Partnerbericht van Hipra

Streptococcus uberis mastitis, hoe vaak komt het voor?

Mastitis is een veel voorkomend probleem en het voorkomen ervan is voor melkveehouders van groot economisch belang. Waar voorheen met name koegebonden mastitiden voor problemen zorgden, heeft het toepassen van managementmaatregelen in combinatie met het 5-puntenplan geleid tot een verschuiving in mastitispathogenen. Een relatieve toename van omgevingsgebonden kiemen wordt tegenwoordig gezien, waaronder ook Streptococcus uberis. S. uberis is nu één van de belangrijkste veroorzakers van mastitis in verschillende landen binnen en buiten Europa, zoals weergegeven in figuur 1 waarin de relatief belang van S. uberis in bacteriologisch positieve monsters van klinische mastitis in Noordwest Duitsland staat weergegeven.

Figuur 1

Onlangs presenteerde de Gezondheidsdienst (GD) de BO uitslagen van alle binnengekomen melkmonsters uit 2018. De top 3 van meest voorkomende mastitis kiemen bestond hierbij uit; 1) E. coli (19 %), 2) S. aureus (16 % ) en 3) S. uberis (14 %). Binnen Nederland zien we binnen praktijken een duidelijk verschil, waar de ene praktijk weinig S. uberis bacteriën kweekt uit melkmonsters staat S. uberis bij de andere praktijk op 1 wat betreft gekweekte mastitiskiemen. Bij Dierenartsenpraktijk Zwolle Zwartewaterland zijn tussen 1 januari 2018 en 31 maart 2019 bijvoorbeeld 446 melkmonsters bacteriologisch onderzocht. Bij 280 monsters werd een bacteriële reincultuur gekweekt en aanvullend onderzoek wees hierbij uit dat in 32% van deze monsters S. uberis gekweekt werd, zoals weergegeven in figuur 1.

De rol van S. uberis mag dus zeker niet onderschat worden en S. uberis behoort ook in Nederland duidelijk tot één van de belangrijkste kiemen die mastitis kan veroorzaken bij melkvee.

Een S. uberis infectie kan ontstaan vanuit de omgeving, maar overdracht van koe naar koe is zeker ook mogelijk. De genezingspercentages van een klinische mastitis met S. uberis variëren. Ongeveer 60% van de infecties duurt minder dan 30 dagen, in 18% van de gevallen wordt een infectie chronisch en blijft deze meer dan 100 dagen aanwezig. Daarnaast zijn er ook gevallen bekend waarbij infecties langer dan 20 maanden aanhielden. In deze gevallen was er sprake van een S. uberis stam die zich aan heeft gepast aan de koe en een koe gebonden karakter heeft aangenomen. Koeien die genezen van een S. uberis infectie zijn vaak gevoeliger voor een nieuwe infectie. Deze herhalingsgevallen roepen veel frustratie op. Vaak denken veehouders dat de mastitis niet goed genezen is, maar stamtyperingen hebben laten zien dat het in de meeste gevallen gaat om een nieuwe infectie.

Vanwege het veelvuldig voorkomen van herhalingsgevallen welke gepaard gaan met een toegenomen melkverlies, verhoogd antibioticum gebruik en een verhoogde afvoer geldt bij een S. uberis infectie zeker dat voorkomen beter is dan genezen. Zoals bij alle omgevingskiemen geldt ook hier dat hygiëne een belangrijk aspect in het voorkomen van mastitis is. Denk hierbij aan schone ligboxen, maar ook aan het reinigen van de spenen voorafgaande aan het melkproces.  Zeker in de zomer is het risico op een infectie vergroot, dit vanwege de hogere bacteriegroei in het strooisel. Ook optimalisatie van de weerstand van de koeien speelt een belangrijke rol in het voorkomen van mastitis. Denk hierbij in de zomer met name aan het minimaliseren van hitte stress, de kwaliteit van het rantsoen (inclusief water), de mineralenvoorziening en het tijdig inzetten van immuun stimulerende middelen.

Alle berichten van Hipra op Veearts.nl >>