Hiertoe zijn kwartieren geïnoculeerd met stammen die een subklinische mastitis hadden veroorzaakt. Wat opvalt is dat Strep. uberis een chronisch verhoogd celgetal geeft, frusterend voor de veehouder en in de advisering die u als dierenarts geeft.

Grafiek 1: Verloop van celgetal na inoculatie van het uier met verschillende subklinische mastitis verwekkers, verkregen van Gröhn (2004) en Schukken (2009)

Grafiek 1: Verloop van celgetal na inoculatie van het uier met verschillende subklinische mastitis verwekkers, verkregen van Gröhn (2004) en Schukken (2009)

Hoe is de Nederlandse situatie wat betreft Strep. uberis?

Onze tweede spreker Tine van Werven wist de in totaal ruim 60 aanwezige dierenartsen hier meer over te vertellen. Tine is als universitair hoofddocent en onderzoeker verbonden aan de Faculteit Diergeneeskunde en de ULP te Harmelen, met de focus op gezonde melkveehouderij. Hiermee kan zij als geen ander de link leggen tussen het onderzoek naar mastitis dat zij doet en de situatie zoals die in de praktijk voor rundveedierenartsen is. Bij 10% van de ongeveer 400 melkmonsters ingestuurd voor subklinische mastitis bij de ULP in 2016 en 2017 werd Strep. uberis aangetoond. Voor de klinische mastitis monsters betrof dit percentage 14-16%. Als we de negatieve monsters en de vervuilde monsters in deze database buiten beschouwing laten werd Strep. uberis bij 23% van de BO positieve klinische monsters en bij 19% van de subklinische monsters aangetoond. Tine benadrukte dat het van belang is om antibiotica in te zetten bij koeien waarbij dit zinvol is. De pariteit, lactatiestadium, celgetal, aantal aangedane kwartieren en de historie van mastitis zijn van invloed op de kans op een succesvolle genezing. Omdat dit per bedrijf kan variëren zal een goede registratie van de behandeling en evaluatie van de genezing moeten worden bijgehouden. Hier ligt dan ook een uitdaging voor onze veehouders en voor de rundveedierenartsen zelf. Uit onderzoeken liet zij zien dat bijvoorbeeld de kans op genezing bij omgevingsstreptococcen bij een verlenging van een antibioticakuur van 2 dagen naar 5 dagen steeg van 55% naar 65%.1,2,3,4 De zogenaamde absolute risico reductie die naar voren kwam in deze onderzoeken (de toename van het percentage koeien dat genezen is door langere behandeling), was door een verlenging van de kuur hierbij slechts 10%. Wanneer we hierop een formule loslaten om het Number Needed to Treat te berekenen (NNT= 100/10), komen we op een NNT van 10. Dit getal zegt dat er in dit geval 10 koeien 3 dagen (5 ipv 2) langer behandeld moeten worden om 1 koe extra te genezen. Dit getal kan variëren per bedrijf, wel is het goed om dit in het achterhoofd te houden in het kader van gecontroleerd antibiotica gebruik. Verder kwamen de redenen naar voren waarom Strep. uberis een lastige mastitis veroorzaker is. Ten eerste is de daling in melkproductie aanzienlijk te noemen. Strep. uberis kan zich onder andere door de vorming van een biofilm zeer persistent gedragen en langdurige infecties veroorzaken. De invloed op het celgetal is, zoals ook Paolo Moroni aangaf, groot te noemen. Daarnaast kan Strep. uberis zich meer koegebonden gaan gedragen en zo via het melken worden overgedragen. De resistentie tegen Strep. uberis is naar data van de Gezondheidsdienst voor Dieren zoals in tabel 1.

Tabel 1: Percentage uit melk gekweekte mastitisverwekkers die ongevoelig zijn voor antibiotica (2013 tot en met eerste kwartaal 2017). Percentage intermediair-gevoelige isolatem is toegevoegd tussen haakjes vanaf 5 procent (Bron: GD-LIMS)

Tabel 1: Percentage uit melk gekweekte mastitisverwekkers die ongevoelig zijn voor antibiotica (2013 tot en met eerste kwartaal 2017). Percentage intermediair-gevoelige isolatem is toegevoegd tussen haakjes vanaf 5 procent (Bron: GD-LIMS)

Het geluid vanuit de zaal was dat de genezing in het veld op sommige bedrijven erg tegen leek te vallen, zowel tijdens lactatie als in de droogstand. Tine benadrukte dat het delen van resistentie trends, ook uit de eigen laboratoria van belang is. Daarnaast benadrukte ze dat het van groot belang is om de juiste koeien te selecteren voor behandeling. Oudere kalfs koeien met een chronische infectie hebben net al bij bijvoorbeeld Staphylococcus aureus, ook bij Strep. uberis infecties, een lagere genezingskans. De kosten van Strep. uberis mastitis komen bij een intramammaire kuur van 3 dagen op gemiddeld 196 US dollar, voor een verlengde kuur van 5 dagen in combinatie met parenterale behandeling op 246 US dollar.5

Strep. uberis is door al deze eigenschappen en een toenemende prevalentie een mastitis kiem die een steeds belangrijker plaats in neemt. Preventie in de vorm van verbetering van het management en de bedrijfshygiëne blijven dan ook belangrijke maatregelen. Doel hierbij is altijd om de infectiedruk te verlagen en de immuunstatus te verhogen.

Bronnen

  1. Morin, 1998
  2. Deluyker, 2005
  3. Hoe&Ruegg, 2005
  4. Mc Dougall, 2007
  5. Steeneveld et al., 2011

Wilt u meer weten over deze Hipra University en de preventieve maatregelen die u kunt nemen in de strijd tegen Strep. uberis mastitis bij uw veehouders? Neem dan contact op met uw Hipra contact persoon.

Alle berichten van Hipra op Veearts.nl >>