Partnerbericht van IDT

Optimaal klimaat biggennest

Pasgeboren biggen koelen snel af. Een biggennest temperatuur van 35 °C is daarom van belang. Zeker bij kleinere biggen in grote tomen. Door onderkoeling kan de biestopname minder worden.

Biggen die pas geboren zijn hebben een lichaamstemperatuur van ongeveer 39 °C. Door een kale en koude omgeving kan de lichaamstemperatuur snel zakken tot soms 32 °C. Dit komt door verdamping van het vocht op de huid van een natte big en geleiding van lichaamstemperatuur naar de vloer. Bij kleinere biggen (en bij steeds grotere tomen is de kans hierop steeds hoger) zal de temperatuur sneller dalen dan bij groter biggen. Biggen hebben geen bruin vet (dat gebruikt wordt voor het snel genereren van warmte bij zoogdieren), dus het big kan ook zelf geen warmte genereren. Ook zullen jonge biggen de onderkoeling niet compenseren door meer biest/melk op te nemen zoals oudere biggen dat vaak wel doen. De biestopname bij jonge biggen zal zelfs afnemen bij onderkoeling, waardoor de overlevingskansen nog verder afnemen.

Het liggedrag van biggen is in de eerste dagen na de geboorte nog moeilijk te beoordelen, omdat biggen van nature dicht bij elkaar of bij de zeug liggen (ongeacht omgevingstemperatuur of extra bijverwarmen). Daarom is het sturen van liggedrag en een goede uitvoering van het biggennest van groot belang. Een biggennest moet in de eerste week een temperatuur hebben van 35 °C. Na deze eerste week kan de temperatuur verlaagd worden naar 28 °C en de laatste weken in de kraamstal verder verlaagd worden naar 25 °C. In de latere weken is het wel mogelijk om op basis van het liggedrag van de biggen in de kraamstal te bepalen om het biggennest een juiste temperatuur heeft.

Voor meer informatie of het opvragen van de betreffende literatuur kunt u terecht bij:
Peter van der Wolf
Senior expert technical service Benelux
benelux@idt-biologika.com

Emile Libbrecht
Technical Service Manager Benelux

Alle berichten van IDT op Veearts.nl >>