Partnerbericht van Hipra

Non-aureus staphyloccen (NAS) mastitis

De Non-aureus staphylococcen is een familie van pathogenen die mastitis bij runderen kan veroorzaken. NAS bacteriën zijn gram-positieve coccen die zowel de buitenkant als de binnenkant van geïnfecteerde uiers bewonen. Ze worden vaak ‘opportunistische flora van de huid’ genoemd omdat ze kunnen worden geïsoleerd op de speenhuid, uit het speenkanaal, de vagina, vacht en neusgaten van koeien. Deze groep bacteriën omvat meer dan 50 verschillenden soorten staphylococcen (Pyöräla S. et al. 2009).

De NAS bacteriën spelen een grote rol bij de uiergezondheid en worden momenteel beschouwd als opkomende pathogenen in het veroorzaken van mastitis bij runderen (Pyöräla S. et al. 2009). De incidentie van nieuwe infecties is het hoogst tijdens de droogstand en kort voor het kalven. Hierdoor is het percentage besmette kwartieren op het moment van afkalven hoog. De prevalentie van mastitis bij runderen door NAS is hoger bij vaarzen dan bij oudere koeien. Vaarzen kunnen de infectie al voordat ze de eerste keer afkalven, oplopen.

NAS-infecties hebben meestal een mild (graad 1) of subklinisch verloop. Een infectie zorgt voor een toename in het aantal somatische cellen en een afname in melkproductie en kwaliteit als gevolg van schade aan het uierweefsel. (Taponen S. et al. 2009; Gillespie BE et al. 2009). Daarnaast is het ook mogelijk dat een NAS-infectie ernstigere en aanhoudende ontstekingen kunnen veroorzaken. Identificatie van de verschillende soorten NAS is belangrijk om hun pathogeniteit te bepalen en om specifieke managementmaatregelen te nemen om mastitis te voorkomen. Soorten zoals S. epidermidis, S. saprophyticus, S. simulans en S. warneri behoren tot de normale bacteriële flora van de speenhuid, terwijl andere soorten zoals S. xylosus en S. sciuri uit de omgeving lijken te komen. S. chromogenes kan de huid van de speen en andere delen van het lichaam van een dier koloniseren, zoals haar, de vagina en het speenkanaal.

De verschillende NAS bacteriën hebben verschillende mechanismen om het immuunsysteem van de koe te ontwijken. Eén daarvan is bijvoorbeeld de vorming van een biofilm. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het merendeel van de CNS bacteriën die in melk gevonden worden, een biofilm kunnen produceren. De mate van biofilmproductie is subspecies en tijdsafhankelijk. Zo blijkt uit onderzoek met S. Epidermidis geïsoleerd uit een subklinische uierontsteking, dat tot 75,9 % van de isolaten na 72 uur een biofilm vormt (Oliviera et al. 2007).

Ondanks dat de schade door een NAS infectie vaak mee lijkt te vallen en de economische verliezen beperkt lijken, kan een bedrijfsprobleem ten gevolge van NAS infecties toch voor grote economische schade zorgen. Het is daarom belangrijk om het probleem in kaart te brengen, de juiste kiem te identificeren en op basis hiervan een gedegen managementstrategie te kiezen om verdere problemen in de toekomst te voorkomen.

Pyöräla S. Taponen S: Coagulase-negative staphylococci-emerging mastitis pathogens. Vet Microbiol. 2009 Feb 16;134(1-2):3-8. doi: 10.1016/j.vetmic.2008.09.015

Taponen S. Pyöräla S. Coagulase-negative staphylococci as cause of bovine mastitis- not so different from Staphylococcus aureus? Vet Microbiol. 2009 Feb 16;134(1-2):29-36. doi: 10.1016/j.vetmic.2008.09.011

Gillespie BE, Headrick SI, Boonyayatra S, Oliver SP. Prevalence and persistence of coagulase-negative Staphylococcus species in three dairy research herds. Vet Microbiol. 2009 Feb 16;134(1-2):65-72. doi: 10.1016/j.vetmic.2008.09.007.

Oliveira M1, Nunes SF, Carneiro C, Bexiga R, Bernardo F, Vilela CL. Time course of biofilm formation by Staphylococcus aureus and Staphylococcus epidermidis mastitis isolates. Vet Microbiol. 2007 Sep 20;124(1-2):187-91

Alle berichten van Hipra op Veearts.nl >>