Partnerbericht van Hipra

Uierimmuniteit: hoe zit het ook al weer?

Coliforme mastitis zorgt voor veel frustratie. Waarom zien we dit meer in de zomer en hoe kan het immuunsysteem van de koe een beginnende uierontsteking tegengaan? Uierimmuniteit, weet u nog hoe het werkt?

Hipra_koeien_in_wei

Ondanks de vele inspanningen om de uiergezondheid van de melkkoeien op het bedrijf te verbeteren, blijft mastitis voorkomen. Met name een coliforme mastitis brengt veel frustratie en kosten met zich mee. Op warme zomerdagen is het risico op het ontstaan van een coliforme mastitis verhoogd. Het warme (en vaak vochtige) weer, zorgt ervoor dat deze bacteriegroep zich goed kan handhaven en vermenigvuldigen in onder andere het ligbed van de koe. Hierdoor is de kans op infectie verhoogd. Daarnaast zorgt hittestress voor een verminderde afweer.

E. coli en de meeste Gram-negatieve bacteriën hebben een kenmerkend macromolecuul in hun externe celmembraan, lipopolysaccharide (LPS) genaamd. LPS is de belangrijkste factor van de pathogeniteit van de bacterie. Het veroorzaakt de typische reeks symptomen van hyperacute coliforme mastitis bij runderen (1).

De E. coli bacterie komt binnen via het speenkanaal; het vermenigvuldigt zich snel in het uier. In het proces van vermenigvuldiging en lysis veroorzaakt de LPS een krachtige inductie van ontstekingscytokines. Het vermogen van het immuunsysteem van de koe om deze infectie zo snel mogelijk op te ruimen, is een sleutelfactor om de snelle verspreiding van E. coli in het uier te beperken en de toxische werking van LPS te verminderen. Afhankelijk van de immuunstatus van de koe kunnen de verschijnselen acuut tot minder acuut zijn (1).

Neutrofielen zijn belangrijke spelers in de strijd tegen intramammaire infecties. Ze zijn verantwoordelijk voor het sekwestreren, doden en elimineren van de ziekteverwekker. De neutrofielen worden geholpen door opsoniserende antilichamen, voornamelijk IgG2 en pro-inflammatoire cytokines, die verantwoordelijk zijn voor de massale instroom van neutrofielen in het uier. Hoe sneller de koe neutrofielen kan mobiliseren, hoe sneller een beginnende infectie opgeruimd kan worden en hoe minder heftig de verschijnselen van de uierontsteking zullen zijn (1). Hoe goed het immuunsysteem op een infectie kan reageren, hangt van verschillende factoren af. Een andere ziekte, negatieve energie balans en stress kunnen er voor zorgen dat de afweer minder snel en adequaat reageert. Ook hittestress heeft een negatieve invloed op de afweer.

Hittestress
De thermo-neutrale zone van melkkoeien ligt tussen -0,5 °C tot 20 °C. Binnen dit temperatuurstraject gebruiken koeien geen extra energie om het lichaam te verwarmen of af te koelen. Wanneer de omgevingstemperatuur boven 20 °C komt, kunnen de koeien een stabiele lichaamstemperatuur handhaven door middel van een verhoogde verdamping via zweet en door een versnelde ademhaling. Bij een relatief hoge luchtvochtigheid is de mogelijkheid om warmte kwijt te raken door verdamping beperkt (4). In Nederland heerst vaak een relatief hoge luchtvochtigheid in de zomer, waardoor melkkoeien al een matige hittestress kunnen ervaren bij een omgevingstemperatuur van 22 °C (3).

Door stress ontstaan er hoge cortisolgehaltes in het bloed, dit kan net als een verhoogde ademhalingsfrequentie een verschuiving in de zuur-base balans (3, 4, 5) van de koe veroorzaken. Dit zorgt voor onderdrukking van het immuunsysteem van de koe, waardoor het vermogen om een infectie adequaat te bestrijden, afneemt (2). Naast koeien met hittestress hebben koeien met een negatieve energie balans een verminderde werking van neutrofielen door de verhoogde concentratie van ketonlichamen in het bloed. Daarom zijn het meestal de best presterende koeien die getroffen worden door een ernstige mastitis (2).

Voor een optimale afweer van de koeien aankomend zomer, is het nu het moment om hierop in te spelen en de problemen voor te zijn. Denk hierbij aan het optimaliseren van de werking van het immuunsysteem, maar ook aan het beperken van de infectiedruk. Door het nemen van managementmaatregelen kunnen veel problemen voorkomen worden. Kijk ook eens op www.mastitisprevention.com voor meer informatie over het voorkomen van mastitis.

  1. Coliform mastitis: what are the main symptoms and how can you fight them? http://www.mastitisprevention.com
  2. Burvenich, V. van Merris, J. Mehrzad, A. Diez-Fraile and. L. Duchateau, 2003. Severity of E. coli mastitis is mainly determined by cow factors. Vet. Res (34): 521-564.
  3. I. Ohnstad. Managing heat stress in dairy cattle. http://www.nadis.org.uk/bulletins/managing-heat-stress-in-dairy-cows.aspx
  4. J. W. West, 2003. Effects of heat-stress on production in dairy cattle. Journal of Dairy Science (86): 2131-2141.
  5. N. Silanikove, 2000. Review article. Effects of heat stress on the welfare of extensively managed domestic ruminants. Livestock Production Science (67): 1-18.
Alle berichten van Hipra op Veearts.nl >>